Voorzitter Lageman zegt niets en loopt door. Het 1e heeft net kansloos verloren, waardoor degradatie een feit is. Volgend jaar spelen ze daardoor in de laagste klasse en zoals het er nu uitziet, zullen ze het ook daar moeilijk krijgen.
De kans is namelijk groot dat er nog meer goede spelers vertrekken, want dat is de laatste jaren schering en inslag. De grote clubs hebben namelijk allemaal scouts die de hele omgeving afstropen en veel spelers benaderen met de vraag of ze het hogerop willen proberen.
Als gevolg daarvan zijn zowel de jeugd als de senioren op een veel lager niveau komen te spelen en dat werkt in alles door. Het aantal vrijwilligers wordt namelijk steeds minder en de kantine elke week leger.
Lageman heeft er al diverse slapeloze nachten van gehad en door het vele negatieve gezeur zou hij het liefst vandaag nog stoppen. Omdat hij er in goede tijden altijd was, wil hij er echter ook in slechte tijden zijn. Al zou hij voor een goede opvolger wel direct bereid zijn om te vertrekken.
Er heeft zich alleen nog nooit iemand aangediend. Kritiek leveren is voor niemand een probleem, maar verantwoording nemen dus blijkbaar wel. Zelfs het jeugdbestuur zit voor het eerst sinds jaren met lege plekken.
Hij is er vast van overtuigd dat de problemen maar op een manier op te lossen zijn. Namelijk door te kiezen voor prestatievoetbal. Dit stuit binnen de club echter op heel veel weerstand. Veel leden vrezen namelijk dat het daardoor ongezelliger wordt. Plus dat men niet zit te wachten op spelers van buitenaf. Dat de club door het huidige beleid steeds verder afzakt, wordt echter door bijna niemand geaccepteerd.
Onderweg naar de bestuurskamer komt Lageman zijn collega bestuurders tegen. Hij ziet aan hun gezichten dat zij ook niet best gestemd zijn en denkt wel te weten wat daar de reden van is. Zij hebben vanmiddag natuurlijk ook weer het nodige naar hun hoofd geslingerd gekregen en hij weet dat dit vreselijk is. Zeker omdat dit gedoe al jaren aan de gang is.
Normaal praat hij ’s zaterdags nooit over beleidszaken, maar hij voelt dat het goed is om nu een uitzondering te maken.
‘Jongens gaan jullie mee naar de bestuurskamer om een biertje te drinken? Ik heb iets op mijn hart, wat ik graag vandaag nog kwijt wil.’
Zijn collega’s kijken hem vreemd aan, maar lopen zonder iets te zeggen mee. Ze hebben namelijk veel vertrouwen in hun voorzitter en vermoeden daarom dat hij ze niet zomaar uitnodigt.
Als ze even later aan een biertje zitten, steekt Lageman van wal.
‘Het gaat me om de degradatie en het komende seizoen. Het zal qua prestaties eerder slechter dan beter worden, waardoor het gezeur nog erger wordt. Ik ben er daarom klaar mee. Met dit beleid worden de prestaties namelijk nooit beter en blijven wij de kop van Jut.’
Omdat de anderen alleen knikken gaat Lageman weer verder.
‘Zien jullie het nog zitten om zo door te gaan met het bestuur?’
‘Ik wil de boel niet in de steek laten, maar stop er het liefst vandaag nog mee. Onze inspanningen leveren zo namelijk inderdaad nooit iets op.’
Als de voorzitter ziet dat de rest van het bestuur instemmend knikt, neemt hij opnieuw het woord.
‘Ik ben blij dat we er hetzelfde over denken en daarom stel ik voor om een ledenvergadering uit te schrijven. Als we aangeven dat we over de keuze tussen recreatie- of prestatievoetbal willen praten, komen daar genoeg leden op af.’
Het is Johan, de secretaris, nog niet duidelijk.
‘Wat denk je hiermee te bereiken?’
‘Ik wil de leden laten bepalen welk beleid we gaan voeren. De meerderheid beslist en de rest moet zich daarbij neerleggen. Wij dus ook.’
‘Dat zal veel gedoe geven.’
‘Die kans is groot, maar dat geeft niets. Als de club voor recreatievoetbal kiest, stoppen wij ermee en er is geen mens die ons dit kwalijk kan nemen. We hebben de kar tenslotte al lang genoeg getrokken en hoeven niets te doen waar we niet achter staan.’
De bestuursleden hebben even tijd nodig om alles op zich in te laten werken, maar zijn het met de voorzitter eens. Er wordt dan ook besloten om meteen een datum voor de vergadering te prikken en de tekst voor de uitnodiging klaar te maken.
Als de brief een paar dagen later bij alle leden in de bus valt, staat de club totaal op zijn kop. De situatie wordt er echter nog veel beroerder door, want er ontstaan heel veel heftige discussies. Zeker als de kranten lucht krijgen van de mogelijke crisis en alles flink aandikken. Op een gegeven moment wordt de stemming zelfs zo gespannen, dat het bestuur in een soort noodvergadering bijeenkomt.
Hier krijgt de voorzitter met een flinke tegenvaller te maken, want de secretaris heeft slecht nieuws.
‘Ik heb gisteren twee uur met Kees gesproken en we hebben besloten om uit het bestuur te stappen. De reden is dat wij geen zin hebben om nog langer onderwerp van dit gezeur te zijn.’
Hoewel de mededeling inslaat als een bom, blijft de voorzitter kalm.
‘Ik respecteer jullie beslissing, maar heb er weinig begrip voor. We hebben met z’n vijven een afspraak gemaakt en daar zou ik me altijd aan houden. De realiteit is echter dat Mark, Hendri en ik overblijven. Als jullie tenminste wél doorgaan.’
De heren kennen geen twijfel en dus gaan ze samen verder met het voorbereiden van de vergadering. Dit wordt de heftigste gebeurtenis uit de geschiedenis van de vereniging. De stemming is vanaf het begin namelijk enorm verhit en na een half uur dreigt er zelfs een handgemeen te ontstaan. Door handig en kordaat ingrijpen van de voorzitter, is dit echter meteen de oplossing van het probleem.
‘Heren, hebben jullie door hoe ver we gezonken zijn? We hebben jaren op een vriendschappelijke manier met elkaar samengewerkt, maar nu is er vijandschap. Alleen omdat het slecht gaat met de club. Het ledenaantal loopt namelijk terug en we gaan weer in de laagste klasse spelen.’
De voorzitter zwijgt even om zijn woorden kracht bij te zetten, maar gaat dan verder.
’We willen allemaal dat de club weer beter gaat draaien, maar zijn het niet met elkaar eens hoe we de boel weer aan de praat moeten krijgen.’
Omdat de voorzitter veel mensen ziet knikken, besluit hij nergens meer omheen te draaien.
’Het belangrijkste is volgens ons dat ons eerste weer beter gaat presteren. We moeten terug naar de vierde klasse en het liefst nog verder omhoog. Dat kan echter alleen als het team sterker wordt. Als dit niet met eigen mensen kan, moeten we dus versterking proberen te krijgen. Er is alleen een groep mensen die bang is dat dit laatste ten koste gaat van de gezelligheid. Ik durf jullie echter te garanderen dat deze bezorgdheid overbodig is. Ten eerste beloof ik dat er geen eerste komt met alleen spelers van buitenaf, want we willen er niet meer dan drie of vier. Ten tweede gaan we zolang ik voorzitter ben ook geen mensen betalen.’
Als een van de tegenstanders aan de voorzitter vraagt hoe het bestuur de problemen verder aan wil pakken, is hij overduidelijk.
‘Er zijn drie belangrijke zaken. Ten eerste onze A-selectie, maar dat heb ik al gezegd. Ten tweede moeten we meer jeugd zien te krijgen en tot slot meer vrijwilligers.’
De voorzitter ziet wat mensen bedenkelijk kijken en denkt te weten waarom dat is.
‘Natuurlijk ligt ons complex afgelegen, maar het is van levensbelang dat we meer jeugdteams krijgen. Als we die hebben, kunnen we namelijk selecteren en gaat het niveau vanzelf omhoog. Als gevolg daarvan, gaan we minder goede spelers verliezen en wordt ons eerste op den duur ook weer beter. Ik ben trouwens nog vergeten te noemen dat we onze jeugdtrainers meer kansen moeten geven om hun kennis uit te breiden. De KNVB heeft namelijk een goed cursusaanbod en daar moeten we gebruik van maken. Natuurlijk kost dit geld, maar goed geschoolde trainers leren onze jeugd beter voetballen. Daarom betaalt deze investering zich dubbel en dwars terug.’
De voorzitter neemt even een slokje water, maar praat dan verder.
’Natuurlijk zijn we benieuwd wat jullie van ons verhaal vinden en daarom gaan we nu over tot een schriftelijke stemming. Iedereen krijgt zo een briefje waar alleen maar voor of tegen op hoeft te worden gezet.’
Wanneer de stemmen zijn geteld, blijkt dat veel mensen van mening zijn veranderd. 95% van de leden is nu namelijk voor de plannen en er is maar één lid die bedankt.
De grootste verandering is echter de opeens sterk verbeterde sfeer. Het aantal vrijwilligers neemt namelijk toe, de kantine is al snel een stuk voller en bijna iedereen is positief. Zeker als het eerste, met vier spelers van buitenaf, het volgende seizoen via de nacompetitie promoveert.
Reacties
Let op: HTML wordt niet vertaald!