Hij krijgt zijn leven verder ook steeds beter op de rails, want hij heeft vast werk, een leuke vriendin en heeft, vanwege een erfenis, zelfs een leuk huisje in zijn geboorteplaats kunnen kopen. Het herstellen van zijn vriendenkring wil echter nog niet zo vlotten.
De mensen in het dorp praten wel met hem, maar hij kan heel goed merken dat ze hem op een afstandje houden. Als hij aan zijn verleden denkt, kan hij best een beetje begrijpen dat de mensen dit doen. Aan de andere kant vindt hij het echter wel hartstikke onrechtvaardig. Hij heeft immers straf gehad voor wat hij heeft gedaan en waarom zou hij géén tweede kans verdienen, maar heel veel anderen wel. Zeker omdat hij zo in zijn voordeel is veranderd en dat lijkt hem voor iedereen duidelijk te zijn.
Als hij op een avond, na een paar uur bij zijn baas te hebben overgewerkt, net na negen uur naar huis rijdt, gaat het helemaal mis. Hij ziet namelijk een, zonder licht rijdende en plotseling overstekende, scooterbestuurder over het hoofd en het gevolg is een verschrikkelijk ongeluk.
Zowel de jongen op de scooter, die veel te veel gedronken heeft, als Leo, die bij een ultieme uitwijkpoging, een boom heeft geraakt, worden namelijk met gillende sirenes naar het ziekenhuis gebracht. Daar vallen de verwondingen van het tweetal gelukkig erg mee, maar voor Leo krijgt het ongeluk wel een heel bittere nasmaak.
Een paar uur later gaat het verhaal namelijk al door het dorp dat hij zwaar onder invloed is geweest en zelfs dat hij de jongen met opzet heeft aangereden. Dit is voor een aantal mensen blijkbaar een reden om ‘wraak’ te nemen, want zijn tuin wordt flink vernield, er worden eieren tegen de ramen gegooid en op zijn voordeur wordt de tekst. ‘Rot op dronkaard’ gekalkt.
Als zijn vriendin de volgende dag huilend bij zijn bed komt, denkt hij eerst dat ze nog zo emotioneel is vanwege het ongeluk is en daarom probeert hij haar een beetje tot bedaren te brengen.
‘Stil maar, joh. De auto zit wel flink in elkaar, maar met mij is er, op wat flinke kneuzingen na, gelukkig niets ernstigs aan de hand en die jongen zal echt wel verzekerd zijn. Financieel gezien hebben we dus geen schade.’
‘Daar huil ik ook niet om.’
‘Wat is er dan?’
Als Leo’s vriendin hem alles heeft verteld, ligt hij eerst een tijdje zwijgend voor zich uit te kijken. Het liefst zou hij zijn bed uit springen en de daders één voor één gaan vertellen wat de echte oorzaak van het ongeluk is geweest. Hij vreest echter dat dit geen zin heeft en weet ook niet of hij nog wel langer in dit dorp wil wonen. Als de mensen hem geen tweede kans gunnen en hem op zijn verleden blijven beoordelen, krijgt hij hier immers nooit een normaal leven.
Na even bekruipt hem echter het gevoel dat vluchten ook geen oplossing is. Ten eerste moet hij maar afwachten of hij zijn huis zo goed kan verkopen, dat hij ergens anders weer iets terug kan kopen en wie weet hoe ver het verhaal over zijn verleden hem achtervolgd. Er hoeft in een andere plaats immers maar één iemand te wonen met kennissen hier in het dorp en hij kan weer in de ellende zitten.
Omdat zijn vriendin ook geen oplossing weet, besluiten ze het probleem maar even voor zich uit te schuiven tot morgen en dat blijkt een gouden besluit te zijn. Al lijkt dat er eerst niet op. Als Leo, na nog een keer te zijn onderzocht, de volgende dag uit het ziekenhuis ontslagen wordt en thuis alle ellende ziet, moet hij namelijk goed zijn best doen om niet compleet door te draaien. Vooral omdat er niemand van zijn buren naar buiten komt om hem welkom thuis te heten.
Als hij, nadat zijn emoties wat zijn gezakt, even met zijn vriendin zit te overleggen, besluit hij het er niet bij te laten zitten.
‘We kunnen nu het hele dorp tegen ons hebben, maar er zal toch ook nog wel ergens iets van gerechtigheid zijn?’
‘Ja, normaal gesproken is dat er zeker. Wat is trouwens je plan?’
‘Ik denk dat we aangifte bij de politie moeten doen en wat denk je ervan om de plaatselijke krant te bellen en die journalist ons verhaal te vertellen. Dat kan voor sommige mensen vervelend zijn, maar we hebben toch het recht om ons te verdedigen en zeker in dit geval. Misschien moeten we vooraf trouwens wel even de familie van die scooterbestuurder inlichten, dan weten zij tenminste wat hen te wachten staat.’
‘Mee eens.’
Met de politie wordt afgesproken dat er aan het einde van de middag twee agenten langskomen en de krant hoeven ze niet te bellen. Als er aangebeld wordt, blijken die namelijk al op de stoep te staan. Het mooiste is echter dat ze de ouders van de scooterbestuurder bij zich hebben.
Na elkaar op een behoorlijk emotionele manier te hebben begroet, begint de vader van de jongen te praten.
‘Ik was net na het ongeluk met mijn zoon bezig, maar had, achteraf bekeken, beter hierheen kunnen gaan. Misschien had ik dan wat van deze ellende kunnen voorkomen. Onze kant van het verhaal en dus de waarheid komt morgen echter in de krant en ik hoop dat daardoor de ogen van heel veel mensen opengaan. Sorry voor mijn zoon, man en over de schade hoeven jullie je geen zorgen te maken.’
Nadat de mannen elkaar nog een keer hebben omhelsd, praat de vader verder.
‘Ik hoop dat de mensen door het krantenartikel wat anders over je gaan denken en beseffen hoe verkeerd ze hebben gereageerd. Al vrees ik eerlijk gezegd dat je, ondanks het verhaal in de krant, altijd dwazen zult houden die je als een vechtersbaas en een dronkaard blijven zien. Zo zitten veel mensen nu eenmaal in elkaar.’
Reacties
Let op: HTML wordt niet vertaald!