‘Mijn collega zei dat er net voor sluitingstijd een man met vermoedelijk zijn dochter in de winkel was geweest om een wasmachine te kopen.
‘Op zich is dat natuurlijk niet raar, want zo’n kerel kan weduwe of gescheiden zijn. Er leek eerst ook niets aan de hand te zijn, maar toen ze iets uitgezocht hadden, bleek mijn baas pas over twee maanden of eventueel drie te hoeven leveren. Die man wilde de machine namelijk betalen met het geld dat hij voor zijn auto, die te koop stond, zou ontvangen en hij verwachtte dat ding met een maand of twee wel kwijt te zijn. Normaal gaat er bij ons niets de deur uit wat niet betaald is, maar nu levert Zwietink die wasmachine zo snel mogelijk en hoeft die man pas te betalen als hij geld heeft en het mag desnoods ook op afbetaling. Ik moet de wasmachine morgenochtend gaan installeren.’
Linda, Arie zijn vrouw, vindt het mooi wat Zwietink heeft gedaan.
‘Zakelijk is het misschien niet verstandig, maar die mannen kennen elkaar misschien wel en je weet niet waar ze het samen over hebben gehad. Het kan bijvoorbeeld best zijn dat hij buiten zijn schuld in de narigheid is gekomen en er alles aan doet om het, financieel gezien, weer beter te krijgen. Als Zwietink hem daarmee wil helpen, dan vind ik dat mooi.’
Arie, die minder sociaal is dan zijn vrouw, is het niet met Linda eens.
‘Ik vind het raar wat mijn baas heeft gedaan. Als wij vijf euro vergeten af te rekenen, hebben we een berg gezeur en als we een minuut te laat komen of te lang pauze nemen, kijkt hij een dag chagrijnig, dus hoeft hij nu ook niet zo te doen. Ik geloof trouwens niet dat hij het geld ooit krijgt. Die man zal immers wel meer schulden hebben en de belasting kan hem ook best achter zijn broek zitten. Als die kerel geen geld heeft, moet hij trouwens niets kopen.’
Paul heeft, al bijna gelijk nadat zijn pa begon te praten, het gevoel gekregen dat het over Karin en haar vader gaat, maar besluit zich stil te houden. Het gaat immers om zijn meisje. Ze zijn namelijk tot over hun oren verliefd op elkaar en er vast van overtuigd dat ze rest van hun leven met elkaar zullen delen.
Normaal gesproken had hij Karin al lang aan zijn ouders voorgesteld, maar hij vreest dat ze, en vooral zijn vader, niet blij met haar zullen zijn en daarom heeft hij dat nog niet gedaan. Het punt is namelijk dat zijn meisje en haar vader zwaar in de financiële problemen zitten en een groot deel van het dorp erg negatief over hen kletst.
Dat komt omdat Karins vader een winkel heeft gehad en failliet is gegaan. Zijn schuldeisers wilde hij destijds echter niet afschepen met een gedeelte van hun vordering, maar in zijn geheel afbetalen. Daar is hij na de afwikkeling van het faillissement ook mee begonnen en dat gaat natuurlijk niet snel, maar het vordert wel.
Wat de ellende nog grote maakte, was dat zijn vrouw hier heel anders over dacht, wat helaas tot een scheiding leidde. Karin is wel bij haar vader gebleven en samen doen ze er alles aan om zo snel mogelijk van de schulden af te komen.
Paul, die meteen onder de indruk van het tweetal was, doet inmiddels ook alles om zijn meisje en haar vader te helpen. Hij wil daar alleen niet te veel ruchtbaarheid aan geven, omdat hij dus bang is dat het tot ruzie thuis zal leiden.
Als Paul ’s avonds bij zijn meisje komt, blijkt dat zijn vermoeden juist was. Hij krijgt namelijk het hele verhaal te horen en vooral hoe blij ze met de hulp van Zwietink en de wasmachine zijn. Natuurlijk knikt hij vol vuur mee, maar in zijn hart schaamt hij zich diep dat hij thuis en tegenover zijn vriendin geen open kaart durft te spelen. Ze heeft immers al diverse keren gevraagd wanneer ze een keer naar zijn ouders gaan, maar hij durft het niet met haar over zijn angst voor de reactie van zijn vader en moeder te hebben.
Als zijn vader de volgende dag uit zijn werk komt en naar boven roept dat hij wat te vertellen en te vragen heeft, vreest hij het ergste. Gelukkig voor hem valt het heel erg mee, want als hij beneden komt, begint zijn pa meteen enthousiast te praten.
‘Ik was gisteravond veel te snel met mijn oordeel, want ik ben vanochtend bij dat meisje geweest om die wasmachine te installeren. Als iedereen in Nederland zo was als zij en haar vader, waren er heel veel problemen minder. Tjonge, zulke mooie mensen kom je niet vaak of bijna nooit tegen.’
Als Pauls moeder nieuwsgierig aan haar man vraagt wat hij bedoelt, vertelt hij haar het, de jongen dus al bekende, verhaal. Als hij uitgepraat is, kijkt hij zijn zoon, die een kleur als vuur heeft gekregen, lachend en ook een beetje schuldbewust aan.
‘Moeten we jou trouwens feliciteren?’
‘Hoezo?’
‘Omdat jij misschien wel die Paul bent waar dat meisje het bijna doorlopend over heeft gehad.’
‘Dat klopt.’
‘Heb je dan over haar gezwegen, omdat je bang was dat ik het niet eens was met je keuze?’
‘Ja, en dat had ik niet moeten doen.’
‘Misschien niet, maar ik kan het me eerlijk gezegd wel voorstellen. Zo positief ben ik namelijk nooit geweest over mensen die schulden hebben. Daar schaam ik me sinds vanochtend echter gigantisch voor, want wat zijn dat een topmensen en ik ga zeker proberen om ze te helpen.’
Pauls vader laat het niet bij woorden. Karin haar vader kan namelijk, op zijn aandringen, bij Zwietink in dienst komen als buitendienstmedewerker en gaat daar aanzienlijk meer verdienen dan wat hij nu doet. Plus dat vader en dochter hun huurhuis in kunnen ruilen voor een veel goedkoper appartement boven de winkel.
Hier zijn Karin en haar pa natuurlijk erg blij mee en Paul ook, maar de jongen is nog bijna blijer met het gedrag van zijn vader. Al baalt hij er wel van dat hij zo weinig vertrouwen in het gevoel van zijn pa heeft gehad,
Reacties
Let op: HTML wordt niet vertaald!