Het gevolg is dat hij de rest van zijn leven in een rolstoel moet zitten en er van al zijn mooie plannen voor de toekomst niets meer over is. Hij is niet gaan studeren, het overgrote merendeel van zijn vrienden is hij kwijt, is bang dat hij geen baan kan krijgen en zit iedere dag weer vol zelfmedelijden naar buiten te kijken.
Er is hem wel meerdere keren hulp aangeboden, maar dat heeft hij meestal vriendelijk en soms onvriendelijk afgewimpeld. Bij velen proefde hij namelijk dat ze medelijden met hem hadden en dat is iets waar hij niet op zit te wachten. Deze ellende heeft hij immers aan zichzelf te danken, dus zal hij er ook zelf voor een zo goed mogelijke oplossing moeten zorgen.
Als hij op een ochtend weer met zijn rolstoel voor het raam staat, ziet hij Mandy, waar hij bij in de klas heeft gezeten, aan komen lopen. Omdat hij haar op school altijd vreselijk saai en onaardig vond, hoopt hij dat ze alleen komt om een kaart in de bus te doen. Dat valt hem echter tegen, want de voordeurbel gaat en omdat ze hem heeft zien zitten, ziet hij geen andere mogelijkheid dan open te doen.
Vanwege zijn bedenkingen heeft Ton aardig wat moeite om zijn gast op een prettige manier welkom te heten. Zij schijnt dat echter niet te merken of zich er niets van aan te trekken. Ze begint namelijk meteen te praten.
‘Ha die Ton. Sorry dat ik tot op heden nog nooit iets van me heb laten horen, maar dat had een reden. Ten eerste had ik geen flauw idee wat ik tegen je moest zeggen en ten tweede wilde ik niet bij al die ramptoeristen horen.’
‘Hoe bedoel je dat?’
‘Nou, dat er na een ongeluk eerst altijd drommen mensen op het slachtoffer af komen en iedereen om het hardst schreeuwt dat ze het allemaal zo erg voor hem of haar vinden. Na een tijdje wordt het bezoek echter minder en komt er bijna niemand meer. Dat was bij mijn neefje namelijk ook zo. Die werd eerst bijna dol van alle visite en later, toen hij graag iemand om zich heen had, dol dat hij al zijn vrienden kwijt leek te zijn. In het begin zul je trouwens ook best graag zo af en toe alleen geweest zijn. Je had immers wel het een en ander om over na te denken.’
Ton beseft dat Mandy zijn eerste visite is die eerlijk is en een beetje beseft hoe hij zich de laatste tijd heeft gevoeld en dat doet hem ontdooien.
‘Heeft je neef ook een ongeluk gehad?’
‘Ja, met de racefiets.’
‘Je hebt trouwens wel gelijk. Eerst zat alle dagen het huis vol, maar de laatste paar weken zie ik bijna niemand meer. Er zijn me ook al talloze beloftes en aanbiedingen gedaan, maar er is nog niemand die zijn woorden heeft waargemaakt.’
‘Jammer dat er zo weinig echte steun is, hè. Het zal namelijk best een hele opgave voor je zijn om de moed niet te verliezen of compleet in te storten.’
‘Dat is waar. Vooral als ik eraan denk dat ik niet de rest van mijn leven in deze stoel voor het raam kan blijven zitten en toch wat zal moeten gaan doen. De laatste keer dat ik gelachen heb, is daarom al heel lang geleden.’
‘Ik denk dat ik me je gevoel wel een beetje voor kan stellen.’
Omdat Mandy niet meer over Tons narigheid praat en over hun gezamenlijke periode op school begint, ontstaat er al snel een gezellig gesprek. Het meisje heeft ook meerdere nieuwtjes, waardoor er niet één stilte valt en de tijd vliegt. Als Tons moeder in de kamer komt en Mandy ziet dat ze met het eten bezig is, staat ze echter op om naar huis te gaan.
Bij het afscheid doet Ton iets wat hij na zijn ongeluk nog niet eerder heeft gedaan en bijna niet durft.
‘Misschien vond je het wel helemaal niet leuk om bij zo’n gehandicapte vent te zitten, maar ik zou het hartstikke fijn vinden als je nog eens kwam. Ik heb in die tijd dat jij er was namelijk niet een keer aan mijn verbrijzelde benen gedacht en dat is me sinds mijn ongelijk nog niet eerder gebeurd.’
‘Ik kom zeker weer en snel ook, maar niet alleen om jou een plezier te doen, hoor. Je bent namelijk een hartstikke leuke jongen om mee te kletsen. Ik wil trouwens ook wel met je gaan wandelen of andere leuke dingen doen. Zoveel vriendinnen heb ik namelijk niet en vrienden al helemaal niet.’
Ton voelt dat hij een kleur krijgt en rijdt als Mandy weg is gelopen, snel naar het raam om haar na te kijken en te zwaaien. Gelukkig voor hem hoeft hij niet lang op een volgend bezoek van haar te wachten. Een paar dagen later is ze er namelijk weer en dit keer met een wel heel onverwachte vraag.
‘Je weet toch dat mijn vader in verzekeringen doet?’
‘Ja, achter aan de Dorpsstraat.’
‘Klopt en het is de bedoeling dat ik het op den duur van hem ga overnemen.’
‘Leuk voor je.’
‘Ja, maar ik hoop ook voor jou. Ik wil je, na overleg met mijn pa, namelijk een baan aanbieden. Je bent een slimme jongen die gemakkelijk praat en daarom denken we dat jij precies de persoon bent die we al een tijdje zoeken.’
‘Jullie doen dit dus niet uit medelijden.’
‘Nee, en als je me niet gelooft, kom ik hier nooit meer.’
‘Ik geloof je graag.’
Ton weet niets van verzekeren, maar Mandy leert hem alles en hij is een snelle leerling. Daarom wordt zijn baan een groot succes. Het mooiste is dat hij zich weer nuttig voelt en nog mooier is dat Mandy en hij na een tijdje tot de conclusie komen dat ze de liefde van elkaars leven zijn.
Hij denkt nog wel regelmatig terug aan de periode dat het slecht met hem ging. Zijn leven leek toen voorbij te zijn, maar dat was gelukkig niet zo. Mandy stond namelijk onverwacht op de stoep en met haar liefde trok ze hem uit de ellende. Ook voor hem geldt dus dat er uit donkere tijden het mooiste licht kan ontstaan.
Reacties
Let op: HTML wordt niet vertaald!