Daar worden ze opgewacht door een groepje ouders en die blijken weinig oog voor hun plezier te hebben. Leo wordt namelijk aangesproken door een gewichtig kijkende man.
‘Je gaat de rest van het toernooi zeker in je sterkste opstelling spelen?’
‘Hoezo?’
‘Wil je dan geen eerste worden? We staan er immers erg goed voor. Als we de volgende winnen, hebben we in de laatste poulewedstrijd aan een gelijkspel voldoende om de kruisfinales te halen. In dat geval zijn we dus al vierde en volgens ons is de andere poule veel zwakker dan die van ons. De kans dat we het toernooi winnen, is dus heel groot.’
Leo heeft moeite om zijn ergernis te verbergen. Hij weet namelijk wel wat de man bedoelt. Het gaat hem om Rob en Richard, die een licht motorische beperking hebben, maar met heel veel plezier hun balletje trappen. De andere spelers hoort hij nooit over de voetbalcapaciteiten van het tweetal, maar de ouders klagen wel regelmatig over ze.
Hij denkt er echter niet over om op hun wens in te gaan.
‘Als wij de JO11-4 waren, zou het voor Richard en Rob beter zijn om naar de JO11-5 te gaan. Wij zijn echter het laagste JO11-team dus kunnen de jongens niet naar beneden en hebben ze gelukkig heel veel lol bij ons. Omdat ik hun plezier belangrijker vind dan die grote beker, voetballen ze ook evenveel als de andere kinderen.’
‘Moeten de anderen er dan de dupe van worden dat jij alle kinderen evenveel wil laten voetballen? Wij vinden dat onzin en zijn niet de enige ouders die er zo over denken. Als we die beker winnen, hebben Rob en Richard er trouwens net zo veel plezier van als de rest.’
‘Geloven jullie dat echt? Die jongens hebben wat problemen met hun motoriek, maar zijn niet gek, hoor. Wat denken jullie trouwens van hun ouders? Voor die mensen is het toch vreselijk als ik hun oogappels de rest van de dag aan de kant laat staan?’
‘Je kunt ze ook per wedstrijd even laten spelen als we ver genoeg voor staan. Plus dat jij er voor de kinderen bent en niet om rekening met de vaders en moeders te houden.’
‘Dat doe ik wel en daarom spelen Richard en Rob net zoveel als de rest.’
‘Als jij er zo over denkt, zal ik tegen mijn zoon zeggen dat hij zich de volgende wedstrijd niet zo hoeft uit te sloven.’
‘Dat ga ik ook doen. Zonder onze jongens kun je die beker zeker vergeten, maar dat maakt je toch niet uit.’
Leo begint genoeg van het gesprek te krijgen.
‘Ik wil graag winnen, maar dan niet ten koste van twee kinderen.’
‘Nu win je niet ten koste van zeven kinderen.’
‘Hoe zouden jullie reageren als het niet om Richard en Rob, maar om jullie zonen ging?’
‘Als mijn zoon aan de kant moest blijven om eerste te worden, zou ik er geen probleem van maken. Ik zal dat echter nooit meemaken, want mijn zoon is een topper.’
‘Die van mij ook.’
‘Jullie zonen doen het inderdaad goed, maar vooral omdat ze groter en sterker zijn dan de meeste tegenstanders. Het zijn dus geen echte sterren en dat worden ze ook nooit. Als ze na de zomer in de JO12-2 of JO12-3 komen, kunnen ze daarom zomaar de minste spelers van het team worden. Denk dus niet dat jullie nooit met dit probleem te maken krijgen, want zo zeker is dat niet.’
‘Met jou valt niet te praten.’
‘Ik vind van wel. Het probleem is alleen dat jullie je zin niet krijgen.’
‘Wat nu als de spelers over Rob en Richard gaan zeuren?’
Leo begrijpt wat de vader zijn bedoeling is.
‘Laat ik niet merken dat jullie gezeur over die mannetjes veroorzaken.’
‘Je kunt ons niet verbieden om met de kinderen over dit toernooi te praten en als wij er negatief over zijn, nemen de spelers dat vanzelf over.’
‘Heren, ik ben klaar met dit gesprek. We moeten namelijk over tien minuten weer spelen en bereiden jullie je maar vast voor. Jouw zoontje begint als wissel en komt er halverwege in voor jouw zoon.’
‘Dat wordt dan dus verliezen.’
‘Als dat zo is, dan is dat zo. Met positieve ouders langs de lijn, kunnen we echter best winnen.’
‘Je merkt zo wel wat ik doe.’
‘Hetzelfde geldt voor mij.’
De volgende wedstrijd verliezen ze helaas en dat levert Leo de nodige kwade blikken op. Daar trekt hij zich echter niets van aan en met succes. Omdat ze de laatste wedstrijd weer winnen en de kruisfinale ook, komen ze namelijk alsnog in de finale en die winnen ze vrij gemakkelijk.
Bij een 3-0 voorsprong zorgt Leo echter voor nieuwe ergernis bij de ouders, want dan wisselt hij zijn twee beste spelers. De tegenstander weet hierdoor nog tot 3-2 terug te komen, maar de overwinning en de toernooizege komt niet meer in gevaar.
Als de scheidsrechter affluit, is het dus feest. De kinderen zijn dolgelukkig en Leo is trots op hen en blij met de felicitaties van de ouders. Na even beseft hij echter dat de twee vaders hem de hand niet hebben geschud, maar dat roept alleen medelijden en zeker geen irritatie bij hem op.
Reacties
Let op: HTML wordt niet vertaald!