‘Heb je even tijd of moet je snel weg?’
‘Ik hoef nergens heen, dus zeg het maar.’
‘Hoe vind je het dit seizoen gaan?’
‘Vrij goed. De resultaten vallen een beetje tegen, maar dat reken ik mezelf niet aan. Waarom vraag je dit trouwens?’
‘Omdat ik er heel erg over twijfel of ik je voor volgend seizoen nog een basisplaats kan geven.’
‘Waarom niet? Ik zie mezelf namelijk nog steeds als een van de dragende spelers. Plus dat ik de ervaring heb die veel anderen missen.’
‘Wees eerlijk. Je bent dit seizoen niet meer zo bepalend als je altijd was. Na de winterstop lijk je het zelfs per wedstrijd moeilijker te krijgen. Ik heb me daarom al afgevraagd of je met een blessure sukkelde.’
‘Sorry, maar je kletst uit je nek. Ik heb dit seizoen nog geen training en geen wedstrijd gemist. Plus dat ik niet minder presteer dan de afgelopen jaren. Je kunt dus beter eerlijk zeggen dat je me er niet meer bij wil hebben omdat ik nogal kritisch ben en stoppen met deze onzin. Hebben de anderen soms geklaagd of vinden jij en je assistent het vervelend dat ik jullie regelmatig aanspreek op zaken waar ik het niet mee eens ben?’
‘Jammer dat je zo reageert. De reden dat ik met je praat, is dat ik iemand met jouw staat van dienst niet zomaar aan de kant wil zetten. Je vraagt trouwens of je medespelers geklaagd hebben, maar ik heb nog niemand over je gehoord. Ik zou me hun klachten echter wel voor kunnen stellen.’
‘Hoezo?’
‘Omdat je het mindere presteren van jezelf afreageert op de anderen.’
‘Hoe bedoel je dat?’
‘Dat jij steeds meer snelheid tekortkomt valt vaak niet op omdat je medespelers een stapje harder lopen. Als zij toch een keer iets te laat komen, begin je echter te schelden en dat is onterecht. Jij verzaakt dan namelijk en niet zij.’
Theo is niet voor rede vatbaar en kapt het gesprek bot af.
‘Ik weet genoeg, Jammer dat ik er na al die tijd op zo’n achterbakse manier uitgegooid word, maar het is niet anders. Schrap me trouwens maar van je lijstje voor volgend seizoen. Als je me niet wil, is het namelijk zinloos om nog voor een basisplaats te gaan. Het is trouwens goed dat ik je gesproken heb, want nu weet ik wat me te doen staat.’
‘Wat bedoel je?’
‘Dat ik op zoek ga naar een andere club.’
‘Doe dat nou niet. Blijf gewoon en accepteer het dat je waarschijnlijk wat minder gaat spelen of ga naar een lager team. Je kunt wel kwaad weglopen, maar daar krijg je spijt van. Het is trouwens geen schande dat iemand van jouw leeftijd er moeite mee krijgt om alles te belopen.’
‘Weet de TC dat je me er niet meer bij wil hebben?’
‘Ik heb het met hen besproken en zij staan achter mijn besluit. Doe jezelf en mij trouwens een lol en denk er nog eens rustig over na. Het is toch niet goed om na al die jaren op deze manier bij de club weg te gaan.’
‘Als ik niet opeens wisselspeler wordt, maak ik dit seizoen af. Daarna ben ik echter vertrokken. Ik had een ander afscheid verwacht, maar dat is me blijkbaar niet gegund. We zijn trouwens uitgepraat. Je hoort over een paar weken of eerder wel waar ik komend seizoen voetbal.’
Theo geeft de trainer geen kans meer om nog iets te zeggen en loopt met gebogen hoofd naar de kleedkamer. Daar gaat hij zich zwijgend douchen, waarna hij, in tegenstelling tot normaal, meteen vertrekt.
Als hij na een woordenwisseling met zijn vrouw en een bijna slapeloze nacht de volgende ochtend een kwartiertje op zijn werk is, krijgt hij een berichtje van zijn trainer. Die schrijft nog graag een keer te willen praten en dat hij niet bij voorbaat kansloos is voor een basisplaats, want dat een eventuele vervanger zich eerst nog moet bewijzen.
Door dit bericht weet Theo nu heel zeker dat hij naar een andere club gaat. Met een trainer die hem eerst niet meer wil en een dag later de deur weer op een kier zet, wil hij namelijk niet nog een seizoen samenwerken.
Daarom belt hij ’s avonds met een vereniging uit een naburig dorp en geeft hij hen na één gesprek zijn jawoord. Hij gaat daardoor wel een klasse lager voetballen, maar zijn nieuwe club speelt al jaren om promotie, dus zoveel kwaliteitsverschil is er niet.
Om goed voor de dag te komen bij zijn nieuwe vereniging, traint Theo de hele zomer door. Als hij in augustus voor het eerst met zijn nieuwe medespelers gaat trainen, is zijn conditie dan ook beter dan het jaren is geweest. De eerste trainingen en wedstrijden verlopen daarom perfect en dat versterkt zijn gevoel dat hij er bij zijn vorige club onterecht uit is gegooid. In gedachten maakt hij daarom diverse keren een lange neus naar de mensen die dit, volgens hem, op hun geweten hebben.
Als ze aan het eind van de oefenperiode wat sterkere tegenstanders treffen, verandert echter alles. Zijn gebrek aan snelheid speelt hem namelijk opnieuw parten en kost hem zijn basisplaats. Dit is het begin van een vervelende periode die eindigt als hij een week of zes later besluit om met voetballen te stoppen. Met die beslissing heeft hij eerst vrede, maar na een paar maanden begint het toch weer te kriebelen.
Daarom besluit hij om met een stel vrienden te gaan zaalvoetballen. Hoewel hij eigenlijk ook graag op het veld zou voetballen, ziet hij daar na heel veel twijfels toch vanaf. Hij is namelijk te bang om weer ergens zijn basisplaats te verliezen.
Plus dat hij ook weigert om bij zijn oude club in een lager team te gaan spelen. Dit ziet hij namelijk als zijn ongelijk bekennen tegenover zijn oude trainer en dat wil hij niet.
Zo komt er een geruisloos en triest einde aan een hele lange en succesvolle voetbalperiode en valt er een blijvende schaduw over ontzettend veel mooie momenten.
Reacties
Let op: HTML wordt niet vertaald!