Hij gaat zich daarom snel douchen, eet even wat en fietst drie kwartier later de straat uit. Als hij voor het huis van de buren heen rijdt, ziet hij een wat slordig geklede vrouw in de kamer lopen, maar daar denkt hij niet over na. Iemand die aan het werk is, doet dat immers niet in haar beste kleding.
De vrouw kan hier trouwens ook best in haar eentje komen wonen en dan is het nog normaler dat ze er niet op z’n voordeligst uitziet. Ze zal dan namelijk alle klusjes zelf moeten doen en van werken word je nu eenmaal niet schoner. Tenminste, normaal gesproken niet.
Als Rob een paar minuten later bij zijn club is en de deuren van de kantine opent, komen er twee lachende buurvrouwen van hem binnen.
‘Gefeliciteerd.’
‘Waarmee?’
‘Met je nieuwe buren of in ieder geval buurvrouw. We hebben er namelijk nog geen man en kinderen gezien en dat is misschien maar beter ook.’
‘Hoezo dan?’
‘Omdat we aan één viespeuk in de straat meer dan genoeg hebben of heb je dat mens nog niet gezien?’
‘Ik zag haar in huis lopen, maar begrijp niet wat jullie bedoelen.’
‘Is het je dan niet opgevallen hoe onverzorgd ze eruit ziet? De spullen die ze bij zich had, vielen trouwens ook bijna uit elkaar van ellende.’
Rob, die niet van roddelen houdt, haalt zijn schouders een keer op.
‘Ik heb niet in huis gekeken en kan daar dus niets van zeggen. Dat die vrouw het arm heeft, hoeft trouwens niet haar schuld te zijn. Er zijn immers mensen genoeg die de ene na de andere tegenslag te verwerken krijgen en dan kan het geld best een keer op raken.’
De buurvrouwen kijken Rob een beetje verwonderd aan.
‘Dat is waar, maar iedereen kan zich wassen en zorgen dat hij of zij er een beetje toonbaar uitziet. Plus dat er bij de kringloop betere meubels staan dan de rommel die zij bij zich had. Ik ben dan ook niet van plan om bij haar op de koffie te gaan en de andere buurvrouwen denken er net zo over. Om teleurstellingen te voorkomen kan ze ons dus beter niet uitnodigen.’
Rob knikt een keer, maar zegt niets en is blij dat de vrouwen weer naar buiten gaan. Hij ergert zich namelijk behoorlijk aan hun geklets. Natuurlijk kan de nieuwe buurvrouw best niet zo helder zijn, maar moeten ze haar dan gelijk in een hokje stoppen en links laten liggen? Hij vindt van niet en is niet van plan om hieraan mee te doen.
Al weet hij ook dat een afwijkende mening niet door alle mensen uit de straat op prijs wordt gesteld. Als hij wel normaal tegen de buurvrouw doet en, als ze hem uitnodigt, bij haar op de koffie gaat, kunnen de buren hem dus eveneens gaan negeren. Dat zou vervelend zijn, maar hij laat de buurvrouw absoluut niet links liggen omdat zijn buren dat graag willen.
De volgende dagen verandert er weinig. Rob is overdag op zijn werk en gaat ’s avonds naar het voetbalveld waardoor hij niets van zijn buurvrouw hoort of ziet en ook amper aan haar denkt. 1
Als hij vrijdagsmiddags op het punt staat om boodschappen te gaan doen en de bel hoort, staat ze echter bij hem op de stoep.
‘Hallo. Ik ben de nieuwe buurvrouw, maar dat had je waarschijnlijk al begrepen. Heb je tijd en zin om vanavond ter kennismaking een bakje te komen doen? Als je niet kunt, mag het ook morgen of volgende week.’
Hoewel Rob beseft dat zijn besluit heel veel stof op zal doen waaien, twijfelt hij geen moment.
‘Hartstikke leuk, buurvrouw. Ik kom graag en laten we het vanavond meteen maar doen. Wat spreken we af? Een uur of half acht?’
‘Mij best en leuk dat je komt. Ik zie je vanavond wel verschijnen.’
Als Rob ’s avonds bij de buurvrouw, die Saskia blijkt te heten, binnenkomt, valt het hem gelijk op dat ze er redelijk verzorgd uitziet en dat deed ze, volgens hem, vanmiddag ook al. De inrichting van het huis geeft echter duidelijk aan dat ze óf geen geld heeft óf het weinig kan schelen hoe ze erbij zit.
Blijkbaar heeft de buurvrouw Robs ogen wel door de kamer zien gaan, want ze speelt meteen open kaart.
‘Ik ben heel erg blij dat je er bent, want je bent de enige van alle buren die blijkbaar iets met me te maken wil hebben. De anderen hadden namelijk allemaal hun smoesje klaar om niet te hoeven komen en er waren zelfs mensen die de deur niet eens voor me opendeden.’
Rob weet niet goed wat hij hierop zeggen moet, maar dat is geen probleem. Saskia praat namelijk meteen verder.
‘Dat is trouwens niet vreemd voor me, want in de buurt waar ik hiervoor woonde, wilde ook niemand iets met me te maken hebben.’
‘Wat ontzettend vervelend voor je.’
‘Ja, dit went nooit en ik heb het laatste jaar ook al heel veel gehuild, maar dat heeft natuurlijk niets geholpen. Het ergste is dat niemand de moeite neemt om me te leren kennen en me de kans geeft om mijn verhaal te vertellen. Mijn situatie was vroeger namelijk heel anders dan nu.’
‘Dat vermoeden had ik al, want volgens mij ben jij een heel normale en enorm intelligente vrouw.’
‘Je bent de eerste in jaren die dit tegen me zegt en je hebt ook gelijk. Ik heb namelijk een leidinggevende functie bij de belastingdienst gehad. Het probleem was alleen dat ik psychische problemen kreeg. Niet vanwege mijn werk, maar door het stuklopen van mijn relatie en het kort na elkaar overlijden van mijn ouders. Dat kon ik, ondanks alle hulp, niet verwerken en het gevolg was een opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Daar heb ik, zeker de eerste tijd, heel veel baat bij gehad, maar later kreeg ik met een gigantische terugval te maken en heb ik hulp bij drank en pillen gezocht.’
Rob wil heel veel vragen, maar laat Saskia uitpraten.
‘Door dit alles ben ik door al mijn vrienden en vriendinnen in de steek gelaten en heb ik ook geen contact meer met mijn familie. Het gevolg is veel ellende en een berg schulden waardoor ik in de schuldsanering terecht ben gekomen. Dat maakt het erg moeilijk voor me om mijn leven weer een beetje op te pakken. Vooral omdat iedereen óver me praat, maar niemand dus mét me wil praten. Dat geroddel ontneemt me ook de lust om iets van mijn leven te maken, want de wereld wil me namelijk toch niet meer. Waarom zou ik dus nog aandacht aan mezelf en mijn huis besteden?’
‘Buurvrouw, je weet het zelf nog niet, maar dit kan de gelukkigste dag van je leven worden. Als je geholpen wil worden, sta ik namelijk voor je klaar. Ik kan klussen als de beste, wil je helpen om een baantje te vinden en als je echt zo aardig bent als je lijkt, kunnen we misschien wel vrienden worden. Schrik niet, want ik heb het niet over een relatie of zo. Ik ben echter alleen en jij bent alleen, dus kunnen we elkaars leven vast wel aangenamer maken. Het gaat er immers om dat we lol in ons leven hebben. Nou, zeg het maar. Wat vind je van mijn voorstel?’
Saskia is vuurrood geworden en lijkt heel veel te willen zeggen. Na wat gehakkel springt ze echter overeind en vliegt ze Rob in zijn armen. Daarmee maakt ze symbolisch een eind aan heel veel ellende en een begin met een toekomst vol blijdschap en geluk. Zeker als zij en Rob na bijna een jaar beseffen dat ze elkaar veel meer dan alleen leuk en aardig vinden.
Reacties
Let op: HTML wordt niet vertaald!