Eind volgende week moet ze namelijk haar huis uit en ze heeft nog niets anders gevonden. Er staan wel wat woningen te huur, maar die kan ze niet betalen en de woningstichting heeft een betaalbaar flatje voor haar, maar dan komt ze tussen een aantal ongure types te wonen en dat wil ze niet.
Ze zal echter toch iets moeten, want haar huidige woning wordt binnenkort gesloopt en ze wist trouwens al langer dat ze hier niet kon blijven wonen.
De vraag waar ze heen moet, wordt echter iedere dag nijpender en houdt haar dus uit haar slaap. Zeker omdat er in de plaatsen om haar heen ook alleen maar dure huizen te huur staan en de enkele betaalbare woning die soms op de markt komt binnen een dag weer verhuurd is.
Ondanks de verschrikkelijk onzekere en nare periode waar ze in zit, is ze nog steeds blijven werken. Al is dat met dank aan haar chef die haar de gemakkelijkste klusjes geeft en erg tolerant is als ze óf te laat komt óf eerder weg wil.
Hoewel ze vanwege alle spanningen weinig trek in eten heeft, probeert ze toch te ontbijten. Met een lege maag gaat ze zich gedurende de dag namelijk steeds beroerder voelen en ze is een paar dagen geleden zelfs al een keer bijna flauw gevallen.
Omdat ze dit niet nog eens mee wil maken en ook de ziektewet niet in wil, propt ze twee boterhammen naar binnen en loopt ze een kwartiertje later een beetje verdwaasd door alle narigheid de deur uit.
Onderweg naar haar werk denkt ze over haar leven na en komt ze net als altijd weer tot de conclusie dat het haar tot nu toe niet heeft meegezeten.
Al is dat misschien ook een beetje haar eigen schuld geweest. Ze had immers een geweldige vriend die stapel op haar was, waardoor niets een gelukkig leven in de weg leek te staan.
Zij wilde destijds echter niet gebonden zijn en verbrak daarom de relatie. Dat leek haar eerst een goede keuze, maar al snel besefte ze een enorme fout te hebben gemaakt.
Ze heeft ook alles gedaan om hem terug te krijgen, maar zonder resultaat. Hij wilde namelijk niet het risico lopen om nog eens door haar weggestuurd te worden en dat was voor haar het begin van veel ellende.
Ze heeft namelijk een hele tijd gigantisch gedronken, is aan de verdovende middelen geweest en had hierdoor op een gegeven moment erg veel schuld.
Door de hulp die ze is gaan zoeken, leek ze haar leven de laatste jaren weer aardig op de rails te hebben. Nu zit ze dus echter weer met de steeds groter wordende dreiging dat ze aan het eind van de volgende week dakloos is.
Haar zorgen worden met het verstrijken van de dagen steeds groter en daarnaast gaat ze zich elke dag eenzamer voelen.
Dat is niet raar, want haar ouders zijn al vrij jong overleden, broers en zussen heeft ze niet en met haar verdere familie heeft ze nog nooit contact gehad. Plus dat ze veel minder goede vrienden en vriendinnen blijkt te hebben dan ze altijd heeft gedacht.
Als ze bij het begin van de laatste week in haar oude huis nog steeds geen andere woonruimte heeft gevonden, neemt ze een drastisch besluit. Ze beslist namelijk om dan maar in haar auto te gaan wonen. Het is immers zomer, dus van de kou kan ze geen last hebben.
Ze zit alleen met douchen, maar dat kan wel bij haar beste vriendin. Die heeft haar namelijk ook een kamer aangeboden, maar omdat zij en haar vriend amper ruimte voor zichzelf hebben, heeft ze die geweigerd.
Douchen is echter een ander verhaal. Zeker omdat ze ervoor betaalt en daarmee maakt ze het haar vriendin financieel gezien dus ook nog iets gemakkelijker.
Hoewel het haar eerst een prima plan leek om in haar auto te gaan slapen, begint ze er elke dag meer tegenop te zien. Omdat ze geen andere optie heeft en sterk wil zijn, zet ze echter wel door.
Daarom rijdt ze, na ’s ochtends haar kleding en wat prulletjes achter in de auto te hebben gezet, vrijdags aan het einde van de dag niet naar huis, maar naar het bos.
Haar collega’s vroegen nog of ze mee ging iets drinken, maar daar had ze geen zin in. In tegenstelling tot de anderen, die de vrijdag als een feestelijk begin van het weekend zien, voelt zij zich namelijk verre van vrolijk.
Als ze haar auto op een bospad heeft gezet, dringt het pas goed tot haar door in welke situatie ze zit. Ze moet overdag werken en kan ’s avonds naar buiten, maar een groot deel van de tijd en zeker ’s nachts zal ze in haar Opel moeten vertoeven.
De gedachte aan dat laatste maakt haar opeens angstig. Wie weet immers wat hier ’s nachts voor mensen lopen. Daarom besluit ze op zoek te gaan naar een beschut plekje waar ze zich wat veiliger zal voelen.
Als ze een half uur zonder resultaat rond heeft gereden, beseft ze echter dat dit alleen benzine kost en hoewel ze best iets geld heeft, wil ze het niet onnodig uitgeven. Wie weet immers waar ze haar centen nog voor nodig heeft.
Daarom rijdt ze eerst even naar de snackbar om iets te eten en daarna weer terug naar het bos. Daar blijft ze over een mogelijke oplossing nadenken en omdat het niet in haar karakter zit om af te wachten, besluit ze om nog maar eens bij dat flatje te gaan kijken waar de woningstichting het over had.
Dat kan dan wel niet ideaal zijn, maar ze moet toch wat en begint steeds meer tegen de komende nacht op te zien. Als ze bij de flat komt en wat, volgens haar, enge kerels bij de ingang ziet staan, rijdt ze echter zonder te stoppen door.
Als ze even later bij de verkeerslichten voorgesorteerd staat om weer richting het bos te rijden en opzij kijkt, schrikt ze verschrikkelijk. Ze kijkt namelijk in de ogen van Ton, haar vroegere vriend, en beseft meteen dat hij natuurlijk ziet wat er achter in haar auto ligt.
Omdat ze voor hem absoluut niet wil weten wat er aan de hand is, is ze dolblij dat haar licht snel groen wordt en ze na een groet en een glimlach verder kan.
Even is ze opgelucht, maar als ze een paar minuten later in haar spiegel kijkt, schrikt ze opnieuw. Ton rijdt namelijk achter haar en ze beseft gelijk dat dit niet zomaar is.
Eerst wil ze naar haar vriendin rijden, aanbellen en net doen of er niets aan de hand is. Dan beseft ze dat ze hier alleen zichzelf mee heeft en rijdt ze door naar het bos. Als ze daar stopt en uitstapt, komt Ton ook zijn auto uit.
‘Hoi. Als ik achter in je auto kijk, besef ik dat de verhalen die ik over je heb gehoord waar zijn. Ben je al langer dakloos of pas net?’
‘Het gaat vannacht mijn eerste nacht in de auto worden.’
‘Was er echt geen andere oplossing?’
‘Ik kon naar een flatje aan de andere kant van het dorp, maar daar zou ik me geen moment veilig voelen. Niet dat ik erop zit te wachten om ’s nachts hier in het bos te zijn, maar dat lijkt me toch nog beter.’
Ton kijkt haar even doordringend aan.
‘Ik had nooit verwacht dat het leven je zo door je vingers zou glippen. Het leek juist altijd dat je alles kreeg wat je wilde. Nadat je onze relatie verbroken had, was ik er daarom vast van overtuigd dat je met een rijke vent in een villabuurt zou gaan wonen. Het is echter anders gelopen en dit had je vast niet verwacht toen je me de bons gaf?’
Renske weet dat Ton gelijk heeft, maar irriteert zich mateloos aan zijn woorden en wil hem daarom vragen of hij wil vertrekken. Hij maakt het echter nog veel moeilijker voor haar.
‘Ik heb je verteld waarom het tussen ons nooit meer iets gaat worden en ik ben trouwens dolgelukkig met mijn huidige vriendin. Toch wil ik je wel helpen. Achter mijn huis staat namelijk een piepklein zomerhuisje en daar kun je in. Het is qua ruimte nogal behelpen, maar je hebt in ieder geval een dak boven je hoofd. Maak jezelf echter niet wijs dat er op den duur weer een relatie met me inzit, want dat is definitief voorbij. Nou, denk er maar over. Als je interesse hebt, zie ik je straks vanzelf verschijnen en anders dus niet.’
Als Ton weg is, is Renske er eerst van overtuigd dat ze niet op zijn aanbod ingaat. Van iemand die haar zo de les leest, hoeft ze immers geen hulp. Plus dat ze ook nog te veel om hem geeft om hem iedere keer met die ander te willen zien.
Als het wat donkerder is geworden en ze een auto met daarin wat vreemde figuren langs heeft zien komen, start ze echter toch haar auto. Ze heeft haar gat nu eenmaal verbrandt en beseft dat ze dus niet aan de blaren ontkomt.
Reacties
Let op: HTML wordt niet vertaald!