Afgelopen zomer, lente en een deel van de herfst leverde dat geen problemen op, want toen kon hij vanwege de temperatuur overal wel slapen waar hij niet nat regende en niemand hem zag.
Omdat het inmiddels tegen de winter loopt en een stuk kouder is geworden, kost het hem de laatste dagen echter wel veel moeite om iets te vinden.
Het beste zou hij natuurlijk een woning kunnen hebben en die is er misschien wel, maar dan staat hij bij een gemeente geregistreerd en daar heeft hij geen zin in. Hij moet namelijk nog de nodige schulden afbetalen en heeft tot een tijdje geleden drommen deurwaarders achter zich aangehad.
Het gevolg van zijn schuld was dat hij amper nog geld had om te leven en voor zijn gevoel door iedereen en alle instanties in de gaten gehouden werd.
Hoewel hij dit niet raar vond en ook wel begreep dat zijn schuldeisers hun geld wilden hebben, kreeg hij na een tijdje toch het gevoel dat hij stapelgek werd van deze situatie. Zeker nadat zijn vrouw hem had verlaten en het voelde alsof hij alleen op de wereld was.
Daarom heeft hij destijds een tas met hoognodige spullen ingepakt, zijn laatste paar euro’s van de bank gehaald en bij de gemeente een briefje in de bus gedaan dat hij vertrokken was.
Vervolgens is hij naar een ander deel van het land gegaan en daar weet hij zich, tot op heden, vrij goed te redden. Hij heeft daarom ook nog geen spijt van zijn besluit gehad.
Niet dat hij de rest van zijn leven dakloos wil blijven, maar nu kan hij tenminste tot rust komen en nadenken hoe het verder moet. Dat is wel nodig ook. Naast een leger aan schuldeisers zit hij namelijk ook nog met de afwikkeling van zijn bedrijf.
Hij was een jaar of drie, vier geleden namelijk zo dom om, ondanks diverse waarschuwingen van kennissen, een nogal onbetrouwbaar persoon als partner in zijn bedrijf te halen.
Eerst leek dat een goede beslissing te zijn geweest, want het bedrijf ging, vooral door het geïnvesteerde geld van zijn zakenpartner, steeds beter draaien. Bijna twee jaar geleden stonden echter opeens zowel de FIOD als drommen agenten en rechercheurs voor zijn deur.
Zijn zakenpartner had namelijk, zonder dat hij er iets van wist, nog een bedrijfje in het pand gevestigd en dat zat vol met zowel verboden middelen als een massa zwart geld.
Het gevolg was dat hij voor het eerst van zijn leven werd gearresteerd en dat was een vreselijke ervaring. Gelukkig voor hem werd het justitie al snel duidelijk wat er was gebeurd en daarom duurde zijn gevangenschap niet lang.
De ellende betekende wel de nekslag voor zijn bedrijf en omdat zijn partner opeens met de noorderzon was vertrokken en geen eigendommen achter had gelaten, draaide hij voor alle ontstane schulden op.
Momenteel telt echter alleen de korte termijn voor hem en dat is onderdak voor vannacht en het liefst de eerste tijd vinden. Dat lijkt echter heel moeilijk te worden, want hij ziet alleen weilanden en boerderijen om zich heen.
Als hij langs een kleiner boerderijtje komt en de boerin een schuur dicht ziet doen zonder af te sluiten, ruikt hij echter zijn kans. Hij zal daar niet voor langere tijd kunnen slapen, maar vannacht wel. Als er dieren in die schuur zitten, kan er trouwens ook wel hooi zijn en dat is heerlijk om in te liggen.
Hij moet alleen zorgen dat niemand hem naar binnen ziet gaan, maar dat mag geen probleem zijn. Als hij even wacht is het namelijk donker en morgenochtend moet hij trouwens ook weer ongezien weg kunnen komen.
Zeker als hij, net als normaal, tegen vijf uur wakker wordt. Als Ernst een half uurtje later toch wel nieuwsgierig de deur van het schuurtje opent, ziet hij een aantal schapen maar ook hooi en daar maakt hij gelijk een bedje in.
Ondanks dat de dieren wat geschrokken op hem reageren, duurt het daarom niet lang voor hij als een blok in slaap valt. Natuurlijk zorgt zijn heerlijke slaapplek voor een perfecte nachtrust, maar het lijkt hem een ander probleem op te leveren.
Van dat vijf uur wakker worden komt namelijk niets terecht, want hij doet zijn ogen pas open als er tegen half zeven iemand aan zijn schouder trekt.
Het duurt heel even voor hij beseft waar hij is, maar dan dringt het tot hem door dat dit de vrouw is die hij gisteravond zag.
Hij baalt er enorm van dat ze hem gevonden heeft. Voor een deel uit schaamte, maar ook omdat dit nu zijn eerste en gelijk zijn laatste nacht hier is geweest en dat is jammer. Het valt hem trouwens op dat ze niet onvriendelijk doet, maar daar durft hij geen conclusies aan te verbinden.
‘Goedemorgen.’
‘Hallo. Sorry dat ik van uw schuurtje gebruik heb gemaakt. Ik ga zo snel mogelijk weg en u zult me hier niet nog eens vinden.’
‘Doet u dit vaker?’
‘Ja, ik ben nu een maand of zeven, acht dakloos. Het is echter niet mijn bedoeling om u met mijn problemen lastig te vallen en daarom ga ik dus maar. Bedankt voor afgelopen nacht.’
Als Ernst naar de deur wil lopen, pakt de boerin hem bij zijn arm.
‘Ik kan best een domme fout maken, maar je ziet er betrouwbaar uit en daarom stuur ik je niet zomaar weg. Als je me vandaag helpt, kunnen we vanavond na het eten praten en kan ik je misschien helpen om je problemen op te lossen. Ik neem namelijk aan dat je niet zomaar in een schapenschuur gaat slapen.’
Ernst voelt zich blij worden, maar durft niet enthousiast te doen.
‘Ik heb niets met het boerenleven, maar ga mijn uiterste best doen om u te helpen en beloof om vanavond eerlijk mijn geschiedenis te vertellen.’
‘Dat is afgesproken en ik heet trouwens José.’
‘Ik Ernst.’
Ernst werkt zich de hele dag een slag in de rondte en als ze ’s avonds met een kopje koffie bij elkaar zitten, vertelt hij zijn verhaal. Als hij dat gedaan heeft, kijkt hij José even doordringend aan.
‘Je vindt me natuurlijk heel dom en dat begrijp ik. Ik ben namelijk veel te naïef geweest en had nooit voor mijn problemen weg moeten lopen. Dat ging echter vanzelf, want ik ben door alle ellende van een enorme berg gevallen en heb tijdens mijn val alleen geprobeerd om mezelf zo min mogelijk pijn te doen. Over iets vastgrijpen en weer naar boven proberen te klimmen heb ik dus niet gedacht. Bij jou proef ik echter begrip en bij de instanties waar ik ben geweest, werd alleen maar opgedreund wat ik allemaal fout had gedaan. Nou, dat wist ik zelf ook wel.’
José glimlacht.
‘Dat komt misschien omdat mijn leven tot op heden evenmin over rozen is gegaan, maar daar hebben we het misschien nog weleens over. Mijn broer is trouwens deurwaarder en wil zeker helpen om je ellende op te lossen. Als je dat niet wil, kun je nu gaan. Wanneer je wel geholpen wil worden, kun je hier echter voor kost en inwoning blijven werken. Als ik tenminste een boer van je kan maken, maar dat lijkt me geen probleem. Haal je alleen geen gekke dingen in je hoofd, want dat kun je per direct vertrekken en desnoods met geweld. Ik neem namelijk nogal een risico om een onbekend iemand in huis te halen en wil pertinent niet in de problemen komen. Zeg het dus maar. Als ik mijn broer bel, kunnen we vanavond nog aan de oplossing van je problemen beginnen.’
Ernst hoeft geen moment na te denken over zijn antwoord.
‘Bel je broer maar en vast enorm bedankt voor je hulp. Ik zal je goedheid niet beschamen en ben erg blij dat ik eindelijk iemand gevonden heb die me niet meteen veroordeeld, maar me weer de goede richting in wil duwen.’
Reacties
Let op: HTML wordt niet vertaald!