Waar hij zich wel enorm aan stoort, is dat er een straat verder een vrij ruim voetbalveld is, maar dat de jongens toch altijd hier voetballen. Daar zou hij echter ook nog wel overheen kunnen komen als de knapen niet zo verschrikkelijk brutaal waren en iedere keer weer voor enorm veel overlast zorgden.
De bal ligt namelijk bijna net zo vaak bij mensen in de tuin dan dat ze ermee aan het spelen zijn. Dat zou trouwens ook nog niet het ergste zijn als de knapen een beetje voorzichtig waren met de bloemen en planten die her en der staan. Ze kijken echter nergens naar en daarom sneuvelt er vrij regelmatig het een en ander.
Zelf heeft hij daar nog niet het meeste last van, want hij heeft grind in zijn tuin en maar een paar bloembakken en verder is hij nog heel goed in staat om de wel verniekle planten te herstellen of op te ruimen. Voor zijn buren vindt hij het echter veel erger. Die mensjes zijn namelijk een eindje in de tachtig en, jammer genoeg voor hen, al een tijdje niet meer in staat om de tuin zelf te doen.
De oudjes zijn dus afhankelijk van hun schoonzoon die om de twee weken alles in en om het huis bij komt houden. Als er bloemen vernield worden of een van de knapen met geweld door de tuin is gerend, zijn ze dus regelmatig verplicht om er een week of nog langer iedere dag naar te kijken. Dat doen ze dan ook, zij het met afschuw, want ze zijn nu eenmaal tot weinig anders meer in staat.
Wilbert heeft al eens aan de oudjes voorgesteld om met de ouders van de knapen te gaan praten of de politie te bellen, maar dat wilden ze niet. De kans dat ze dan als twee oude zeurpieten worden bestempeld en nog meer last van de jongen krijgen, is hen namelijk veel te groot. Jos staat nog steeds niet achter hun beslissing, want hij vindt het de normaalste zaak van de wereld dat ouders ervoor zorgen dat er niemand last van hun kinderen heeft.
Hij begint zich ook iedere keer meer aan de dagelijks terugkerende situatie te ergeren en als hij ziet dat een jongen met twee voeten in een bloemperk staat te springen, kan hij zich plotseling niet meer inhouden. Na een roffel op het raam te hebben gegeven, loopt hij dan ook zo snel hij kan naar buiten.
Daar grijpt hij de boosdoener nogal stevig bij zijn arm en schudt hem flink door elkaar. Daar blijft het niet bij, want het ventje is totaal niet onder de indruk van hem en daarom besluit Wilbert om de knaap bij zijn ouders af te leveren, zodat hij die mensen gelijk kan vertellen hoeveel last zijn buren en hij van de jongens hebben.
Het valt alleen niet voor hem mee om zijn plan uit te voeren. Het ventje wil namelijk eerst niet zeggen waar hij woont en als hij dat uiteindelijk toch heeft gedaan, blijken zijn vader en moeder net even naar de supermarkt te zijn en er alleen een broer van een jaar of 17 in de kamer te zitten.
Wilbert moet dus zonder zijn verhaal te hebben gedaan naar huis, maar daarnee is de kwestie voor hem nog niet voorbij. Als een half uurtje later de bel gaat en hij opendoet, staat hij namelijk oog in oog met een vreselijk kwaad kijkende man.
Wilbert beseft meteen dat dit de vader van de jongen is die hij thuis heeft gebracht en er van normaal praten met deze man weinig tot niets zal komen. Hij heeft gelijk, want hij krijgt, zonder dat er iets gezegd wordt, een enorne kopstoot en daardoor zakt hij bewusteloos in elkaar.
Lichamelijk zijn de gevolgen gelukkig niet ernstig, maar psychisch krijgt hij het wel heel moeilijk. Hij kan zich namelijk niet voorstellen dat er mensen zijn die dit doen. Vooral niet omdat hij de jongen alleen stevig vastgepakt heeft, maar verder niets heeft gedaan.
Natuurlijk heeft hij niet aardig tegen het ventje gedaan, maar had hij het daar zelf niet naar gemaakt? Wilbert blijft vinden van wel, maar de woeste vader blijkbaar niet.
Reacties
Let op: HTML wordt niet vertaald!