'Toen ik vanmiddag ging tanken, hoorde ik dat ze die kerel van Schremmingen hadden opgepakt voor de inbraak bij dat grote huis daar bij de markt.'
Terwijl Paul net doet of hij het bericht voor kennisgeving aanneemt, praat zijn vader verder.
'Heb jij daar nog niets van gehoord? Je gaat toch regelmatig met die man zijn dochter om? Ik weet niet hoe close je met haar bent, maar ik zou haar vanaf nu maar een beetje links laten liggen. Ik moet er namelijk niet aan denklen dat je een crimineel als schoonvader krijgt.'
'Weet je wel zeker dat het waar is wat je zegt. De mensen in het dorp roddelen namelijk nogal graag.'
'Volgens mij geef je echt om die familie, want normaal gesproken twijfel je nooit aan mijn woorden. Vergeet dat meisje echter maar en zij komt er hier in ieder geval niet in. Ik voel me niets beter dan ieder ander, maar heb namelijk wel een gruwelijke hekel aan oneerlijke mensen.'
'Stel nu dat die man daar echt ingebroken heeft, wat ik dus nog niet geloof. Waarom zou je zijn dochter daar dan op aankijken? Dat zou ik hartstikke onredelijk vinden, want zij kan er toch niets aan doen?'
'Jongen, je hebt het behoorlijk te pakken, maar denk na. Een appel valt toch immers nooit ver van de boom. Wil jij dan later zo graag iedere keer de politie aan de deur omdat je vrouw weer eens gestolen of ingebroken heeft?'
Omdat Paul niet meer weet wat hij moet zeggen en tevens beseft dat verder praten totaal geen zin heeft, loopt hij zwijgend naar de gang. Daar pakt hij zijn jas om vervolgens naar buiten te gaan. Eerst wil hij meteen naar Renate toe om haar te vragen of het verhaal van zijn vader waar is, maar dan besluit hij de andere kant op te lopen.
Er gieren hem namelijk heel veel gedachten door zijn hoofd en door al zijn mooie toekomstdromen lijkt ineens een grote streep te zijn gezet. Zijn vader heeft hem namelijk wel aan het denken gezet, want wie zegt hem dat Renate echt anders is dan haar vader.
Een paar meter verder gaat hij stilstaan en geeft hij zichzelf een flinke klap in zijn gezicht. Het dringt namelijk tot hem door dat hij nu net zo snel oordeelt als zijn pa en daar schaamt hij zich verschrikkelijk voor. Als hij echt om Renate geeft en dat doet hij, hoort hij haar namelijk niet gelijk af te vallen.
Zonder reden slecht over mensen denken is sowieso erg zwak en onredelijk, maar in zijn geval is het dus ook nog erg. Hij moet juist naar Renate toe gaan om haar te steunen en dat doet hij dan ook.
Daarom drukt hij een minuut of tien later bij Renate op de bel. Ze doet met een door verdriet getekend gezicht open en omdat Paul geen idee heeft wat hij moet zeggen, slaat hij zijn armen maar om haar heen.
Omdat het meisje vreselijk begint tr huilen, staan ze een hele tijd zwijgend bij elkaar. Uiteindelijk lopen ze toch naar de kamer en daar hoort Paul van een wanhopige moeder en dochter dat hun man en vader onterecht is opgepakt. Omdat hij de dames op hun woord gelooft, besluit hij alles te doen wat in zijn vermogen ligt om het tweetal te helpen.
Als de telefoon gaat, komt er aan alle verdriet echter geheel onverwacht een eind. Renates vader belt namelijk dat hij is vrijgelaten, omdat de politie tot de conclusie is gekomen dat ze de verkeerde te pakken hadden. Op de camerabeelden was wel iemand te zien die heel veel op hem leek en hij was de avond ervoor ook nog bij de mensen aan de deur geweest. Na verhoor en een nieuwe bestudering van de beelden waren ze echter tot de conclusie gekomen dat hij toch niet de dader was.
De vreugde is hierdoor natuurlijk erg groot en na een uiterst gezellige avond gaat Paul dan ook met een fijn gevoel naar huis. Daar wacht hem echter de grootste teleurstelling van zijn leven. Zijn vader, die nog tv zit te kijken, blijkt namelijk nog steeds niet voor rede vatbaar te zijn.
'Denk jij nu echt dat ze die man ten onrechte hebben gearresteerd? Hij zal namelijk echt wel vaker met de politie in aanraking zijn geweest, want anders hadden ze hem niet opgepakt. Als ze meer bewijs hebben, kunnen ze hem trouwens altijd nog weer opsluiten. Hou daar dus maar rekening mee. Zeker als hij al een strafblad heeft en die zal hij best hebben. Mijn mening is in ieder geval niet veranderd. Die Renate komt er hier dus niet in,'
Deze woorden komen zo koud bij Paul binnen, dat hij, hoewel het al bijna elf uur is, zonder iets te zeggen opstaat en de deur weer uitloopt. Buiten denkt hij even na wat hij zal gaan doen. Eerst wil hij weer naar Renate gaan, maar hij is bang om haar feestvreugde te bederven en daarom doet hij dat maar niet.
Hij zal komende nacht echter toch ergens moeten slapen en dat zal niet meevallen, want waar moet hij immers een plekje vinden. Om het zichzelf wat gemakkelijker te maken, besluit hij eerst maar naar de benzinepomp te gaan om wat sterke drank te kopen. Daar slaapt hij namelijk altijd heel goed van en dat is voor de komende nacht wel lekker.
Als hij een kwartiertje later met zijn drankvoorraadje in het bos loopt, dringt het tot hem door dat zijn vader de plank vanavond wel heel erg heeft misgeslagen. Plotseling ziet hij namelijk het licht van een fiets en die is van Renate. Zij en haar ouders blijken namelijk heel anders over hun medemensen te denken dan bij hem thuis.
'Hoi. We werden gebeld dat jij in de richting van het bos liep. Omdat we dit vreemd vonden, zijn mijn vader en moeder een stukje verderop aan het zoeken en ben ik dus hier. Wat is er aan de hand en waarom heb je me niets verteld?'
Als het meisje Pauls heeft gehoord, is ze kort en bondig in haar reactie.
'Vanavond was jij er voor mij en nu ben ik er voor jou. Kom dus maar met me mee. Bij ons kun je slapen en blijven zolang je wil. Als je vader tenminste niet van mening verandert.'
Paul gaat heel graag op het aanbod in en beseft dat Renate en hun familie harten hebben die niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen kloppen.
Reacties
Let op: HTML wordt niet vertaald!