'Jawel. We hebben een vergadering met de begeleiders van de jongere jeugd om ze de nieuwe wedstrijdvormen uit te leggen.'
'Kun je dat niet afzeggen? Het is toch veel verstandiger om je bed in te duiken. Je hoest als een gek, hebt het zweet op je voorhoofd staan en je ziet eruit alsof je onder een olifant hebt gelegen. Met een beetje pech, heb je binnenkort een longontsteking en dan ben je verder van huis.'
'Dat is waar, maar deze afspraak staat al even en daarom wil ik niet afzeggen. We moeten voor het nieuwe seizoen begint namelijk wel alles goed besproken hebben.'
'Zijn jullie daar dan niet hartstikke laat mee?'
'Jazeker, want de bijeenkomst van vanavond is volgens mij al vier keer afgelast en verschoven.'
'Waarom dan?'
'Omdat er steeds een aantal mensen niet konden.'
'Die zeggen dan toch ook af. Waarom doe jij het dan niet?’
‘Omdat ik me niet ziek genoeg voel om thuis te blijven.’
'Je bent gek als je gaat.'
'Misschien is dat zo, maar ik kleed me dik aan, zet de auto naast de kantine en het is daar lekker warm.'
'Laten we er maar over ophouden, want je laat je door mij toch niet op andere gedachten brengen.'
Hans lacht wat, maar zegt niets meer en pakt zijn jas.
'Ik hoop niet zo laat thuis te zijn.'
'Zie maar.'
'Ben je boos op me dat ik toch ga?'
'Nee, maar verdrietig dat je de club belangrijker vindt dan je gezondheid.'
'Daar gaat het niet om. Ik ben een man van mijn woord en daarom zeg ik alleen af als het echt niet anders kan.'
'We hebben het er nog wel een keer over.'
'Is goed.'
Als Hans naar de auto loopt en weer een hoestbui krijgt, wordt hij opeens enorm duizelig. Daarom wil hij even bij het hek blijven staan om zich vast te houden. Omdat hij weet dat Julia hem altijd nakijkt, wankelt hij echter door naar de auto en laat hij zich als een vaatdoek op de bestuurdersstoel vallen.
Om vanavond geen moeilijke vragen van zijn vrouw te krijgen, rijdt hij gelijk en met een flinke vaart weg. Even verderop begint hij echter zo te hoesten, dat hij niets anders weet te doen dan even te stoppen.
Het duurt zeker tien minuten voor hij zich weer in staat voelt on door te rijden, maar zelfs dit brengt hem niet op andere gedachten. Hij is wel ziek, maar zeker nog in staat om zijn afspraak na te komen.
Als hij de kantine binnenloopt, heeft de secretaris een onaangename verrassing voor hem.
'Wij zijn vanavond de enige bestuursleden.’
‘Waarom?’
'Ruud is verkouden, Jaap voelde zich moe en Erik had last van een ontstoken vinger.'
'Wat zijn dat voor smoesjes? Ik heb straks ruzie met mijn vrouw die wilde dat ik in bed kroop, maar ben er toch ook?'
De secretaris schudt een paar keer met zijn hoofd.
'Wij zijn nog van de generatie die alleen afzegt als ze echt iets mankeren. Al had jij wel naar je vrouw moeten luisteren. Man, je spot met je gezondheid.'
'Valt wel mee. Kom laten we naar de bestuurskamer gaan. Ik vind namelijk niet dat we de leiders en trainers weer naar huis moeten sturen. Als we op tijd beginnen, kan ik trouwens ook vroeg naar huis. Er zullen daar al wel wat mensen zitten, want hier tel ik er maar een stuk of zeven.'
‘Wacht even. Dan kijk ik op mijn telefoon om te zien of er iemand heeft afgezegd. Oei, ik heb wel wat afmeldingen.’
‘Nee toch. Wie komen er niet en waarom niet?'
'Gerard moet bij zijn schoonmoeder klussen. Henk gaat met zijn vrouw naar een concert. John zijn vrouw ligt met griep op bed. Erik moet naar de kapper en Paul zegt aan een avondje rust toe te zijn.'
'Het is toch niet te geloven dat iedereen zo gemakkelijk afzegt. Je hebt deze vergadering minstens drie weken geleden doorgegeven en iedereen weet dat we belangrijke dingen gaan bespreken. Dat kunnen ze toch zorgen dat ze er zijn en dan al die flauwe redenen die ze opgeven.'
Sjaak, de secretaris, geeft niet meteen antwoord en dat maakt Hans helemaal razend.
'Of vind jij het soms normaal dat John niet komt omdat zijn vrouw op bed ligt en Erik kan toch ook morgen naar de kapper. Plus dat Paul maf is met zijn avondje rust. Het is immers juist ontspanning om hier een paar uur over voetbal te kletsen?'
'Je hebt gelijk, maar niet iedereen denkt zo.’
'Blijkbaar niet. Kom, laten we naar de bestuurskamer gaan en hopen dat de rest van de mensen daar zit. Als ik hier blijf staan mopperen, komt er van vergaderen immers zeker niets. Jongens, gaan jullie mee?'
Als Hans in de bestuurskamer komt, kan hij zijn ogen niet geloven. Er zit namelijk niemand en dat betekent dat hij met zijn zieke lichaam voor niets is gekomen. Dat frustreert hem zo, dat hij woest begint te schreeuwen.
'Waar zijn die lui? We hebben pas toch duidelijk afgesproken dat ze zich af zouden melden als ze niet op een vergadering konden komen?’
'Misschien hebben ze een mailtje gestuurd?'
'Dat kan, wamt iedereen mailt of appt tegenwoordig. Dan hoeven ze met niemand te praten en komsn ze gemakkelijk onder hun verplichtingen uit.'
'Als iemand doodziek is, kan ik me voorstellen dat hij of zij liever een berichtje stuurt dan belt.’
‘Dat is waar. Kijk daarom maar even op de computer.'
‘Doe ik.’
Sjaak heeft het al snel gezien.
'De rest heeft via email afgezegd.'
'Natuurlijk ook met smoezen die nergens op slaan.’
'Niet allemaal, want Jop ligt met hoge koorts op bed.'
'Dan pleit het voor hem dat hij er toch nog aan gedacht hebben om zich af te melden.'
'Mee eens.'
'De vergadering blaas ik echter af. Ik ga namelijk niet alles aan een paar man uitleggen en het binnenkort nog eens aan de rest vertellen. Normaal zou ik dat geen probleem vinden, maar nu wel. Als iedereen zo gemakkelijk afzegt, ga ik namelijk toch maar naar bed.'
De secretaris die goed bevriend is met Hans, kijkt hem grijnzend aan.
'Je hebt gelijk dat er tegenwoordig voor elk wissewasje af wordt gezegd. Al ben jij het andere uiterste en je bent echt veel te ver gegaan. Het is klasse dat afspraken je heilig zijn, maar ziek is ziek en jij bent doodziek.’
‘Je hebt gelijk, dokter.’
Hans is inmiddels zo ziek, dat hij niet normaal meer na kan denken en bijna stapvoets naar huis rijdt. Daar gaat hij gelijk door naar bed. Pas vier dagen later praat hij er met zijn vrouw over wat hij heeft gedaan en nu is hij het helemaal met haar eens.
‘Ik heb ervan geleerd, Julia. Mijn gezondheid is veel belangrijker dan het voetballen. Ik had die vergadering af moeten zeggen, want ik was doodziek. Al kan ik er maar niet aan wennen dat iedereen tegenwoordig zo gemakkelijk met zijn of haar gemaakte afspraken omgaat.’
Reacties
Let op: HTML wordt niet vertaald!