Een eerlijke agent

Een eerlijke agent

Geplaatst op 25-1-2025 door henk doppenberg
Herman is nog maar net met zijn dienst begonnen als hij iemand zonder licht langs een nogal drukke weg ziet fietsen. Zonder dat hij met zijn collega Janet overlegt, geeft hij de fietser daarom een stopteken en als ze uitgestapt zijn, ziet hij dat hij zijn buurman staande gehouden heeft. 

Hij denkt even snel na over hoe hij dit aan moet pakken. Dat zijn buurman een bon krijgt, staat voor hem vast. Als hij dat niet doet, doet hij namelijk aan vriendjespolitiek en dat wil hij niet. Plus dat ze de opdracht hebben gekregen om iedereen die in deze donkere maanden zonder licht fietst een verbaal te geven.

Hij besluit het gesprek echter wel wat anders te voeren dan normaal, want om tegen zijn buurman formeel te doen, lijkt hem niet nodig. 
Daarom vertelt hij eerst tegen zijn collega wie ze staande hebben gehouden en begint hij vervolgens op een joviale toon te praten.

‘Hé buur. Je weet het zeker wel of niet?’
‘Natuurlijk, maar ik ben blij dat jij me laat stoppen en niet een ander. Nu kom ik er immers met een waarschuwing vanaf en anders had het me zestig euro gekost.’

‘Ik moet je teleurstellen, man. Als we elkaar nu bij ons in de straat hadden getroffen had ik het wel met een waarschuwing af kunnen doen of de andere kant op kunnen kijken, maar nu niet. We hebben trouwens de opdracht om iedereen die in deze donkere tijd geen licht op heeft meteen te bekeuren. Dus krijg jij ook een bon.’

Nu Hermans buurman heeft gehoord dat het hem geld gaat kosten, slaat zijn stemming als een blad aan de boom om. Zijn vriendelijke gezicht krijgt een harde trek en van rustig praten is geen sprake meer.

‘Ik heb altijd gemeend dat ik naast de enige redelijke agent van het land woonde, maar blijkbaar heb ik me vergist. Man, wat val jij me tegen. Krijgen jullie soms een premie voor iedere bekeuring die je uitschrijft en heb je niets beters te doen? Bijvoorbeeld wat meer inbraken oplossen en wat aan het probleem van die hangjongeren in het park doen.’

‘Buurman, maak nu geen problemen. Je weet dat ik geen dienstklopper ben en ook dat je in overtreding bent. Het is erg vervelend dat ik jou nu net tref, maar ik doe mijn werk. Ik begrijp best dat je het niet fijn vindt om een bon te krijgen, maar laten we dit als volwassen mensen oplossen.’

‘Had je me ook bekeurd als je alleen was geweest?’
‘Die vraag is niet relevant, want wij zijn altijd met z’n tweeën. Plus dat ik geen onderscheid kan maken tussen wie dan ook en de opdracht van mijn baas niet kan negeren.’
‘Volgens mij doet iedereen dat weleens.’

‘Wat zou je er dan van vinden als een collega van me zijn buurman door rood licht laat rijden en jou voor hetzelfde bekeurt?’
‘Je bent een echte ambtenaar. Die weten zich namelijk overal uit te praten. Geef me trouwens die bon maar, want dan kan ik verder.’

‘Je licht is kapot, dus je zult het laatste eind wel moeten lopen.’
‘Natuurlijk, gebruik je macht maar. Wie denk je dat je voor je hebt? Een jochie van tien? Een fijne vent ben je trouwens. Vorige week heb ik je nog een paar uur met die tuin geholpen en nu flik je me dit. Had ik maar geld voor die klus gevraagd dan had ik daar nu die boete van kunnen betalen. Ik dacht echter dat ik je mijn vriend was, maar dat had ik dus fout.’

Herman beseft dat hij de situatie met praten alleen maar vervelender maakt en daarom vraagt hij zijn collega om de bon uit te schrijven zodat ze verder kunnen. 

Hoewel hij de hele dag vrij druk is en zeker denkt te weten dat hij goed gehandeld heeft, blijft de confrontatie met zijn buurman hem wel in zijn hoofd zitten. 

Hij hoopt dat het gebeuren geen invloed gaat hebben op de band die zijn gezin en hij met de buren hebben. Ze wonen namelijk al jaren met  veel plezier naast elkaar en het zou zonde zijn als daar een eind aan kwam. 

Aan hem zal het niet liggen. Als de buurman gewoon blijft doen en bereid is om de zaak uit te praten, zet hij namelijk ook heel graag een dikke streep onder de zaak.

Als hij uit zijn werk komt, ziet zijn vrouw gelijk aan hem dat er iets is.
‘Volgens mij heb je geen plezierige dag gehad. Is er iets ergs gebeurd of was het alleen vervelend en wil je erover praten?’

Als Herman alles heeft verteld, legt zijn vrouw haar hand op zijn arm.
‘Volgens mij heb jij niets verkeerds gedaan. Al ben ik bang dat de buurman daar anders over denkt.’
‘Hoezo?’

‘Omdat hij normaal altijd zwaait als hij gaat werken en thuiskomt, maar tussen de middag twee keer stijf voor zich uit keek. Plus dat Luuk en Lara vanmiddag ook niet hier zijn geweest om de kinderen op te halen, maar gelijk door naar school zijn gegaan.’

‘Tjonge, wat naar. Wat is nu echter wijsheid? Ik wil het graag goed houden met hen, maar kan slecht mijn excuses aan gaan bieden. Dat zou immers betekenen dat ik spijt heb en dat heb ik niet. Hij moet als volwassen man trouwens beseffen dat het gevaarlijk is om zonder licht te fietsen. Plus dat het in de krant heeft gestaan dat we in deze donkere tijd niet waarschuwen, maar meteen bekeuren. Als hij bijna thuis was geweest hadden we hem wel kunnen matsen. Officieel was ik dan fout geweest, maar ik denk dat mijn collega’s dat allemaal weleens zijn.’

Als ze de buurvrouw even later uitbundig zwaaiend langs zien fietsen, krijgt Hermans vrouw toch weer wat hoop dat het meevalt.
‘Zij doet gelukkig nog wel normaal.’
‘Klopt, maar ze is de hele dag wezen werken en weet waarschijnlijk nog niet wat er is gebeurd.’
‘Dat was ik even vergeten, maar die kans zit erin.’

Het wordt een sombere avond voor Herman en zijn vrouw. Vooral omdat eerst hun zoon en dochter met een triest gezicht komen vertellen dat de buurkinderen niet meer met hen willen spelen en de buurman even later weer met een kwaad gezicht en zonder te zwaaien langskomt. 

Als hij dat de volgende dag weer doet, hebben Herman en zijn vrouw het trieste gevoel dat er een eind is gekomen aan heel veel gezelligheid. Dat valt echter mee. Als 's avonds de bel gaat, staat de buurman namelijk met een drankenpakket op de stoep.

‘Mag ik binnenkomen om mijn verontschuldigingen aan te bieden? Er was gisterochtend namelijk maar één iemand fout en dat was ik. Jij deed namelijk je werk en ik moet, zeker als vader, beseffen dat fietsen zonder licht heel veel ellende op kan leveren. Sorry en je bent een topper dat je iedereen over één kam scheert.’
‘Zand erover, buurman. Kom binnen.’

 
Herman is politieagent, buurman op de bon, ruzie op te leveren, heel erg vervelend, na afgekoeld te zijn.

Reacties



Let op: HTML wordt niet vertaald!
Recente berichten
post image
Eens een dronkaard, altijd een dronkaard door henk doppenberg
Leo heeft roerige jaren gekend met veel alcohol en vechtpartijen. De gevangenis en een afkickkliniek hebben zijn leven echter veranderd, Helaas blijven de mensen hem als een dronkaard zien en dat wordt hem pijnlijk duidelijk na een ongeluk....
post image
Goedkoop en persoonlijk of duur en zakelijk? door henk doppenberg
Deborah wordtt door haar man aan de kant gezet en daardoor gaat haar dure vakantie niet door. Ze gaat nu mee naar Limburg voor een vakantie op de camping en daar leert ze liefde, respect en echte gezellugheid kennen,...
post image
Is mijn leven nu voorbij? door henk doppenberg
Ton heeft twee verbrijzelde benen aan zijn ongeluk overgehouden en meent dat zijn leven daardoor voorbij is. Mandy verandert echter zijn leven, want ze biedt hem begrip en een baan aan en blijkt de liefde van zijn leven te zijn....
post image
Mijn lieve moeder door henk doppenberg
Rob zijn moeder is oud en woont nog op zichzelf. Als ze is gevallen en niet meer alleen durft te wonen, blijkt er geen plek voor haar te zijn in de plaatselijke verzorgingstehuizen en daarom neemt Rob haar in huis....
post image
Geeft de politiek het goede voorbeeld? door henk doppenberg
Wilco ergert zich aan de woordkeus van de politiek, maar ook aan het onderuithalen van plannen zonder die eerst goed bestudeerd te hebben, Verder wil hij zelfvoorzienend zijn als het om voedsel gaat,...
post image
Slecht voorbeeld doet slecht volgen door henk doppenberg
Ronalds ouders vechten vaak en lijken dat heel gewoon te vinden. Dat vindt Ronald ook en slaat hij zijn vriendinnetje. Zijn vriendengroep reageert daar boos op en stuurt Ronald weg. Thuis legt zijn opa alles uit en gelukkig komt het weer goed,...
post image
Geen hoop meer op betere tijden. door henk doppenberg
Anton wil niet stoppen met de boerderij, maar zijn vrouw wil wel dat hij stopt. Dit levert heel veel dicussie en een tijdelijke scheiding van het tweetal op. Anton lijkt in de fles een nieuwe bondgenoot te hebben gevonden, maar kiest toch voor zijn vrouw....
post image
Hulp uit onverwachte hoek. door henk doppenberg
Rob drinkt graag een biertje en is niet van plan om daarmee te stoppen omdat zijn vader dat graag wil. Om zijn opa en oma te helpen, is hij echter wel bereid om minder vaak uit te gaan....
post image
Voorgetrokken of eerlijkheid? door henk doppenberg
Evert wordt bij een sollicitatie op zijn werk gepasseerd voor een collega die pas net in dienst is. Eerst vindt hij dat enorm oneerlijk en beschuldigt hij zijn werkgever van vriendjespolitiek, Zijn vrouw laat hem echter de realiteit zien....
post image
De buitenkant en de binnenkant. door henk doppenberg
pauls vader doet negatief over de vader van de jongen zijn meisje. Als hij de mensen echt leert kennen, draait hij echter om als een blad aan de boom en helpt hij hen zelfs....