Ze vindt zo’n sollicitatieprocedure altijd heel leuk. Ten eerste omdat ze het als een sport ziet om de beste man of vrouw voor een functie te vinden en ten tweede vanwege de manier hoe de mensen zich verkopen.
De gesprekken van vanochtend gaan niet anders dan normaal, want de sollicitanten zien er allemaal piekfijn uit en aan de verhalen te horen is er niet één die het aan zelfvertrouwen ontbreekt. Natuurlijk is niet alles overdreven wat ze zeggen, maar ze weet uit ervaring dat er regelmatig nogal ruimhartig met de waarheid wordt omgesprongen.
Net na de middag komt de laatste sollicitant binnen en die maakt voor hij iets heeft gezegd al indruk. Alleen niet op dezelfde manier als zijn voorgangers, maar vanwege zijn kleding. Hij heeft namelijk een vale spijkerbroek en een vuurrode fleecetrui aan en ziet er verder trouwens wel goed verzorgd uit.
Het hoofd verkoop kijkt Saskia daarom veelbetekenend aan, maar zij laat niets van haar gevoel merken en heet de man welkom. Het gesprek verloopt precies zoals de sollicitant gekleed is. Hij vertelt namelijk in eenvoudige woorden over zijn werkervaring en waarom hij heeft gesolliciteerd, maar van opsmuk, zoals bij de anderen, is bij hem geen sprake.
Ze zijn met deze man dan ook veel eerder uitgepraat dan met de andere sollicitanten en als hij de deur uit is gelopen, kijkt Saskia het hoofd verkoop doordringend aan.
‘Nou, zeg het maar.’
‘Ik vind het erg moeilijk. Er was er namelijk niet één, bij wie ik meteen het gevoel had van dat is hem of haar. Wel zijn er volgens mij twee afvallers. Namelijk die vrouw van de zuivel en die man van de supermarkt. Eerlijk gezegd kwam die laatste man het beste op mij over. Veruit zelfs. Als hij netter gekleed was geweest, was ik er dan ook wel uit geweest.’
Saskia is het met haar collega eens.
‘Je hebt gelijk en natuurlijk zegt kleding niet alles, maar je hebt gewoon veel eerder vertrouwen in een net gekleed iemand dan in een persoon die in zijn oude kloffie loopt. Hoe onterecht dat misschien ook is. Ik vraag me trouwens af of die man niet over zijn kleding heeft nagedacht voor hij hierheen kwam.’
‘Je zou denken van niet en daarmee heeft hij zichzelf tekortgedaan. Laten we echter ter zake komen. We nodigen Ruud en Christa dus uit voor een tweede gesprek en sturen de anderen bericht dat ze zijn afgevallen.’
‘Ik zou die laatste man nog niet afzeggen. Als het met die twee niets wordt, zullen we namelijk toch iets moeten en misschien kunnen we wel met hem over zijn kledingkeuze praten.’
Leo, het hoofd verkoop, zit even zwijgend voor zich uit te kijken en is het niet helemaal met Saskia eens.
‘Feitelijk gezien heb je gelijk. Ik heb bij iemand die slecht gekleed gaat echter altijd het gevoel dat hij van binnen net zo is als van buiten. Dus een rommelig persoon met weinig zorg voor wat hij of zij doet en daarom denk ik dat we hem niet moeten nemen.’
‘Oké, maar hij kwam wél heel betrouwbaar op ons over en ik geloof niet dat hij dingen heeft verteld die hij niet waar kan maken. Wat voor risico lopen we trouwens als we nog een keer met hem in gesprek gaan? Hij kan namelijk best een reden hebben om zich zo te kleden. Over die andere afvallers twijfel ik niet, maar over die laatste dus wel en daarom zou ik hem nog graag een keer willen spreken.’
‘Zullen we anders eerst met Ruud en Christa in gesprek gaan en daarna beslissen wat we met die laatste man doen?’
‘Daar ben ik op één voorwaarde mee eens. Namelijk dat we niet alleen voor één van die twee kiezen omdat we Tjeerd niet willen.’
‘Oké, dat spreken we af.’
‘Best. Zullen we die gesprekken komende dinsdag doen?’
‘Prima.’
Normaal denkt Saskia nooit over sollicitatiegesprekken na, maar dat is deze keer anders. Ze betrapt zich er de dagen die volgen namelijk herhaaldelijk op dat ze Tjeerd niet uit haar hoofd kan krijgen.
Omdat ze allebei single zijn, heeft ze zelfs even het gevoel dat het daardoor komt. Die gedachte stopt ze echter ver weg, want ze moet er niet aan denken om iets met een slecht geklede man te krijgen. Het punt is alleen dat ze Tjeerd iets treurigs uit vond stralen en daarom gunt ze hem de baan meer dan de andere sollicitanten en zoiets is haar nog nooit gebeurd.
Als Saskia vrijdagsavonds de snackbar binnenloopt om haar bestelling op te halen, schrikt ze nogal. Tjeerd zit namelijk in zijn eentje aan een tafeltje te eten en omdat hij zijn hand opsteekt, zwaait ze terug. Omdat ze weer dezelfde trieste blik meent te zien als bij de sollicitatie, volgt ze haar gevoel en loopt ze naar hem toe.
‘Hallo. Smaakt het?’
‘Ja. Lekker. Dank u.’
‘Doe maar ‘je’, hoor. We zijn hier immers niet op het werk en we kennen elkaar toch al een heel klein beetje?’
‘Dat is zo. Weet je trouwens al of ik voor een tweede gesprek wordt uitgenodigd? De baan is namelijk erg belangrijk voor me en dat heb ik tijdens dat gesprek waarschijnlijk te weinig benadrukt, maar dat is nu eenmaal mijn manier van doen.’
Omdat de man achter de toonbank meldt dat Saskia’s eten klaar is, staat ze even in dubio. Ze wil haar patat en snacks niet koud laten worden en voelt zich niet verplicht om aandacht aan Tjeerd te besteden, maar er is een stemmetje dat zegt dat deze man haar nodig heeft.
Als ze weer in zijn ogen kijkt, neemt ze daarom een besluit.
‘Heb je vanavond iets te doen?’
‘Nee, helaas niet.’
‘Heb je zin om mee naar mijn huis te gaan? Als ik het goed heb, ben je er namelijk wel aan toe om je hart een keer te luchten.’
‘Ik wil je niet tot last zijn, maar ga graag mee.’
Als ze een uurtje later met een kopje koffie op de bank zitten, begint Tjeerd met zijn verhaal.
‘Mijn ouders bezaten vele miljoenen waardoor ik opgegroeid ben in een wereld vol weelde. Dat lijkt voor veel mensen geweldig en het is natuurlijk ook niet vervelend om alles te kunnen kopen wat je wil. De keerzijde van de medaille was echter het uiterlijk vertoon waar ik mee te maken heb gehad. Mijn vader en moeder waren er dag en nacht mee bezig wat anderen van hen vonden en hoe er naar hen gekeken werd en leerden mij dat ik niets moest doen waar anderen iets van konden vinden. Ik heb daarom jaren in de duurste kleding gelopen, weet niet eens wat kattenkwaad is en uitgaan heb ik nooit gedaan. Belletje trekken en dat soort geintjes vonden ze bij mij thuis namelijk een zinloos tijdverdrijf en stappen was volgens hen iets voor dronkaards. Het ergste was dat ik hun mening normaal vond en het zonder nadenken accepteerde dat ze voor hun vrienden wel enorme feesten organiseerden die verre van netjes verliepen.’
‘Tjonge, wat een leven.’
‘Zeg dat, maar ik ben nog niet klaar. Ik was namelijk zo ongelukkig om verliefd te worden op de dochter van mijn ouders hun beste vrienden. Thuis vonden ze dat geweldig, maar ik besefte al snel dat ik dom was geweest en wilde de relatie verbreken. Toen ze zwanger was, en ik heb nog steeds het gevoel dat ze me bedrogen heeft, ben ik echter toch met haar getrouwd.’
‘Wat erg.’
‘Inderdaad en ik had veel eerder aan mezelf moeten denken. Mijn huwelijk was namelijk een groot drama zonder liefde, maar met nog meer uiterlijk vertoon dan ik thuis was gewend. Een jaar of zeven geleden ben ik echter gescheiden en het gevolg was ook een breuk met mijn familie. Door alle ellende ben ik toen vreselijk gaan drinken en in een afkickkliniek beland. Met succes, want ik heb nooit meer gedronken. Wel heb ik destijds besloten om altijd de Tjeerd te blijven die ik echt ben en me nooit meer met wat voor uiterlijk vertoon dan ook in te laten. Al sla ik wat het laatste betreft wel door, want ik had tijdens ons gesprek natuurlijk iets anders aan moeten trekken.’
Saskia denkt dat het hoofd verkoop haar wel zal begrijpen en neemt een rigoureuze beslissing.
‘Ik ga nu mijn collega bellen, maar je kunt ervan uitgaan dat je wordt aangenomen. De rest vertel ik je straks. Wat mij betreft gaan we trouwens vaker met elkaar afspreken, want ik vind je een heel aardige vent en leuke vriendschappen heb je immers nooit genoeg.’
Reacties
Let op: HTML wordt niet vertaald!