Zeker omdat Feyenoord morgen pas speelt en ze dus alle tijd heeft. Op de velden is nog niets te doen, maar in de kantine is het al vrij druk en daarom gaat ze naar binnen. Daar wordt ze geroepen door wat vrienden en vriendinnen en beseft ze al snel dat men, wat de gezelligheid betreft, niets te veel heeft gezegd.
Als ze na een paar drankjes met de hele groep naar buiten lopen omdat de wedstrijd zo begint, vindt Ellen het opeens nog veel leuker. Ze ziet Bert, een jongen waar ze op de HAVO bij in de klas heeft gezeten en heimelijk verliefd op was, namelijk langs de lijn staan. Omdat hij haar ook ziet en enthousiast zwaait, loopt ze naar hem toe.
‘Hoi, dat is een tijd geleden.’
‘Zeg dat wel. Hoe is het met je en kom je hier vaker?’
‘Met mij gaat het goed en ik ben de meeste zaterdagen bij de tegenpartij te vinden. Is het met jou ook goed?’
‘Het gaat uitstekend met me.’
Bert blijkt echt blij te zijn om Ellen weer te zien.
‘Tjonge, op school waren we onafscheidelijk, maar daarna was ons contact snel verwaterd. Dat heb ik een hele tijd erg jammer gevonden, want ik vond je hartstikke leuk.’
‘Ik ben nog steeds leuk, hoor.’
‘Zullen we het voetballen dan maar vergeten en naar de kantine gaan, want zoveel leuke dames ontmoet ik niet.’
Ellen begint te lachen.
‘Dat is een goed plan. Begrijp ik het trouwens goed dat je vrijgezel bent?’
‘Ja, ik heb wel wat relaties gehad, maar dat was steeds van korte duur. Ik neem echter aan dat een leuke meid als jij wel een vaste vriend heeft.’
‘Nee, ik ben alleen en heb zelfs nooit een vriendje gehad. Er zijn altijd wel jongens in mijn buurt, maar ik ben nog van niemand warm geworden.’
Het tweetal heeft elkaar zoveel te vertellen dat ze niet meer terug naar het veld gaan en verrast zijn als ze zien dat de wedstrijd voorbij is.
‘Het is afgelopen en dat is balen, want ik ben met mijn broer meegereden en moet dus weg.’
‘Dat hoeft niet, want we kunnen besluiten om er een gezellig dagje van te maken. Naar het dorp is hooguit tien minuten lopen en je mag mijn fiets vanavond of vannacht wel mee naar huis nemen.’
Als Bert enthousiast haar hand pakt, voelt Ellen weer het gevoel van school bij zich naar boven komen. Omdat ze dit veel te snel vindt gaan, dwingt ze zichzelf echter om daar niet aan toe te geven.
Het begint haar in de uren die volgen echter wel steeds duidelijker te worden dat ze haar oude schoolvriend nog steeds meer dan alleen leuk vindt. Omdat ze aan alles denkt te merken dat dit wederzijds is, voelt ze zich dan ook gelukkiger dan ze de laatste jaren is geweest.
Als ze, na heerlijk gegeten te hebben, een leuk café binnenlopen, volgt er voor hen allebei echter een ontluisterende ontnuchtering.
‘Ik ben hier nog nooit geweest, maar het ziet er gezellig uit. Als je het niet erg vindt, ga ik echter wel met mijn rug naar die Ajax vlag toe zitten. Het liefst zou ik dat ding van de muur trekken of ergens anders heen gaan, maar dit is de enige kroeg van het dorp.’
Bert kijkt haar aan alsof hij water ziet branden.
‘Dat meen je niet?’
‘Echt wel en je gaat me toch niet vertellen dat jij voor Ajax bent, want dat zou echt zonde zijn. Ik hoopte namelijk dat je na vandaag vaker met me af wilde spreken, maar ik denk er niet over om iets met een Ajacied te beginnen. Niet dat ik nu een hekel aan je heb, maar ik ben bang dat we door onze clubs wekelijks een paar keer ruzie hebben en dat moeten we niet willen. Ik weet ook zeker dat jij niet erg welkom bent bij mij thuis.’
‘Het zou raar zijn om meteen uit elkaar te gaan, maar er zit ook wat mij betreft geen volgende keer in. Wat jij over Ajax zei, geldt bij mij namelijk voor Feyenoord en mijn ouders zijn minstens zo fanatiek als die van jou en de rest van mijn familie trouwens ook. Dat zal veel van ons plezier bederven en daarom kunnen we beter niet aan een relatie beginnen.’
Het tweetal loopt ontgoocheld naar twee lege krukken, waar Ellen, na een vrij lange stilte, als eerste begint te praten.
‘En nu? We hadden het tot tien minuten geleden enorm gezellig en ik maakte stiekem al plannetjes voor de toekomst. Volgens mij voelde jij trouwens hetzelfde. Eigenlijk is het dus onzin om elkaar nu niet meer leuk te vinden en ons contact te verbreken.’
‘Je hebt gelijk, maar het punt is dat ik een enorme hekel aan Feyenoord heb.’
‘Dat heb ik aan Ajax.’
‘Zullen we dan meteen maar ieder onze eigen weg gaan? Nu we weten dat er geen vervolg komt, zal het de rest van de avond namelijk wel niet meer zo gezellig worden. Er komt vast nog wel een bus en als me dat te lang duurt, ga ik lopen.’
‘Niets ervan. We gaan op mijn fiets naar jou thuis en ik rij alleen weer terug. Het is goed weer en nog lang niet donker, dus dat kan best.’
Bert kijkt eerst bedenkelijk, maar gaat dan akkoord en daarom gaan ze een minuutje of vijf later toch gezellig kletsend op weg. Hierdoor nemen Ellens twijfels over hun besluit bij iedere trap die Bert doet meer toe.
Natuurlijk zal een relatie niet gemakkelijk worden. Dat kan echter nooit zo erg zijn als hem nooit meer zien.
Als ze aan vanmiddag en hun etentje denkt, wordt ze namelijk meteen weer overspoeld door een enorm geluk. Hierdoor beseft ze dat Bert veel belangrijker voor haar is dan Ajax en Feyenoord samen. Even twijfelt ze nog, maar dan weet ze wat haar te doen staat en geeft ze Bert een enorme roffel op zijn rug.
‘Wat is er?’
‘Als je hier rechts gaat, kom je toch bij dat park met die bankjes?’
‘Klopt.’
‘Wil je daarheen fietsen?’
‘Waarom?’
‘Dat vertel ik je zo.’
Als ze een paar minuten later bij het bewuste park zijn, springt Ellen met een enorme vaart van haar fiets en pakt ze Berts hand.
‘Kom, laten we daar gaan zitten.’
‘Best, maar je maakt me enorm nieuwsgierig.’
‘Dat begrijp ik. Eerst een vraag. Vind je mij leuk?’
‘Ja.’
‘Gewoon leuk of heel erg leuk?’
‘Superleuk en nog meer.’
‘Dat is dus wederzijds en daarom zijn we knetter om ons geluk weg te gooien voor die twee clubs. Ik ben stapelgek van Feyenoord en jij van Ajax, maar dat is toch veel minder belangrijk dan onze vriendschap en wat er nog meer tussen ons is. Jij hebt me vanmiddag een gevoel bezorgd dat ik nog nooit heb gehad. Het kan daarom best zijn dat ik al verliefd op je ben en dat kan ik toch niet negeren voor een stelletje voetballers die ik niet eens persoonlijk ken. Zij laten hun leven trouwens ook niet van mij afhangen, dus waarom zou ik het dan wel van hen doen?’
‘Je hebt gelijk en ook mijn gevoel geweldig mooi onder woorden gebracht. Ik heb me vanmiddag trouwens veel gelukkiger gevoeld dan bij het laatste kampioenschap van Ajax. Het zal dus best waar zijn dat de liefde voor een club heel anders is dan de liefde voor een meisje of een jongen. Al loop ik nu misschien wat te hard van stapel.’
‘Dat kan, maar je bent het wel met me eens dat er toch een vervolg op vanavond moet komen?’
‘Zeker en de avond is trouwens nog lang niet voorbij.’
‘Gelukkig niet.’
Ellen vliegt Bert om zijn nek voor hun eerste zoen en het duurt een hele tijd voor ze weer terugkeren in de realiteit.
‘Onze families zullen wel raar kijken als ze het horen en ons misschien wel belachelijk maken.’
‘Daar kunnen we nerveus van worden, maar het lijkt me beter om te denken dat wij veel wijzer zijn dan zij.’
‘Je hebt gelijk. Kom. We gaan nog heel lang genieten.’
Reacties
Let op: HTML wordt niet vertaald!