Omschrijving
Als Wout, de vader van Sjors, tegen half drie ’s nachts naar het toilet loopt en ziet dat zijn zoon nog niet thuis is, vreest hij het ergste. Het gaat namelijk al een tijdje niet goed met die jongen. Niet vanwege zijn gezondheid, maar des te meer door zijn gedrag. Hij is namelijk veranderd van een rustige knaap in een jongen die bij alle rellen, vechtpartijen en demonstraties in de buurt prominent aanwezig is. Omdat hij anders tegen deze tijd wel thuis is, zal er dus best iets gebeurd zijn. De vraag is alleen wat en hoewel Wout ook wel weet dat Sjors niet in zeven sloten tegelijk loopt, maakt hij zich behoorlijk zorgen.
Vooral omdat de sfeer op straat en in het uitgaansleven steeds vijandiger wordt. Het moment dat zijn zoon zwaargewond raakt of schade veroorzaakt waar hij de rest van zijn leven voor boeten moet, lijkt hem daarom niet ver weg.
Aan het ergste wil hij niet eens denken, want het kan ook een keer fataal aflopen voor Sjors. Hij staat immers altijd vooraan als er rottigheid is.
Als hij weer op de slaapkamer komt, blijkt zijn vrouw ook wakker te zijn.
‘Is Sjors er nog niet?’
‘Nee, helaas niet.’
‘Verdorie. En nu?’
‘Ja, geen idee.’
‘Hem bellen heeft geen zin?’
‘Nee. Ten eerste denk ik niet dat hij opneemt en ten tweede levert het alleen maar ruzie op. Zeker als hij onder invloed is en dat zal hij best zijn.’
‘Die kans is groot. We kunnen de politie bellen.’
‘Ja, maar als je 112 belt, zal men niet blij met je zijn en bij de meldkamer waarschijnlijk ook niet. Reken er namelijk maar op dat wij niet de enige ouders zijn die zich zorgen maken om hun kind en het is voor hen geen doen om die allemaal te woord te staan.’
‘Dat is waar. Het is trouwens ook niet hun schuld dat de jeugd er af en toe een potje van maakt.’
‘Klopt. Wij zijn verantwoordelijk en niet zij, maar wat moeten we nog doen om Sjors op het rechte pad te houden? Er zal best eens iets fout gegaan zijn bij zijn opvoeding, maar we hebben hem de laatste jaren niets in de weg gelegd?’
‘Dat klopt. Er zijn trouwens ook best momenten dat er prima met hem te praten is. Je moet alleen niet over de politie of de politiek beginnen, want dan wordt hij totaal andere jongen en is er niet normaal meer met hem te praten.’
‘Op zijn werk gaat het volgens mij wel goed.’
‘Klopt. Ik sprak een week of drie geleden zijn chef en die zei graag te willen dat iedereen zo’n instelling als Sjors had.’
‘Raar toch en hartstikke jammer dat het in de weekenden iedere keer weer fout met hem gaat.’
‘Ik ga morgen toch maar weer eens een poging doen om met over zijn gedrag te praten.’
‘Als hij dan maar thuis is en hij nog praten kan.’
‘Het is, denk ik, niet nodig om nu al van het ergste uit te gaan.’
‘Dat is waar, maar ik kan mijn gedachten helaas niet sturen.’
Als een paar minuten later de voordeurbel gaat, grijpen de beide ouders elkaar verschrikt vast.
‘Dat zal de politie wel zijn?’
‘Sjors kan ook dronken zijn en door iemand thuis worden gebracht.’
Kan, maar ik denk het niet.’
Sjors zijn vader heeft gelijk. Als ze het buitenlicht aandoen, zien ze namelijk twee agenten staan en daarom doen ze stijf van de spanning open.
‘Goedemorgen, meneer en mevrouw. Mogen we even binnenkomen? We hebben namelijk slecht nieuws voor jullie.’
‘Zeker. Kom verder.’
Als ze in de kamer zitten, vertelt de oudste agent waarom ze hier zijn.
‘Sorry dat we jullie laten schrikken, maar we komen met een boodschap over Sjors. Toen we net voor middernacht een jongen wilden arresteren, kwam hij zijn maat namelijk te hulp en besloten we hem ook mee te nemen. Er ontstond toen een enorme vechtpartij. Daarbij is jullie zoon met zijn hoofd op de stoeprand gevallen en in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht.’
Sjors zijn moeder begint enorm te huilen, maar zijn vader springt overeind.
‘Heren, bedankt voor de informatie. We kleden ons aan en gaan zo snel mogelijk naar hem toe.’
‘Doet u wel voorzichtig, meneer?’
‘Komt goed.’
Als Sjors zijn vader de agenten uit heeft gelaten, pakt hij eerst een glaasje water voor zijn vrouw.
‘Ik begrijp je schrik, maar probeer sterk te zijn.’
‘Ik doe mijn best. Ga maar vast naar boven. Ik kom eraan. Hoe eerder we bij Sjors zijn des te beter het is.’
‘Precies.’
Het omkleden gaat, ondanks alle spanning, vliegensvlug en daarom rennen ze een half uurtje later het ziekenhuis al in. Daar horen ze dat Sjors een bloeding in zijn hersenen heeft gehad en daardoor buiten bewustzijn en in levensgevaar is.
Hij is al wel geopereerd, maar men weet niet of dit afdoende is geweest en daarom zijn de eerste 48 uur cruciaal.
Dit is natuurlijk een enorm klap voor de beide ouders. Als ze op de intensive care komen en Sjors zien liggen, moeten ze daarom enorm hun best doen om rustig te blijven. Dat lukt, maar als er een uurtje later weer een bloeding ontstaat en er opnieuw geopereerd moet worden, is er alleen nog angst en paniek. Gelukkig valt het mee en daarom durven ze na een paar moeilijke weken zelfs aan een volledig herstel te denken. Zover is het echter nog lang niet, maar uiteindelijk mag hij naar huis.
Als hij, samen met zijn ouders, thuis de kamer binnenkomt en alles vol ziet staan met kaarten, bloemen en fruitmanden, reageert hij enorm opgetogen. Tot hij de kaart van de politie ziet.
‘Verscheur die maar. Ik had al een hekel aan die lui, maar nu hoeven ze er helemaal niet meer op te rekenen dat ze nog een goed woord van me krijgen. Ze hebben trouwens wel lef om me eerst te mishandelen en daarna een kaart te sturen.’
Sjors zijn ouders kijken elkaar even aan en zijn vader besluit dat dit het moment is om ernstig met zijn zoon te praten.
‘Was het echt hun schuld dat je in het ziekenhuis terecht bent gekomen?’
‘Ja, wie zou het anders gedaan moeten hebben?’
‘Waardoor ontstond die vechtpartij?’
‘Omdat ze Erik wilden arresteren.’
‘Was dat niet terecht?’
‘Alles wat de politie doet is onterecht. Zij hebben namelijk de opdracht van het kabinet om het iedereen zo lastig mogelijk te maken en die ministers zijn precies zo.’
‘Hoe kom je daarbij?’
‘Dat is niet zo moeilijk. Het begon met die corona. Iedereen moest een prikje, de kroegen moesten dicht en toen kreeg je die achterlijke avondklok en stonden ze gelijk klaar met een bon als je een minuut te laat op straat was. Verder had je die stomme mondkapjes. Men heeft die mensen in Groningen en die toeslagenouders laten barsten. Ze maken nu de boeren het leven zuur en waarom krijgen wij asielzoekers in het dorp?’
‘Wat wil je dan, Sjors? Die mensen aan hun lot overlaten?’
‘Nee, maar waarom worden die mensen allemaal in dorpjes gestopt en niet in de grote steden?’
‘Geen idee.’
‘Ik wel. In het westen wonen de meeste ministers met hun vriendjes en zij willen die mensen niet te kort in hun buurt hebben.’
‘Sjors, luister. Je noemt net meerdere zaken op die volgens jou verkeerd zijn gegaan en ik ben r niet in alles met je oneens. Het punt is alleen dat jou dat geen recht geeft om je te gedragen zoals je de laatste tijd doet. Je moppert op de politie, maar zij kunnen niets aan de besluiten van het kabinet doen. De agenten zorgen er alleen voor dat de regels nageleefd worden en als ze dat niet doen, wordt het pas echt een zootje. Ze zijn trouwens ook niet zo streng en kinderachtig als jij zegt. Als jij je een beetje gedraagt, heb je dus echt geen last met ze. Man, je maakt het jezelf onnodig moeilijk. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat je het leuk vindt om met iedereen ruzie te hebben en altijd boos te zijn.’
‘Nee, zo leuk is het allemaal niet meer.’
‘Waarom probeer je dan niet positiever te zijn?’
‘Jij vindt dus dat ik alles maar moet accepteren wat ons aangedaan wordt?’
‘Nee, maar met veel drinken, vechten en de boel vernielen, los je de problemen niet op.’
‘Hoe dan wel?’
‘Ik zou in ieder geval wat minder gaan drinken. Als je dat doet, weet ik namelijk bijna zeker dat je de problemen al snel een stuk minder erg vindt. Het heeft trouwens ook geen zin om je overal druk over te maken. Zeker niet aan de dingen die in Den Haag worden besloten, want daar veranderen wij toch niets aan. Al sla je tien agenten neer, dan nog blijft dat hetzelfde. Als je echt wat aan de problemen wil doen, kun je beter met iemand uit de politiek gaan praten. Desnoods doe je dat samen met je vrienden.'
Sjors zit zijn vader even aan te kijken, maar blijkt toch een beetje tot inkeer te zijn gekomen.
'Ik beloof niet dat ik vanaf nu een braaf jongetje ben, maar ergens geloof ik wel dat je gelijk hebt. Een biertje drinken met de jongens is erg leuk, maar steeds die ellende is niets en daar kan ik dus beter mee stoppen. Ik weet dus niet of me dat altijd lukt, maar ik ga wel mijn best doen.'
'Klasse, man en als ik ergens mee moet helpen of als je wil praten, sta ik voor je klaar.'
'Bedankt, pa.’

Forex square lavendel. Vierkantjes van forex, die je op meerdere manieren kunt combineren. Afmeting 20 x 20 cm en 3 mm dik. Geschikt voor binnen en buiten en ze kunnen hangen of staan.
KLIK HIER VOOR MEER SQUARES