Ouders hebben ruzie, maar kinderen zijn de dupe

Model: Ouders hebben ruzie, maar kinderen zijn de dupe
20 Excl. BTW: 20

0
Levertijd: 3-4 werkdagen

Omschrijving

Als de wedstrijd van de JO10-1 een minuut of tien aan de gang is, lopen de leiders Gerard en Aalt naar elkaar toe.
‘Wat zou er met Joep zijn? Afgelopen zaterdag was hij er al niet echt met zijn gedachten bij. Hij heeft de hele week niet getraind en vandaag is het helemaal niets met hem. Aan zijn gezicht te zien, is hij ook verre van blij en daarom schrik ik er niet van als hij zo begint te huilen.’
‘Je hebt gelijk. Ik heb geen idee wat er kan zijn, maar we moeten hem wel in de gaten houden.’
‘Als zijn ouders er waren, zouden we het aan kunnen vragen, maar ik ze al weken niet gezien.’
‘Ik ook niet en dat is eigenlijk vreemd. Normaal gesproken zijn ze er namelijk altijd. Zouden ze soms ziek zijn en iets ernstigs hebben of zou er iets met een opa of oma zijn? Als dat zo is, vind ik het niet vreemd dat Joep van slag is.’

‘Ik ook niet. Waarom zouden zijn ouders ons niet ingelicht hebben dat er iets met hem is.’
‘Geen idee. Toen verleden jaar Joeps stante overleden was, hebben ze me wel gebeld.’
‘Ze kunnen een goede reden hebben om nu niets van zich te laten horen. Misschien zitten ze in de financiële problemen, want er is immers niemand die zoiets graag aan de grote klok hangt.’
‘Nee, zoiets houdt men liever voor zichzelf. Nou, met een beetje geluk horen we straks wat er is. Hij kan trouwens ook geen zin meer in voetbal hebben en misschien wordt hij wel gepest?’
‘Laten we maar hopen dat het om iets onbenulligs gaat. Als Joep ons straks niets wijzer maakt, kunnen we trouwens even met zijn ouders bellen om te horen wat er is.’
‘Ja, laten we dat maar doen.’

Joep blijft afwezig heen en weer lopen en doet steeds minder aan het spel mee. Als de scheidsrechter voor de pauze fluit, lijkt er echter opeens iets met hem te gebeuren. Hij rent namelijk huilend naar zijn teamgenoot Ronnie toe en begint wild schreeuwend met hem te vechten. 
Dat duurt niet lang, want de leiders zijn er snel bij om de jongens mee naar de zijlijn te nemen. Zonder dat ze er naar hoeven te vragen, krijgen ze daar te horen wat er aan de hand is. Joep, die nog steeds stevig vastgehouden moet worden, laat ze namelijk flink schrikken.
‘Jongen, word toch eens rustig. Waarom doe je dit? Wat heeft Ronnie je gedaan?’
‘Hij niets, maar zijn moeder wel.’
‘Wat dan, jongen?’
‘Zij heeft mijn vader van ons afgepakt. Hij gaat bij haar wonen en laat ons alleen. Mijn moeder, zusje en broertje huilen daarom al bijna twee weken en ik ook. Ik wil daarom nooit meer met Ronnie voetballen en ga nu naar huis.’


Omdat dit het allerlaatste is waar ze op hadden gerekend, weten de leiders even niet wat ze moeten doen. Ze beseffen wel dat ze dit niet voorbij kunnen laten gaan. Leider Aalt begint daarom met Joep te praten.
‘Dat is heel erg. Heb je er echter wel aan gedacht dat Ronnie hier niets aan kan doen en het voor hem ook beroerd is. Ik denk zelfs dat hij het net zo erg vindt als jij.’
‘Ja Joep. Ik vind het ook vreselijk en ben erg boos op mijn moeder. Als zij bij papa was gebleven, hadden wij nu namelijk geen ruzie gehad.’

De knapen staan elkaar even zwijgend aan te kijken, maar dan slaat Joep zijn arm om Ronnie heen en kijkt hij hem met betraande ogen aan.
‘Ik had niet met je moeten vechten, maar vind het zo erg. Zullen we maar gewoon vrienden blijven en verder gaan met voetballen? Wij begrijpen er toch niets van waarom die grote mensen zo rot tegen elkaar doen.’
‘Goed, Joep. Laten we maar proberen om niet meer over het gedoe van onze ouders na te denken en ik snap best dat je boos was, Ik ga trouwens bij mijn vader wonen en nooit meer naar mijn moeder, want zij heeft alles verprutst.’
‘Ik mocht met papa mee, maar blijf samen met mijn broertje en zusje bij mijn moeder. Net goed voor mijn vader. Had hij ons maar niet in de steek moeten laten.’
‘Dat vind ik ook. Mijn vader gaat trouwens bij jullie in de straat wonen.’
‘Mooi, dan kunnen we lekker veel samen voetballen en bij elkaar spelen. Kom je dan trouwens ook bij mij op school en dus in de klas.’
‘Volgens mijn vader wel.’
‘Leuk.’

Als de jongens met de armen om elkaars schouders naar de rest van hun team lopen, staan de leiders ze zwijgend na te kijken. Het duurt ook even voor ze de juiste woorden gevonden hebben om hun gevoel te beschrijven.

‘Als volwassenen hun problemen op dezelfde manier benaderden als deze kinderen, kwam er vandaag nog een eind aan veel ellende.’
‘Dat heb je mooi gezegd. Kom, we gaan weer lekker voetballen. Ik heb er zin in.’
‘Ja, laten we dat maar doen.’     


Geniet zowel binnen als buiten van deze prachtige poster met de tekst our happy place