Omschrijving
Als Carlo de woning van zijn grootouders binnenstapt, voelt hij dat het er vreselijk koud is. Daarom is zijn eerste gedachte dat hun kachel kapot is. Als hij in de kamer komt en de mensjes onder een dikke deken ziet zitten, blijkt de ramp echter nog veel groter te zijn.
‘Hallo. Wat is het hier verschrikkelijk koud. Doet de kachel het niet meer?’
‘Gelukkig wel, maar we hebben eergisteren de energierekening weer gekregen en zijn ons beroerd geschrokken. We kunnen het best even betalen, want we hebben nog wat spaargeld achter de hand. Als het langer gaat duren, komen we echter in de problemen en daarom hebben we de kachel een stuk lager gezet. Verder hebben we ook besloten om in plaats van elke dag, één keer per week onder de douche te gaan.’
Carlo’s opa pakt de hand van zijn vrouw.
‘Als we ons ’s morgens lekker warm wassen, zijn we overdag wel veel minder stijf. Het gaat de laatste dagen daarom niet zo goed met ons en zeker niet met oma, maar we proberen de moed erin te houden. Er zijn namelijk nog veel meer mensen die het koud hebben. Kijk maar eens op tv naar die beelden over Oekraïne.’
‘Je hebt wel gelijk, opa. Daar is het echter oorlog en hier niet. Dat zij het koud hebben, is trouwens geen reden dat jullie hier ook moeten gaan zitten
bibberen. Waarom staat de tv trouwens niet aan?’
‘Die laten we uit vanwege de kosten. Verder doen we ’s avonds in plaats van lampen wat kaarsjes aan en gaan we als de hulp geweest is, slapen. Oma op de bank en ik in de stoel.’
‘Waarom gaan jullie dan niet naar boven?’
‘Dat scheelt ons de stroom van de traplift en als we minder bewegen, heeft Oma dat beademingsding ook niet zo vaak nodig. Volgens iedereen vreet dat ding namelijk stroom. Zou jij trouwens even voor ons naar die supermarkt aan de Waalstraat willen gaan? Geef hun folder met aanbiedingen maar, dan kruis ik wel aan wat je mee moet brengen.’
‘Natuurlijk wil ik dat doen, maar wat is er mis met die winkel hier om de hoek? Daar doen jullie toch al jaren je boodschappen en die man wil het vast wel even thuisbrengen. Dan hoeven jullie alleen maar te bellen en komt de rest vanzelf goed.’
‘Je hebt gelijk, jongen. Normaal gesproken zouden we ook nooit naar een andere supermarkt zijn gegaan, maar alles wordt steeds duurder en daarom moeten we op onze centen letten.’
‘Dat begrijp ik. Jullie geven echter toch niet zo heel veel geld uit aan boodschappen?’
‘Iedere euro die we kunnen besparen is er één.’
‘Oké, dat is waar. Dit kan zo echter niet de bedoeling zijn. Hebben jullie al geprobeerd om hulp te krijgen?’
‘Je denkt toch niet dat we naar de gemeente gaan om steun te vragen. Ik heb mezelf altijd kunnen redden en dat wil ik blijven doen.’
Carlo voelt de emotie van zijn opa en heeft enorm veel respect hem. Daarom twijfelt hij even of hij moet zeggen waar hij nu over denkt. Zijn opa lijkt echter gedachten te kunnen lezen en kijkt hem met een treurig gezicht aan.
‘Een goed geïsoleerd huis met een slaapkamer beneden zou een uitkomst voor ons zijn. Die is er alleen niet. Tenminste, niet hier en om op onze oude dag dit dorp nog te verlaten, zien we niet zitten. We staan wel op de wachtlijst voor een plek in het verzorgingshuis, maar het kan nog jaren duren voor we daar terechtkunnen. Er is soms wel ergens plaats, maar dan is het een eind uit de buurt en daar hebben we dus geen zin in. Misschien dat we een keer niet anders kunnen, maar daar willen we nu nog niet over nadenken.’
‘Dat lijkt me logisch. Weten mijn vader en moeder en mijn ooms en tantes wel van jullie problemen? Ik heb er namelijk nog nooit iets over gehoord.’
‘Carlo, ik vind het erg vervelend om je te moeten zeggen, maar die hebben alleen belangstelling voor zichzelf en zeker niet voor ons. Als ze één keer in de twee maanden op de stoep staan, is het veel en als we over onze problemen beginnen, hebben ze maar één antwoord.’
‘En dat is?’
‘De boel verkopen en naar een verzorgingshuis gaan. Zij vinden dat we niet moeten zeuren over de plek waar we terecht kunnen, maar blij moeten zijn als we deze ellende voorbij is.’
‘Lekker dat ze zoveel begrip voor jullie tonen.’
‘Jij zegt het. Wij denken het.’
Het doet Carlo heel veel pijn dat zijn opa en oma aan het einde van hun leven zo in de problemen zitten. Als hij ’s avonds bij zijn vriendin komt, begint hij er daarom meteen over.
‘Tjonge, wat zou ik graag iets voor ze doen.’
‘Dat begrijp ik, maar je kunt denk ik niet zo veel.’
‘Klopt, maar ik zit wel aan iets te denken.’
‘Wat dan?’
‘Ik kan bij ze gaan wonen. Als ik een kamer met een bed en een tv heb, heb ik namelijk zat. Ik kan ze dan huur betalen, zodat ze het financieel wat gemakkelijker krijgen. Plus dat Ruud en Frits me wel willen helpen om hun huis op te knappen en goed te isoleren. Nu waait de wind dwars door hun woning heen, dus scheelt een goede isolatie ze heel veel in de stookkosten.’
Carlo’s vriendin is meteen enthousiast.
‘Dat vind ik een geweldig plan. Is er trouwens iemand die hun helpt met de bankzaken en de belastingaangiftes en dergelijke.’
‘Volgens mij niet.’
‘Zal ik dat gaan doen? Op kantoor hoor ik namelijk vaak dat ouderen door onwetendheid heel veel geld laten liggen of te veel betalen.’
‘Top. Zullen we er gelijk maar met ze over gaan praten?’
‘Best.’
Als Carlo en Erica, zijn vriendin, tien minuten later bij opa en oma binnenstappen, kijken de oudjes eerst wat verbaasd. Die verbazing slaat echter om in emotie als hun kleinzoon vertelt wat ze komen doen. De mensen vinden het namelijk geweldig dat ze geholpen worden en doen niets anders dan hun kleinkinderen bedanken. Die willen echter van niets weten, maar dat gaat de oudjes toch te ver. Als Carlo en zijn vriendin een rondje door het huis hebben gelopen om alles te bekijken en weer in de kamer komen, heeft opa namelijk een verrassend aanbod voor ze.
‘Hebben jullie al eens over trouwen of samenwonen gedacht?’
‘Regelmatig, maar het probleem zijn de hoge huur- en koopprijzen. Huurhuizen zijn hier trouwens amper te krijgen.’
‘Dat weet ik, maar ik weet wat voor jullie.’
‘Vertel.’
‘Als we aangeven dat jullie onze mantelzorgers zijn, weet ik namelijk bijna zeker dat we hier een chalet of zoiets neer mogen zetten. Als wij daar dan in gaan, kunnen jullie in het huis en slaan we twee vliegen in één klap. Wij uit de zorgen en jullie een woning. Het is onze bedoeling dat dit huis dan van jullie wordt en hoe we dat financieel gezien het beste kunnen doen, weet Erica wel.’
Aan de gezichten van Carlo en zijn vriendin is te zien dat ze dit een meer dan geweldig plan vinden. Al zien ze wel een probleem.
‘Dat zou top zijn, maar kunnen wij dat betalen?’
‘Jullie krijgen het zo goedkoop mogelijk. Ik weet dat de belasting daar regels voor heeft, maar als zij met de prijs akkoord gaan, vinden wij het prima. Erica moet maar uitzoeken hoe het zit. Het is voor ons trouwens ook geen probleem als jullie het eerst huren en natuurlijk ook voor weinig.’
‘Hallo. Wat is het hier verschrikkelijk koud. Doet de kachel het niet meer?’
‘Gelukkig wel, maar we hebben eergisteren de energierekening weer gekregen en zijn ons beroerd geschrokken. We kunnen het best even betalen, want we hebben nog wat spaargeld achter de hand. Als het langer gaat duren, komen we echter in de problemen en daarom hebben we de kachel een stuk lager gezet. Verder hebben we ook besloten om in plaats van elke dag, één keer per week onder de douche te gaan.’
Carlo’s opa pakt de hand van zijn vrouw.
‘Als we ons ’s morgens lekker warm wassen, zijn we overdag wel veel minder stijf. Het gaat de laatste dagen daarom niet zo goed met ons en zeker niet met oma, maar we proberen de moed erin te houden. Er zijn namelijk nog veel meer mensen die het koud hebben. Kijk maar eens op tv naar die beelden over Oekraïne.’
‘Je hebt wel gelijk, opa. Daar is het echter oorlog en hier niet. Dat zij het koud hebben, is trouwens geen reden dat jullie hier ook moeten gaan zitten
bibberen. Waarom staat de tv trouwens niet aan?’
‘Die laten we uit vanwege de kosten. Verder doen we ’s avonds in plaats van lampen wat kaarsjes aan en gaan we als de hulp geweest is, slapen. Oma op de bank en ik in de stoel.’
‘Waarom gaan jullie dan niet naar boven?’
‘Dat scheelt ons de stroom van de traplift en als we minder bewegen, heeft Oma dat beademingsding ook niet zo vaak nodig. Volgens iedereen vreet dat ding namelijk stroom. Zou jij trouwens even voor ons naar die supermarkt aan de Waalstraat willen gaan? Geef hun folder met aanbiedingen maar, dan kruis ik wel aan wat je mee moet brengen.’
‘Natuurlijk wil ik dat doen, maar wat is er mis met die winkel hier om de hoek? Daar doen jullie toch al jaren je boodschappen en die man wil het vast wel even thuisbrengen. Dan hoeven jullie alleen maar te bellen en komt de rest vanzelf goed.’
‘Je hebt gelijk, jongen. Normaal gesproken zouden we ook nooit naar een andere supermarkt zijn gegaan, maar alles wordt steeds duurder en daarom moeten we op onze centen letten.’
‘Dat begrijp ik. Jullie geven echter toch niet zo heel veel geld uit aan boodschappen?’
‘Iedere euro die we kunnen besparen is er één.’
‘Oké, dat is waar. Dit kan zo echter niet de bedoeling zijn. Hebben jullie al geprobeerd om hulp te krijgen?’
‘Je denkt toch niet dat we naar de gemeente gaan om steun te vragen. Ik heb mezelf altijd kunnen redden en dat wil ik blijven doen.’
Carlo voelt de emotie van zijn opa en heeft enorm veel respect hem. Daarom twijfelt hij even of hij moet zeggen waar hij nu over denkt. Zijn opa lijkt echter gedachten te kunnen lezen en kijkt hem met een treurig gezicht aan.
‘Een goed geïsoleerd huis met een slaapkamer beneden zou een uitkomst voor ons zijn. Die is er alleen niet. Tenminste, niet hier en om op onze oude dag dit dorp nog te verlaten, zien we niet zitten. We staan wel op de wachtlijst voor een plek in het verzorgingshuis, maar het kan nog jaren duren voor we daar terechtkunnen. Er is soms wel ergens plaats, maar dan is het een eind uit de buurt en daar hebben we dus geen zin in. Misschien dat we een keer niet anders kunnen, maar daar willen we nu nog niet over nadenken.’
‘Dat lijkt me logisch. Weten mijn vader en moeder en mijn ooms en tantes wel van jullie problemen? Ik heb er namelijk nog nooit iets over gehoord.’
‘Carlo, ik vind het erg vervelend om je te moeten zeggen, maar die hebben alleen belangstelling voor zichzelf en zeker niet voor ons. Als ze één keer in de twee maanden op de stoep staan, is het veel en als we over onze problemen beginnen, hebben ze maar één antwoord.’
‘En dat is?’
‘De boel verkopen en naar een verzorgingshuis gaan. Zij vinden dat we niet moeten zeuren over de plek waar we terecht kunnen, maar blij moeten zijn als we deze ellende voorbij is.’
‘Lekker dat ze zoveel begrip voor jullie tonen.’
‘Jij zegt het. Wij denken het.’
Het doet Carlo heel veel pijn dat zijn opa en oma aan het einde van hun leven zo in de problemen zitten. Als hij ’s avonds bij zijn vriendin komt, begint hij er daarom meteen over.
‘Tjonge, wat zou ik graag iets voor ze doen.’
‘Dat begrijp ik, maar je kunt denk ik niet zo veel.’
‘Klopt, maar ik zit wel aan iets te denken.’
‘Wat dan?’
‘Ik kan bij ze gaan wonen. Als ik een kamer met een bed en een tv heb, heb ik namelijk zat. Ik kan ze dan huur betalen, zodat ze het financieel wat gemakkelijker krijgen. Plus dat Ruud en Frits me wel willen helpen om hun huis op te knappen en goed te isoleren. Nu waait de wind dwars door hun woning heen, dus scheelt een goede isolatie ze heel veel in de stookkosten.’
Carlo’s vriendin is meteen enthousiast.
‘Dat vind ik een geweldig plan. Is er trouwens iemand die hun helpt met de bankzaken en de belastingaangiftes en dergelijke.’
‘Volgens mij niet.’
‘Zal ik dat gaan doen? Op kantoor hoor ik namelijk vaak dat ouderen door onwetendheid heel veel geld laten liggen of te veel betalen.’
‘Top. Zullen we er gelijk maar met ze over gaan praten?’
‘Best.’
Als Carlo en Erica, zijn vriendin, tien minuten later bij opa en oma binnenstappen, kijken de oudjes eerst wat verbaasd. Die verbazing slaat echter om in emotie als hun kleinzoon vertelt wat ze komen doen. De mensen vinden het namelijk geweldig dat ze geholpen worden en doen niets anders dan hun kleinkinderen bedanken. Die willen echter van niets weten, maar dat gaat de oudjes toch te ver. Als Carlo en zijn vriendin een rondje door het huis hebben gelopen om alles te bekijken en weer in de kamer komen, heeft opa namelijk een verrassend aanbod voor ze.
‘Hebben jullie al eens over trouwen of samenwonen gedacht?’
‘Regelmatig, maar het probleem zijn de hoge huur- en koopprijzen. Huurhuizen zijn hier trouwens amper te krijgen.’
‘Dat weet ik, maar ik weet wat voor jullie.’
‘Vertel.’
‘Als we aangeven dat jullie onze mantelzorgers zijn, weet ik namelijk bijna zeker dat we hier een chalet of zoiets neer mogen zetten. Als wij daar dan in gaan, kunnen jullie in het huis en slaan we twee vliegen in één klap. Wij uit de zorgen en jullie een woning. Het is onze bedoeling dat dit huis dan van jullie wordt en hoe we dat financieel gezien het beste kunnen doen, weet Erica wel.’
Aan de gezichten van Carlo en zijn vriendin is te zien dat ze dit een meer dan geweldig plan vinden. Al zien ze wel een probleem.
‘Dat zou top zijn, maar kunnen wij dat betalen?’
‘Jullie krijgen het zo goedkoop mogelijk. Ik weet dat de belasting daar regels voor heeft, maar als zij met de prijs akkoord gaan, vinden wij het prima. Erica moet maar uitzoeken hoe het zit. Het is voor ons trouwens ook geen probleem als jullie het eerst huren en natuurlijk ook voor weinig.’

Spiegeltje juf bedankt zwart gestipt. Witte achtergrond
met zwarte stippen in meerdere formaten. Zwart vlak met
witte tekst. Een mooi geheel voor een betaalbare prijs.
KLIK HIER VOOR MEER SPIEGELTJES