Omschrijving
Als Gerben in de keuken komt en zijn dochter met haar jas aan bij de achterdeur ziet staan, vraagt hij waar ze heen gaat.
‘Ik heb met Ella en de rest afgesproken om naar ‘De Hut’ te gaan. Daar schijnt het namelijk erg gezellig te zijn. Ik moet trouwens gaan, want ze zouden buiten op me wachten.’
‘Best. Ik pak de auto even en als je naar huis wil, bel je maar. Het maakt niet uit hoe laat het is.’
‘Ik ben geen klein kind meer. Alle meiden komen met de fiets en ik wil niet de enige zijn die gebracht en gehaald wordt. Jij wilde vroeger toch ook niet uitgelachen worden door je vrienden.’
‘Dat is waar, maar ik was een jongen en liep dus weinig risico dat ik iemand trof met verkeerde bedoelingen. Verder was het in mijn tijd veel veiliger langs de weg dan nu en was ik nooit alleen, maar altijd met twee vrienden. Plus dat ik op mijn zestiende nog nergens heen ging.’
‘Oké, maar ik vind het verschrikkelijk dat je me als een kind blijft behandelen.’
‘Ik begrijp je, maar wil niet dat je vannacht in je eentje over die donkere wegen naar huis komt. Dat is niet om te pesten, maar omdat ik bezorgd om je ben en dat weet je.’
‘Je verpest wel mijn avond.’
‘Nu overdrijf je. Ik wil je best daar om de hoek afzetten, zodat niet iedereen ziet dat ik je breng, maar je gaat niet alleen. Je stapt dus óf in de auto óf je blijft thuis. Jammer dat je er zo’n drama van maakt, want ik bedoel het goed.’
‘Breng me dan maar en zet me maar gewoon voor de deur af. Als de meiden zien dat ik om de hoek uitstap, lachen ze me namelijk nog harder uit dan nu. Vind je het trouwens wel goed dat ik met de fiets ga, als ik door wat vriendinnen wordt thuisgebracht?’
Gerben zucht, want hij vindt dat zijn dochter nu een onzinnige vraag stelt.
‘Joyce, nu zeur je. Jij weet namelijk best dat die meiden niet eerst vanuit het dorp hierheen fietsen om jou naar huis te brengen. Ik neem trouwens aan dat hun ouders dit ook niet goed vinden.’
‘Ze kunnen daar thuis toch niets over zeggen.’
‘Dat is zo, maar ik hoop toch dat zij, en jij ook, niet zulke onverantwoorde dingen doen.’
Joyce zwijgt, maar loopt mee naar buiten en heeft het ook in de auto nergens meer over. Er komt echter wel een plan bij haar naar boven wat gedurende de dagen die volgen steeds vastere vormen aanneemt. Vrijdags tijdens het eten begint ze er met haar ouders over.
‘Het was verleden week heel gezellig in ‘De Hut’ en daarom willen we er morgen weer heen. Je hoeft me niet meer te brengen en te halen, want ik blijf bij Ella slapen. Die woont drie straten verder dan de kroeg en dat is dus niet onveilig.’
Haar ouders kijken elkaar aan en vinden blijkbaar dat ze hier niets tegenin kunnen brengen.
‘Dat is prima. Zeker omdat Ella’s ouders ook wel op hun dochter zullen letten en we ons dus nergens druk over hoeven te maken.’
‘Doe dat dan ook maar niet.’
Als Joyce haar ouders geweten hadden wat hun dochter van plan was, waren ze niet zo rustig geweest. Het is namelijk helemaal niet haar bedoeling om bij Ella te blijven, maar wel om alleen naar huis te komen en dan te zeggen dat de logeerpartij vanwege ruzie niet doorgegaan is.
Op die manier wil ze haar ouders tonen dat ze zich prima kan redden om daarmee van het, volgens haar, gezeur van haar vader af te zijn.
Ze denkt er ook geen moment over na dat ze een risico neemt, maar stapt na een oergezellige avond tegen één uur zorgeloos op haar fiets.
Het eerste stukje rijden de meiden nog samen, maar al gauw gaat ze alleen een donkere buitenwijk in. Omdat ze licht genoeg meent te zien, is ze echter totaal niet bang. Dat verandert als ze het laatste stukje over een onverlichte zandweg moet en halverwege een niet verlichte auto ziet staan. Eerst wil ze teruggaan, maar de vraag is waar ze heen moet. Er staan hier namelijk nergens huizen en als de auto haar achterna komt, heeft hij haar zo ingehaald. Omdat ze hier ook niet kan blijven staan, zit er dus niets anders op dan door te fietsen. Het kan trouwens ook niets te betekenen hebben en een stelletje zijn wat van elkaar zit te genieten en misschien is de auto wel kapot of is hij van mensen die een wandeling aan het maken zijn.
Als Joyce met slappe benen van de spanning bij de auto komt, ziet ze tot haar grote opluchting dat er niemand in zit. Daarom trapt ze nog wat harder om zo snel mogelijk thuis te zijn en besluit ze nooit meer ’s nachts alleen over straat te gaan.
Opeens beseft ze namelijk dat haar vader geen onzin heeft gesproken en het dus onverantwoord is wat ze doet.
Het dreigt een drama te worden als ze een ruk aan haar stuur voelt, met een enorme smak op de grond valt en een kerel op haar af ziet komen.
Ze wil gillen, maar is totaal in paniek en komt niet verder dan wat gepiep. Als ze de man zijn hand voelt, wordt ze echter overvallen door een enorme woede. Zonder na te denken, trekt ze daarom haar benen op en stoot ze hem met alle kracht die ze in zich heeft in zijn onderbuik.
Haar belager, die hier niet op bedacht was, valt hierdoor achterover en dat geeft Joyce de kans om overeind te komen en weg te rennen.
Gelukkig is ze niet ver meer van haar huis, maar tot haar grote schrik blijkt de man erg hard te kunnen lopen en snel dichterbij te komen. Ze vreest daarom dat hij haar zo te pakken krijgt.
Opeens schiet haar echter te binnen dat ze in plaats van om het schapenweitje heen te rennen ook over het prikkeldraad kan springen en dus binnendoor kan gaan. Dan is ze immers bijna op hun erf en als ze daar maar hard genoeg schreeuwt, komen haar ouders wel naar buiten.
Voor haar is het geen enkel probleem om over de omheining te komen, maar haar belager heeft blijkbaar niet goed opgelet. Die rent namelijk met een enorme vaart tegen het draad op en schreeuwt het uit van de pijn. Joyce hoort hem wel, maar denkt er natuurlijk niet over om terug te gaan. Wel slaat ze thuis heel hard op de ramen om haar ouders te wekken en met succes, want haar vader is een paar tellen later al buiten en de gealarmeerde politie is er ook snel.
De daders, het zijn er namelijk twee, worden vlug gepakt en zo wordt het incident toch niet het drama wat het leek te worden. Als Joyce tot rust is gekomen, heeft ze natuurlijk heel wat uit te leggen. Dat doet ze ook en ze biedt direct haar excuses aan, want ze heeft heel veel spijt van haar daad. Mede daardoor is er al snel geen sprake meer van boosheid, maar alleen nog van blijdschap.
Verkoop per 5 stuks per kleur














Onderzetters met de tekst 'Een bakkie thee is altijd een goed idee'.
Ze hebben een doorsnede van 9 cm en zijn 3 mm dik.
Gemaakt van Forex en daarom gemakkelijk schoon te krijgen.