Jantje vindt corona niet alleen erg

Model: Jantje vindt corona niet alleen erg
4 Excl. BTW: 4

0
Levertijd: 3-4 werkdagen

Omschrijving

Jantje vindt corona niet alleen erg

Als Jantje zijn vader, die in de kamer tv zit te kijken, een enorme schreeuw hoort geven, loopt hij geschrokken naar hem toe.
‘Wat is er?’
‘Ik mag niet meer mee naar het voetballen.’
‘Hoezo?’
‘Vanwege corona mogen er geen supporters meer langs de lijn staan. Alleen de leider en trainer, maar verder niemand. Ik zal echter wel even kijken of er wat aan te doen is. De kantine zit trouwens ook dicht, maar dat is het ergste niet.’

Jantje knikt en loopt naar de keuken. Hij is nog te jong om alles te begrijpen, maar beseft wel dat het virus gevaarlijk is en er mensen door sterven.
Het lijkt hem daarom niet raar dat iedereen erover praat en er dingen verboden worden. Dat zijn vader niet meer mag komen kijken, vindt hij niet erg. Volgens zijn pa doet hij namelijk nooit iets goed en daarom vindt hij het voetballen steeds minder leuk. Een wedstrijd spelen zonder hem, is dus geen ramp. Alleen jammer dat de kantine dicht is, want nu krijgt hij geen patat en dat is het grootste feest van de zaterdag.


Jantjes vader is verre van gelukkig met het besluit. Hij vindt het namelijk erg belangrijk om elke wedstrijd van zijn zoon te zien en vooral om de jongen te coachen. Natuurlijk heeft hij wel een leider en een trainer, maar die begrijpen weinig van voetbal. Daarom moet hij er elke week zijn om hem zoveel mogelijk te leren.

Opeens schiet hem wat te binnen. Ze hebben hem al heel vaak gevraagd of hij leider wilde worden, maar dat heeft hij geweigerd. Als hij nu zegt dat hij van mening veranderd is, kan hij gewoon met Jantje mee blijven gaan. De keren dat hij vanwege zijn nieuwe functie gebeld of geappt wordt, neemt hij dan wel voor lief. 

Als zijn vrouw de kamer inkomt, vertelt hij haar wat zijn plan is. Tot zijn stomme verbazing, begint ze cynisch te lachen.

‘Sorry, maar dit kun je niet maken.’
‘Waarom niet?’
‘Je wil nooit iets doen, maar nu ineens wel. Alleen omdat je bij de wedstrijden van Jantje wil zijn. Als ik hen was, wilde ik je nu ook niet hebben.’

Jantjes vader blijft ernstig kijken.
‘Je hebt wel gelijk, maar ik denk dat ze bij de club heel blij met me zijn. Ik heb tenminste kijk op voetbal en dat hebben die andere leider en trainer niet. Dat ze me al vaker hebben gevraagd, is trouwens geen reden om me nu niet te willen. Zoveel vrijwilligers hebben ze immers niet. Ik zou er als club dus geen punt van maken en mijn aanbod als een voordeel van het virus zien.’
‘Je verhaal is leuk en misschien krijg je je zin. Als ik jou was, zou ik trouwens nu ook geen leider willen zijn en Jantje alleen laten gaan.
Waarschijnlijk vindt hij dat ook leuker. Zo blij zal hij immers niet zijn met dat gemopper van jou.’

‘Ik heb nog nooit aan hem gemerkt dat hij het erg vindt om door mij gecoacht te worden. Hoewel hij nog jong is, zal hij dus best beseffen dat hij daar een betere speler van wordt. Daarom rij ik gelijk even naar de club om me aan te melden en alles voor elkaar te maken.’

Jantjes moeder kijkt haar man spottend aan.
‘Hoelang blijf je leider? Tot het eind van dit seizoen of stop je weer als het virus weg is?’
‘Mijn bedoeling is om het een tijdje te blijven doen. Als het tenminste klikt met de andere begeleiders. Die krijgen nu immers iemand boven zich en daar kan niet iedereen mee omgaan.’
‘Zeg nu maar eerlijk dat je leider blijft zo lang we met het virus zitten.’

Jantjes vader geeft geen antwoord, maar pakt zijn autosleutels en loopt naar buiten. Hij twijfelt nog steeds niet. Natuurlijk was hij zonder corona nooit leider geworden, maar nu ziet hij het als een win-win situatie. De club heeft een perfecte leider en hij kan de wedstrijden van Jantje blijven zien. Als hij bij de vereniging komt, gaat hij daarom overtuigd van zichzelf op zoek naar iemand van het jeugdbestuur. Die heeft hij snel gevonden, want de voorzitter is net onderweg van het trainingsveld naar de kleedkamers.
‘Hallo Varik. Heeft u even tijd?’
‘Zeker wel. Kan het hier of praat u liever binnen?’
‘Laten we maar naar de bestuurskamer gaan.’
‘Is goed.’

Als ze bij elkaar aan tafel zitten, begint Jantjes vader meteen te praten. Hij vertelt eerst wat hij wil en begint dan uit te leggen wat zijn bedoeling met het team is. Na een paar zinnen valt de voorzitter hem echter in de rede.
‘Heer Kraggers. We hebben u diverse keren gevraagd om leider te worden, maar daar zei u geen tijd voor te hebben. Dit terwijl u er elke wedstrijd en training was. U had dus geen zin om iets te doen. Dat kan en mag, want we kunnen niemand iets verplichten. Gelukkig hebben we inmiddels goede begeleiding gevonden, dus maken we geen gebruik van uw aanbod. Zeker niet, omdat u, volgens mij, alleen leider wil worden om naar de wedstrijden van uw zoontje te kunnen blijven kijken.’

Jantjes vader reageert uiterst verbolgen.
‘Uw reactie valt me tegen. Natuurlijk heb ik een paar verzoeken om leider te worden naast me neergelegd. Dat is echter verleden tijd. Het gaat erom dat u nu een perfecte leider kunt krijgen en daar zou ik blij mee zijn. Vooral naar volgend seizoen toe, want deze leider en trainer kunnen op een hoger niveau echt niet mee.’

De voorzitter staat op.
‘Het kan dom zijn dat ik u weiger, maar ik laat me niet gebruiken. Als het virus weg is, heeft u de wedstrijden van uw zoon kunnen zien en laat u ons stikken. Zeg niet dat ik het verkeerd heb, want dat is uw bedoeling.’
‘Denkt u dat werkelijk?’
‘Ja.’

Jantjes vader is woest dat de man hem door heeft, maar voelt dat verder praten zinloos is en loopt daarom zwijgend naar buiten. Hij is echter niet van plan om zich gewonnen te geven. Daarom schiet hem al snel wat nieuws te binnen. Namelijk dat chauffeurs van jeugdteams ook bij wedstrijden worden toegelaten en dat is dé oplossong. Ze spelen immers twee keer achter elkaar uit en daarna is het virus wel weg.

Om geen tijd te verliezen, pakt hij meteen zijn telefoon om de leider te bellen.
‘Met Edwin. Goedenavond.’
‘Hoi. Met Kraggers, de vader van Jantje. Ik wil de eerste twee zaterdagen wel voor jullie rijden.’
‘Bedankt voor het aanbod, maar we hebben niemand nodig. Ik rij zelf en we vragen eerst de mensen te vragen die normaal ook altijd rijden.’
‘Als ik rij, hoeft dat toch niet?’
‘Klopt, maar we lopen onze vaste chauffeurs niet voorbij. U wil namelijk alleen rijden om bij de wedstrijd te kunnen zijn en op dat soort hulp zitten we niet te wachten. Normaal gaat u immers altijd op eigen gelegenheid en weigert u steevast om anderen mee te nemen.’
‘Je begrijpt zeker wel dat ik vanaf nu nooit meer iets voor het team doe?’
‘Dat is uw beslissing.’
‘Jazeker en daar krijg ik geen spijt van.’
‘Geen probleem.’
  
Jantjes vader verbreekt met een nijdig gevoel de verbinding en denkt even om nooit meer een stap op het voetbalveld te zetten. Als iedereen tegen hem is, gaat hij wel naar een andere club. Die heeft hij immers zo, want Jantje is een talent en kan overal terecht. Omdat hij weet dat zijn vrouw daartegen is, zet hij deze optie echter weer uit zijn hoofd. Aan de moed opgeven en de wedstrijd overslaan, denkt hij echter nog niet.

Daarom blijft hij over een oplossing nadenken en die lijkt hij, net voor hij thuis is, gevonden te hebben. De velden van SVW liggen namelijk tegen een bos aan en daar ligt zijn kans. Hij zal namelijk best via een pad bij hun terrein kunnen komen en anders loopt hij tussen de bomen door.

Er is in ieder geval niemand die hem dit verbieden kan en dat stelt hem gerust. Al zal zijn vrouw wel tegen het plan zijn, maar die hoeft niets te weten. Zijn humeur knapt dan ook snel op en daarom komt hij lachend thuis.

‘Ik kan me niet voorstellen dat alles geregeld is, maar je lacht, dus zal het best zo zijn.’
‘Nee, want ik heb besloten om naar je te luisteren en Jantje zaterdag alleen te laten gaan.’
‘Knap van je.’

Als Jantjes vader vrijdags uit zijn werk komt, is  Jantje nieuwsgierig naar hoe het nu morgen gaat.
‘Breng je me wel naar het voetbalveld?’
‘Ja, maar ik kom dus niet bij je kijken.’
‘Krijg ik morgen ook geen patatje?’
‘Als je wint, gaan we naar de snackbar.’
‘En wat als we verliezen?’
‘Dan ga ik een patatje met je eten.’

Jantjes vader kijkt zijn vrouw ontstemd aan, maar beseft wat ze bedoelt. Voor hem draait het voetbal namelijk puur om winnen en plezier vindt hij bijzaak, terwijl het bij haar andersom is. Daar hebben ze al talloze verhitte discussies over gevoerd en omdat hij daar nu geen in heeft, besluit hij te zwijgen. 

Als hij de volgende dag met Jantje naar het voetbalveld rijdt, geeft hij de jongen nog wat laatste tips. Hij krijgt echter al snel het gevoel dat zijn zoon amper luistert en dat irriteert hem flink.
‘Hoor je wel wat ik zeg of heb je soms geen zin om te voetballen zonder dat ik in de buurt ben om je te helpen?’
‘Jawel hoor. Als ik naar de trainer en de leider luister, komt het ook wel goed.’


Dit antwoord bevalt Jantjes vader helemaal niet, maar het lijkt hem zinloos om iets te zeggen. Wel denkt hij even om het ventje vast te vertellen dat hij toch komt kijken, maar dan besluit hij niet te voorbarig te zijn. Dat bos kan immers wel zo dichtbegroeid zijn dat er niet door te komen is en dan heeft hij het ventje voor niets blij gemaakt.

Gelukkig voor hem valt het mee. Hij heeft namelijk al snel een pad gevonden en loopt zonder problemen naar het veld, waar hij achter een hek gaat staan wachten. Veel geduld hoeft hij niet te hebben, want al snel ziet hij het team van Jantje in zijn richting komen. Als ze bijna bij het veld zijn, kan hij zich niet meer bedwingen en roept hij luid de naam van zijn zoon. Jantje hoort hem niet gelijk, maar zijn leider wel en die komt meteen in actie. Hij loopt namelijk naar de mensen van de tegenpartij, wijst in de richting van Jantjes vader en daarna loopt iedereen naar een ander deel van het complex.

Jantjes vader is woest, maar besluit te blijven staan. Hoewel hij zijn zoon nu niet kan coachen, kan hij hem immers wel zien spelen en dat is natuurlijk super. Al wordt pa zijn plezier snel minder. Na een paar minuten, beseft hij namelijk dat Jantje veel beter speelt dan anders. Verder lijkt hij het, in tegenstelling tot veel andere wedstrijden, heel erg leuk te vinden. Dit maakt zo’n verpletterende indruk op pa, dat hij na de wedstrijd als in een droom naar het voetbalveld rijdt om Jantje op te halen. Die maakt zijn drama echter nog veel groter. Als hij naar de auto toe komt rennen, roept hij namelijk al vanuit de verte: ‘Iedereen zei dat ik de beste van het veld was en jij beter niet meer kunt komen. Ik vind het wél leuk als je komt. Al moet je misschien niet meer zo schreeuwen, want vandaag ging het veel beter dan anders en het was erg fijn.’


Pa weet niet wat hij moet zeggen. Het gevoel dat zijn zoon hem niet nodig heeft, maakt hem namelijk onzeker en zorgt voor frustraties. Al is   wel blij voor de jongen en vooral erg trots op zijn prestatie. Het liefste zou hij een tijdje zwijgen om alles te verwerken. Als hij in de ogen van  Jantje kijkt, begint hij echter als vanzelf te praten.
‘Mooi dat het zo goed ging. Ik ben trots op je en hoop dat het volgende week net zo leuk gaat als vandaag. Kom, we gaan je moeder ophalen en samen een patatje eten.’
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 








De houder is 3 cm hoog en heeft een doorsnede van 7 cm.
Leverbaar per stuk en in de kleuren grijs, wit en zwart

KLIK HIER VOOR MEER KAARSEN