Omschrijving
De TC van GHV zit met een aantal ouders om de tafel. Hun kinderen zitten in de JO15-1 en voor dat team is nog geen begeleiding. Ze hebben alle vaders en moeders uitgenodigd en hopen zo wat mensen te vinden die dit willen gaan doen.
Als iedereen er is, begint de voorzitter te praten.
'Welkom allemaal en fijn dat niemand verstek heeft laten gaan. We zitten hier omdat we nog geen begeleiding hebben voor het team van jullie zonen. Dit ondanks dat we al heel veel mensen hebben gevraagd en het zowel op de website als op de sociale media staat. Als we vanavond niemand vinden, zullen we het team dus op moeten heffen. Dat doen we liever niet, maar we hebben geen andere keus.'
De voorzitter zwijgt even, zodat iedereen de tijd heeft om over zijn woorden na te denken.
'Wie voelt zich dus geroepen om iets te doen of wie weet een naam van een kandidaat? Het mag iemand van een andere club zijn of een man of vrouw die nu niets met voetbal te maken heeft. Het gaat namelijk maar om één ding en dat is dat de jongens kunnen trainen en voetballen.'
'Mijn zoon wil het misschien wel doen.'
'Dat zou geweldig zijn. Hoe oud is hij?'
'Zestien. Hij heeft dus geen auto, maar het vervoer naar uitwedstrijden is geen probleem. Er zijn immers altijd genoeg ouders die meegaan.'
Harold kijkt de man een beetje verstoord aan.
'Zestien is te jong. Hij is immers amper twee jaar ouder dan de spelers en dat verschil is te klein. Er moet dus een andere oplossing komen en daarom kijk ik de kring nog eens rond. Denk eraan dat we het team terugtrekken als er niemand komt.'
'Ik moet elke zaterdag werken en ben ’s avonds nooit voor zeven uur thuis.’
'Ik zit met ploegendiensten en kan er dus lang niet altijd zijn.'
'Mijn vrouw werkt heel veel en dan moet ik op de kinderen passen.'
Hoewel Harold vol goede moed aan de bijeenkomst is begonnen, begint hij zich steeds wanhopiger te voelen. Daarom besluit hij over te stappen op een andere aanpak.
'Ik hoor dat er 's zaterdags altijd voldoende ouders bij de wedstrijden zijn. Wie zijn dat?'
'Wij met z'n vieren zijn er elke week.'
'Dan heb ik een voorstel. Jullie nemen samen het leiderschap op je. Als de taken worden verdeeld, kost het jullie vrij weinig tijd. Is dat afgesproken?'
'Ik ben er niet altijd, hoor.'
'En wij zijn nogal eens een weekendje weg.'
'Ik heb niet elke week een auto.'
'Wat mij betreft is het goed, maar ik denk niet dat mijn vrouw het op prijs stelt als ik dit toezeg.'
Harold zucht een keer diep, want hij verwacht niet dat er nog een oplossing komt. Dan dient zich echter toch hulp aan en wel uit een heel onverwachte hoek.
'Vanwege mijn winkel ben ik al jaren niet meer bij een wedstrijd geweest. Ik heb vroeger echter op een redelijk niveau gevoetbald en wil de begeleiding wel op me nemen, maar dan helemaal. Leider én trainer dus. Ik moet daar op mijn werk wel wat voor regelen, maar dat moet lukken. Kunnen we echter wat later gaan trainen, want half zeven red ik niet.’
'Heer Lanaken, u maakt mij en mijn collega's ontzettend gelukkig.'
'Zeg maar Theo en alsjeblieft geen u.'
'Oké en nogmaals, je maakt ons dolblij. Dat later trainen lijkt me geen probleem. Half acht doen in plaats van half zeven? Dan ben je om half negen klaar en kan iedereen voor negen uur thuis zijn. Dat is niet vroeg, maar ook niet laat. Is er iemand die niet kan leven met een uurtje later trainen? Niemand? Mooi, dat is dan bij deze geregeld.'
'Klasse. Half acht is voor mij perfect.'
Hoewel Harold erg opgetogen doet en blij is dat ze begeleiding hebben gevonden, heeft hij toch een ontevreden gevoel. Hij vindt het namelijk vervelend dat iemand die al enorm druk is hulp moet bieden. Terwijl anderen die veel meer tijd hebben, weer lekker niets hoeven doen.
'Nou mensen, het team van jullie kinderen kan blijven voetballen en dat hebben ze te danken aan Theo Lanaken. Ondanks zijn overvolle agenda maakt hij namelijk tijd voor ons vrij. Wat mij betreft is hij daarmee een voorbeeld voor veel anderen binnen deze vereniging.’
Als de ouders weg zijn, zitten de heren van de TC eerst nog even met Theo na te praten. Als hij ook vertrekt, blijven ze met z’n drieën achter.
'Het is triest dat zo'n man het team moet redden.’
'Dat is waar,’
'Neem nu die vier ouders. Eerst zeiden ze er altijd te zijn, maar toen ik ze vroeg om samen leider te worden, bedachten ze snel een smoesje om het niet te hoeven doen.’
‘Dat is zo.'
Bij de eerste training voor de JO15-1 is het gelijk duidelijk hoe krap de trainer in zijn tijd zit. Hij is er namelijk pas om tien voor half acht en ondanks dat hij zich vlug omkleedt en de spullen pakt, beginnen ze daarom toch iets te laat. Harold en Arie, zijn collega van de TC, hebben echter een oplossing voor dit probleem.
'Wij kunnen best zorgen dat om half acht zijn ballen, hesjes en andere trainingsmaterialen op het veld staan. Dat scheelt hem weer tijd.'
'Je hebt gelijk, maar dat hoeven wij niet te doen. Ik vind dat namelijk een taak voor de andere ouders. Als Theo daar behoefte aan heeft, kunnen ze hem namelijk best om de beurt helpen.’
'Dat is waar. Laten we het er straks maar even met hem over hebben.'
'Goed.'
De heren lopen na afloop van de training meteen naar Theo toe om te overleggen. Hij blijkt het echter niet nodig te vinden om de hulp van andere ouders in te roepen.
'Het is qua tijd nog even wennen voor me, maar het moet gaan lukken. Ik hoef er ook niet veel eerder te zijn, want we zijn vanavond geloof ik tien minuten te laat begonnen.'
'Ik denk van hooguit vijf, maar dat is het punt niet. We zijn heel blij dat je trainer bent geworden en het idee om iemand je spullen klaar te laten zetten, was ook alleen om je te helpen.’
'Heel fijn dat jullie meedenken, maar de volgende keer ben ik vroeger en beginnen we op tijd.'
'Top. Complimenten voor je training trouwens.'
'Bedankt.'
Theo is te optimistisch geweest, want ook de volgende training is hij niet helemaal op tijd. Het bestuur maakt daar geen punt van, maar een vader blijkt vergeten te zijn hoe druk de trainer is. Zeker als hij 's zaterdags ook vijf minuten later dan de afgesproken elf uur aanwezig is en gelijk na de wedstrijd vertrekt. De man komt echter niet met zijn klacht bij de TC, maar probeert eerst steun te krijgen van andere ouders. Dat lukt niet meteen, maar als Theo moeite blijft houden om op tijd te komen, krijgt hij twee medestanders.
Nu ze met z’n drieën zijn, heeft de man wél het lef om naar de TC te stappen. Als hij Harold
’s zaterdags voor de kantine ziet staan, loopt hij met zijn kompanen dan ook vrij zelfverzekerd naar hem toe.
‘Heb je even tijd voor ons?’
‘Zeker. Kan het hier of willen jullie liever naar de spreekkamer?’
‘Laten we maar even naar binnen gaan.’
‘Best, dan roep ik mijn collega Arie er ook bij.’
'Goed.’
Terwijl Harold naar de andere kant van het veld loopt, bekruipt hem een naar voorgevoel. Hij krijgt namelijk een heel sterk vermoeden waar de mannen het over willen hebben. Als hij bij zijn collega komt, spreekt hij zijn gedachten ook uit.
‘Hoi. Loop je even mee? Een paar ouders van de
JO15-1 willen met ons praten.’
‘Waarover?’
‘Ik vermoed dat ze over Theo gaan klagen.’
‘Dat hij steeds aan de late kant is?
‘Ja,’
‘Dan hadden ze het zelf moeten gaan doen. Ze hebben namelijk tijd genoeg, want ze zijn er elke training nog geweest.’
‘Dat ga ik ze zo ook vertellen.’
'Ze kunnen natuurlijk met iets anders komen.'
'Zeker, maar dat denk ik niet.'
Als de mannen in de spreekkamer zitten, blijkt dat Harolds voorgevoel juist was.
'Heren, wie van jullie mag ik het woord geven?'
'Mij wel. We hebben een paar weken geleden bij elkaar gezeten om over de begeleiding van de JO15-1 te praten. Toen heeft Theo Lanaken dat op zich genomen en daar was iedereen blij mee en wij ook. We zouden echter toch graag willen dat jullie met hem gaan praten.'
'Waarover?'
‘Omdat hij nog nooit op tijd is geweest. Plus dat hij na een wedstrijd niet weet hoe snel hij weg moet komen en dat is slecht voor de sfeer in het team. Hij moet gewoon een half uurtje de tijd nemen om met die knapen te praten. Als hij daar te druk voor is, had hij er niet aan moeten beginnen. Nu zijn onze kinderen namelijk de dupe en dat kan volgens ons niet jullie bedoeling zijn.'
Harold doet zijn best om rustig te blijven, maar het lukt hem niet om zijn woede te verbergen.
'Mannen, wat vallen jullie me vreselijk tegen. Toen we die bijeenkomst hadden en Theo zich aanbood, wisten we allemaal dat hij met zijn winkel zat. Hij heeft dat ook gezegd, maar daar reageerde niemand van jullie op.’
Omdat Harold beseft dat hij met een behoorlijke stemverheffing praat, houdt hij zich even stil om wat rustiger te worden. Na een slokje koffie gaat hij echter verder met zijn verhaal.
‘Jullie hadden trouwens ook leider of trainer kunnen worden. In tegenstelling tot Theo hebben jullie daar namelijk tijd genoeg voor.’
‘Dat zeg jij.’
‘Ja en dat ook zo. Jullie zijn er namelijk alle trainingen en wedstrijden nog geweest. Ik vind het daarom heel triest dat jullie nu over Theo komen klagen.’
‘We hebben toch gelijk.’
‘Dat is niet aan de orde. Natuurlijk heeft Theo moeite met zijn tijd. Als jullie destijds je verantwoordelijkheid hadden genomen, had hij zich echter nu niet elke keer hoeven haasten. Jullie zullen de situatie trouwens moeten accepteren, want wij gaan niet met Theo praten. Kom ook nooit meer met dit soort verhaaltjes, want hier ben ik niet van gediend en Arie is het met me eens. We zijn dus uitgepraat en wat mij betreft kunnen jullie vertrekken.'
'Mogen we nog iets zeggen?'
'Nee, ik ben klaar met jullie. Tot kijk.'
‘Je kunt toch nog wel even naar ons luisteren? We hebben namelijk een voorstel.’
‘Willen jullie Theo gaan helpen, zodat het voor hem gemakkelijker wordt?’
‘Dat was niet onze bedoeling.’
‘Jammer, maar dan zijn we uitgepraat.’
Als iedereen er is, begint de voorzitter te praten.
'Welkom allemaal en fijn dat niemand verstek heeft laten gaan. We zitten hier omdat we nog geen begeleiding hebben voor het team van jullie zonen. Dit ondanks dat we al heel veel mensen hebben gevraagd en het zowel op de website als op de sociale media staat. Als we vanavond niemand vinden, zullen we het team dus op moeten heffen. Dat doen we liever niet, maar we hebben geen andere keus.'
De voorzitter zwijgt even, zodat iedereen de tijd heeft om over zijn woorden na te denken.
'Wie voelt zich dus geroepen om iets te doen of wie weet een naam van een kandidaat? Het mag iemand van een andere club zijn of een man of vrouw die nu niets met voetbal te maken heeft. Het gaat namelijk maar om één ding en dat is dat de jongens kunnen trainen en voetballen.'
'Mijn zoon wil het misschien wel doen.'
'Dat zou geweldig zijn. Hoe oud is hij?'
'Zestien. Hij heeft dus geen auto, maar het vervoer naar uitwedstrijden is geen probleem. Er zijn immers altijd genoeg ouders die meegaan.'
Harold kijkt de man een beetje verstoord aan.
'Zestien is te jong. Hij is immers amper twee jaar ouder dan de spelers en dat verschil is te klein. Er moet dus een andere oplossing komen en daarom kijk ik de kring nog eens rond. Denk eraan dat we het team terugtrekken als er niemand komt.'
'Ik moet elke zaterdag werken en ben ’s avonds nooit voor zeven uur thuis.’
'Ik zit met ploegendiensten en kan er dus lang niet altijd zijn.'
'Mijn vrouw werkt heel veel en dan moet ik op de kinderen passen.'
Hoewel Harold vol goede moed aan de bijeenkomst is begonnen, begint hij zich steeds wanhopiger te voelen. Daarom besluit hij over te stappen op een andere aanpak.
'Ik hoor dat er 's zaterdags altijd voldoende ouders bij de wedstrijden zijn. Wie zijn dat?'
'Wij met z'n vieren zijn er elke week.'
'Dan heb ik een voorstel. Jullie nemen samen het leiderschap op je. Als de taken worden verdeeld, kost het jullie vrij weinig tijd. Is dat afgesproken?'
'Ik ben er niet altijd, hoor.'
'En wij zijn nogal eens een weekendje weg.'
'Ik heb niet elke week een auto.'
'Wat mij betreft is het goed, maar ik denk niet dat mijn vrouw het op prijs stelt als ik dit toezeg.'
Harold zucht een keer diep, want hij verwacht niet dat er nog een oplossing komt. Dan dient zich echter toch hulp aan en wel uit een heel onverwachte hoek.
'Vanwege mijn winkel ben ik al jaren niet meer bij een wedstrijd geweest. Ik heb vroeger echter op een redelijk niveau gevoetbald en wil de begeleiding wel op me nemen, maar dan helemaal. Leider én trainer dus. Ik moet daar op mijn werk wel wat voor regelen, maar dat moet lukken. Kunnen we echter wat later gaan trainen, want half zeven red ik niet.’
'Heer Lanaken, u maakt mij en mijn collega's ontzettend gelukkig.'
'Zeg maar Theo en alsjeblieft geen u.'
'Oké en nogmaals, je maakt ons dolblij. Dat later trainen lijkt me geen probleem. Half acht doen in plaats van half zeven? Dan ben je om half negen klaar en kan iedereen voor negen uur thuis zijn. Dat is niet vroeg, maar ook niet laat. Is er iemand die niet kan leven met een uurtje later trainen? Niemand? Mooi, dat is dan bij deze geregeld.'
'Klasse. Half acht is voor mij perfect.'
Hoewel Harold erg opgetogen doet en blij is dat ze begeleiding hebben gevonden, heeft hij toch een ontevreden gevoel. Hij vindt het namelijk vervelend dat iemand die al enorm druk is hulp moet bieden. Terwijl anderen die veel meer tijd hebben, weer lekker niets hoeven doen.
'Nou mensen, het team van jullie kinderen kan blijven voetballen en dat hebben ze te danken aan Theo Lanaken. Ondanks zijn overvolle agenda maakt hij namelijk tijd voor ons vrij. Wat mij betreft is hij daarmee een voorbeeld voor veel anderen binnen deze vereniging.’
Als de ouders weg zijn, zitten de heren van de TC eerst nog even met Theo na te praten. Als hij ook vertrekt, blijven ze met z’n drieën achter.
'Het is triest dat zo'n man het team moet redden.’
'Dat is waar,’
'Neem nu die vier ouders. Eerst zeiden ze er altijd te zijn, maar toen ik ze vroeg om samen leider te worden, bedachten ze snel een smoesje om het niet te hoeven doen.’
‘Dat is zo.'
Bij de eerste training voor de JO15-1 is het gelijk duidelijk hoe krap de trainer in zijn tijd zit. Hij is er namelijk pas om tien voor half acht en ondanks dat hij zich vlug omkleedt en de spullen pakt, beginnen ze daarom toch iets te laat. Harold en Arie, zijn collega van de TC, hebben echter een oplossing voor dit probleem.
'Wij kunnen best zorgen dat om half acht zijn ballen, hesjes en andere trainingsmaterialen op het veld staan. Dat scheelt hem weer tijd.'
'Je hebt gelijk, maar dat hoeven wij niet te doen. Ik vind dat namelijk een taak voor de andere ouders. Als Theo daar behoefte aan heeft, kunnen ze hem namelijk best om de beurt helpen.’
'Dat is waar. Laten we het er straks maar even met hem over hebben.'
'Goed.'
De heren lopen na afloop van de training meteen naar Theo toe om te overleggen. Hij blijkt het echter niet nodig te vinden om de hulp van andere ouders in te roepen.
'Het is qua tijd nog even wennen voor me, maar het moet gaan lukken. Ik hoef er ook niet veel eerder te zijn, want we zijn vanavond geloof ik tien minuten te laat begonnen.'
'Ik denk van hooguit vijf, maar dat is het punt niet. We zijn heel blij dat je trainer bent geworden en het idee om iemand je spullen klaar te laten zetten, was ook alleen om je te helpen.’
'Heel fijn dat jullie meedenken, maar de volgende keer ben ik vroeger en beginnen we op tijd.'
'Top. Complimenten voor je training trouwens.'
'Bedankt.'
Theo is te optimistisch geweest, want ook de volgende training is hij niet helemaal op tijd. Het bestuur maakt daar geen punt van, maar een vader blijkt vergeten te zijn hoe druk de trainer is. Zeker als hij 's zaterdags ook vijf minuten later dan de afgesproken elf uur aanwezig is en gelijk na de wedstrijd vertrekt. De man komt echter niet met zijn klacht bij de TC, maar probeert eerst steun te krijgen van andere ouders. Dat lukt niet meteen, maar als Theo moeite blijft houden om op tijd te komen, krijgt hij twee medestanders.
Nu ze met z’n drieën zijn, heeft de man wél het lef om naar de TC te stappen. Als hij Harold
’s zaterdags voor de kantine ziet staan, loopt hij met zijn kompanen dan ook vrij zelfverzekerd naar hem toe.
‘Heb je even tijd voor ons?’
‘Zeker. Kan het hier of willen jullie liever naar de spreekkamer?’
‘Laten we maar even naar binnen gaan.’
‘Best, dan roep ik mijn collega Arie er ook bij.’
'Goed.’
Terwijl Harold naar de andere kant van het veld loopt, bekruipt hem een naar voorgevoel. Hij krijgt namelijk een heel sterk vermoeden waar de mannen het over willen hebben. Als hij bij zijn collega komt, spreekt hij zijn gedachten ook uit.
‘Hoi. Loop je even mee? Een paar ouders van de
JO15-1 willen met ons praten.’
‘Waarover?’
‘Ik vermoed dat ze over Theo gaan klagen.’
‘Dat hij steeds aan de late kant is?
‘Ja,’
‘Dan hadden ze het zelf moeten gaan doen. Ze hebben namelijk tijd genoeg, want ze zijn er elke training nog geweest.’
‘Dat ga ik ze zo ook vertellen.’
'Ze kunnen natuurlijk met iets anders komen.'
'Zeker, maar dat denk ik niet.'
Als de mannen in de spreekkamer zitten, blijkt dat Harolds voorgevoel juist was.
'Heren, wie van jullie mag ik het woord geven?'
'Mij wel. We hebben een paar weken geleden bij elkaar gezeten om over de begeleiding van de JO15-1 te praten. Toen heeft Theo Lanaken dat op zich genomen en daar was iedereen blij mee en wij ook. We zouden echter toch graag willen dat jullie met hem gaan praten.'
'Waarover?'
‘Omdat hij nog nooit op tijd is geweest. Plus dat hij na een wedstrijd niet weet hoe snel hij weg moet komen en dat is slecht voor de sfeer in het team. Hij moet gewoon een half uurtje de tijd nemen om met die knapen te praten. Als hij daar te druk voor is, had hij er niet aan moeten beginnen. Nu zijn onze kinderen namelijk de dupe en dat kan volgens ons niet jullie bedoeling zijn.'
Harold doet zijn best om rustig te blijven, maar het lukt hem niet om zijn woede te verbergen.
'Mannen, wat vallen jullie me vreselijk tegen. Toen we die bijeenkomst hadden en Theo zich aanbood, wisten we allemaal dat hij met zijn winkel zat. Hij heeft dat ook gezegd, maar daar reageerde niemand van jullie op.’
Omdat Harold beseft dat hij met een behoorlijke stemverheffing praat, houdt hij zich even stil om wat rustiger te worden. Na een slokje koffie gaat hij echter verder met zijn verhaal.
‘Jullie hadden trouwens ook leider of trainer kunnen worden. In tegenstelling tot Theo hebben jullie daar namelijk tijd genoeg voor.’
‘Dat zeg jij.’
‘Ja en dat ook zo. Jullie zijn er namelijk alle trainingen en wedstrijden nog geweest. Ik vind het daarom heel triest dat jullie nu over Theo komen klagen.’
‘We hebben toch gelijk.’
‘Dat is niet aan de orde. Natuurlijk heeft Theo moeite met zijn tijd. Als jullie destijds je verantwoordelijkheid hadden genomen, had hij zich echter nu niet elke keer hoeven haasten. Jullie zullen de situatie trouwens moeten accepteren, want wij gaan niet met Theo praten. Kom ook nooit meer met dit soort verhaaltjes, want hier ben ik niet van gediend en Arie is het met me eens. We zijn dus uitgepraat en wat mij betreft kunnen jullie vertrekken.'
'Mogen we nog iets zeggen?'
'Nee, ik ben klaar met jullie. Tot kijk.'
‘Je kunt toch nog wel even naar ons luisteren? We hebben namelijk een voorstel.’
‘Willen jullie Theo gaan helpen, zodat het voor hem gemakkelijker wordt?’
‘Dat was niet onze bedoeling.’
‘Jammer, maar dan zijn we uitgepraat.’

Verkoop en prijs per 4 stuks
Tekstkaarsen mooi mens
Een sfeervol cadeautje voor de man of vrouw die bijzonder voor u is.
De kaarsjes kunnen op bijzondere momenten opgebrand worden, maar
ook ter decoratie ergens neer worden gezet. Deze kaarsjes vertellen
wat u van iemand vindt.
KLIK HIER VOOR MEER KAARSEN