Omschrijving
Als Patrick dinsdags na het trainen thuiskomt, begint hij opgewonden te vertellen.
‘Ruud en Bart mogen naar Heerenveen. Er zijn mensen geweest om naar hen te kijken en nu mogen ze daar komen trainen en een paar wedstrijden spelen. Als dat goed gaat, gaan ze daar voor vast voetballen. Natuurlijk hoop ik niet dat ze weggaan, maar ik gun ze het wel.’
Patricks vader heeft ongeduldig zitten wachten tot zijn zoontje uitgepraat is.
‘Als jij zaterdag beter je best had gedaan, was je ook gevraagd. Je liep echter rond alsof je een zak zand op je rug had. Ik verwacht echter dat er nog meer kansen komen, want die scout van Heerenveen komt nu wel vaker. Het is dus zaak voor je om beter te gaan presteren. Ga daarom maar naar bed, want rust is goed voor sporters.’
Patrick kijkt zijn vader verbaasd aan.
‘Ik krijg toch nog limonade en een koek?’
‘Niet meer, want je wordt veel te dik. Neem maar een beker water en een appel. Ik ga zo trouwens je trainer bellen om te vragen of je vanaf nu
‘s woensdags met de JO11-1 mee kan trainen.’
‘Waarom? Dan moet ik drie keer trainen en dat wil ik niet. ’s Woensdags gaan we trouwens bij oma eten en zijn we pas om zeven uur thuis.’
‘Dan gaan we wel wat eerder naar huis.’
‘Was ik maar nooit over Heerenveen begonnen.’
‘Het is toch super om bij de profs te trainen en te spelen. Ik zou trouwens erg trots op je zijn als jij ook gevraagd werd. Al werd je maar door BVOB gescout, want die spelen ook hoger dan Sportief.’
‘Ben je nu dan niet trots op me?’
‘Jawel, maar dan pas echt. Maak me dus blij en ga beter voetballen. Je krijgt morgen nieuwe voetbalschoenen, zodat het daar niet meer aan kan liggen.’
‘Ik zou best naar Heerenveen willen, maar daar ben ik niet goed genoeg voor en de rest van mijn team ook niet. Zonder Ruud en Bart stonden we dus ook niet bovenaan.’
‘Onzin Patrick. Als jij hard en veel traint, word je net zo goed als zij en ik denk zelfs nog beter.’
De jongen kijkt zijn vader verdrietig aan, maar zegt niets en loopt naar boven. Daar gaat hij op de rand van zijn bed na zitten denken. Eerst meent hij stellig dat hij nooit bij een profclub terechtkomt en ook niet bij een club als BVOB, maar later begint hij te twijfelen. Zijn vader zit immers al jaren bij het voetbal en zal er dus best verstand van hebben. Misschien dat hij dus wel veel beter is dan hij zelf denkt. Hij kan in ieder geval zijn best gaan doen om een ster te worden. Vooral omdat zijn papa dan extra trots op hem is.
Hij besluit om in ieder geval naar zijn vader te luisteren en te minderen met eten en drinken. Plus dat hij vanaf vandaag eerder naar bed gaat. Natuurlijk is tv kijken erg leuk, maar een blije vader is pas echt geweldig.
Hoewel Patrick ’s zaterdags pas om half twaalf hoeft te spelen, zitten zijn pa en hij voor acht uur al met gespannen gezichten aan de ontbijttafel.
‘Vandaag moet het gebeuren. Doe dus je uiterste best en zorg dat je tegenstander niet scoort. Als het kan, moet je ook mee naar voren gaan en probeer een goal te maken. Er zijn namelijk weinig verdedigers die kunnen scoren. Denk eraan dat ik veel van je verwacht. Stel me dus niet teleur, maar laat zien dat je een topper bent. Als je goed speelt, gaan de mensen namelijk over je praten en komen de scouts vanzelf.’
Patrick twijfelt niet meer. Zijn vader heeft vertrouwen in hem en zegt niet zomaar wat. Hij kan dus goed voetballen en dat gaat hij straks ook doen. In gedachten ziet hij zijn pa al lachend langs de lijn staan en daarom zou hij het liefst meteen naar de club gaan.
Als ze daar tegen tien uur komen, gaat hij op zoek naar zijn teamgenoten. Zijn vader loopt dit keer niet naar de kantine. Daar zitten de andere ouders immers koffie te drinken en in de vaders van Ruud en Bart heeft hij geen trek. Hij vindt ze al niet aardig, maar nu kunnen ze hem zeker gestolen worden. Als binnenkort bekend wordt dat Patrick ook naar een profclub gaat, zullen ze wel aardiger tegen hem gaan doen. Voor het zover is, zal zijn zoon echter eerst goed moeten spelen bij Sportief en dat wordt een hele klus.
Hij weet namelijk ook wel dat de jongen niet overloopt van talent, maar door goed zijn best te doen, kan hij wel beter worden. Het belangrijkste is trouwens dat hij daar zelf ook in lijkt te geloven. Hij is namelijk al twee avonden vroeg gaan slapen en snoept bijna niet meer.
Helaas voor pa, draait de wedstrijd op een flinke tegenvaller uit. Voor de ogen van de man van Heerenveen bakt Patrick er namelijk weinig van. Zijn vader probeert wel om zijn zoon tot betere prestaties aan te sporen, maar zonder resultaat. Het ventje gaat zelfs steeds minder spelen. Als hij tijdens de rust door zijn trainer wordt gewisseld, loopt zijn vader dan ook verbolgen naar hem toe.
‘Wat was jij slecht. Heb je soms stiekem toch gesnoept en limonade gedronken? Op deze manier kun je een overstap naar Heerenveen wel vergeten en willen andere clubs je ook niet hebben. Je was de slechtste van het team.’
‘Ik heb mijn best gedaan, maar het wilde niet. Die anderen waren gewoon veel beter dan ik.’
‘Vandaag wel, maar we geven niet op. Je gaat daarom nog meer op je gewicht letten en in plaats van drie keer, vier keer per week trainen.’
Patrick zwijgt, maar voelt de tranen naar boven komen en is blij dat zijn trainer hem roept en hij nog even mee mag doen. Door het gezeur van zijn vader, is hij echter enorm gespannen en voetbalt hij nog slechter dan in de eerste helft. Daarom loopt hij na afloop verdrietig naar de kleedkamer en blijft zijn pa gefrustreerd achter.
Na even komt Patricks trainer naar hem toe.
‘Ik geloof niet dat u genoten heeft van uw zoon.’
‘Nee, jij wel? Het was toch ook helemaal niets. Die jongen voetbalde net als iemand van tachtig.’
‘Hij was inderdaad niet best, maar dat heb je soms. Het belangrijkste vind ik dat hij toch zijn best bleef doen. Ik hoorde u trouwens iets naar hem roepen over Heerenveen. U denkt toch hoop ik niet dat hij ooit door hen gescout wordt. Daar heeft hij namelijk het talent niet voor en dat is geen schande, maar wel de realiteit.’
Patricks vader vliegt woest op.
‘Waarom zou hij niet naar Heerenveen kunnen? Hij heeft niet zoveel talent als Ruud en Bart, maar door veel te trainen en gezond te leven, kan hij die stap ook zetten.’
‘Echt niet en daarom moet u Heerenveen of een andere profclub vergeten. Daar maakt u Patrick namelijk doodongelukkig mee. Hij heeft hier plezier en kan het eerste van Sportief halen, maar meer niet.’
‘Ik bepaal wat goed voor hem is. Als hij twee keer per week met de JO11-1 mee gaat trainen en aan zijn gewicht blijft werken, zul je zien hoe snel hij een topper is.’
‘Dat wordt hij nooit. Neem dus alstublieft genoegen met zijn huidige prestaties en verpruts zijn plezier niet. Hij is trouwens niet te dik en die extra trainingen zijn dom en daarom geef ik daar geen toestemming voor.’
‘Dan ga ik naar het bestuur.’
‘Daar zit ik in.’
‘Best, dan ga ik naar huis om zijn lidmaatschap op te zeggen en hem aan te melden bij BVOB. Succes met deze club, maar ons zie je niet meer.’
Het wordt een nare tijd voor Patrick. Ondanks een streng dieet en de hulp van een privétrainer, gaat hij bij zijn nieuwe club namelijk eerder slechter dan beter spelen. Na anderhalve wedstrijd in de JO10-2, wordt hij daarom al teruggezet naar de JO10-3 en ook met dat niveau heeft hij moeite.
De trainers hier reageren trouwens net zo op hem als bij Sportief. Ze vinden hem erg aardig, maar zeker geen topper en lachen om zijn vader.
Die blijft zijn zoontje echter kritisch begeleiden en loopt zoveel mogelijk talentendagen en voetbalkampen met hem af, maar zonder resultaat. Wel zorgt het voor veel verdriet bij de jongen en frustratie bij zijn vader. Dit wordt zelfs zo erg, dat ze na een tijdje allebei genoeg hebben van het voetbal en hun grote hobby opgeven.
Pa is er voorgoed klaar mee, maar bij Patrick begint het na een paar jaar toch weer te kriebelen. Daarom meldt hij zich opnieuw aan bij Sportief en voetbalt hij, zonder de druk van het moeten presteren, met erg veel plezier verder.
‘Ruud en Bart mogen naar Heerenveen. Er zijn mensen geweest om naar hen te kijken en nu mogen ze daar komen trainen en een paar wedstrijden spelen. Als dat goed gaat, gaan ze daar voor vast voetballen. Natuurlijk hoop ik niet dat ze weggaan, maar ik gun ze het wel.’
Patricks vader heeft ongeduldig zitten wachten tot zijn zoontje uitgepraat is.
‘Als jij zaterdag beter je best had gedaan, was je ook gevraagd. Je liep echter rond alsof je een zak zand op je rug had. Ik verwacht echter dat er nog meer kansen komen, want die scout van Heerenveen komt nu wel vaker. Het is dus zaak voor je om beter te gaan presteren. Ga daarom maar naar bed, want rust is goed voor sporters.’
Patrick kijkt zijn vader verbaasd aan.
‘Ik krijg toch nog limonade en een koek?’
‘Niet meer, want je wordt veel te dik. Neem maar een beker water en een appel. Ik ga zo trouwens je trainer bellen om te vragen of je vanaf nu
‘s woensdags met de JO11-1 mee kan trainen.’
‘Waarom? Dan moet ik drie keer trainen en dat wil ik niet. ’s Woensdags gaan we trouwens bij oma eten en zijn we pas om zeven uur thuis.’
‘Dan gaan we wel wat eerder naar huis.’
‘Was ik maar nooit over Heerenveen begonnen.’
‘Het is toch super om bij de profs te trainen en te spelen. Ik zou trouwens erg trots op je zijn als jij ook gevraagd werd. Al werd je maar door BVOB gescout, want die spelen ook hoger dan Sportief.’
‘Ben je nu dan niet trots op me?’
‘Jawel, maar dan pas echt. Maak me dus blij en ga beter voetballen. Je krijgt morgen nieuwe voetbalschoenen, zodat het daar niet meer aan kan liggen.’
‘Ik zou best naar Heerenveen willen, maar daar ben ik niet goed genoeg voor en de rest van mijn team ook niet. Zonder Ruud en Bart stonden we dus ook niet bovenaan.’
‘Onzin Patrick. Als jij hard en veel traint, word je net zo goed als zij en ik denk zelfs nog beter.’
De jongen kijkt zijn vader verdrietig aan, maar zegt niets en loopt naar boven. Daar gaat hij op de rand van zijn bed na zitten denken. Eerst meent hij stellig dat hij nooit bij een profclub terechtkomt en ook niet bij een club als BVOB, maar later begint hij te twijfelen. Zijn vader zit immers al jaren bij het voetbal en zal er dus best verstand van hebben. Misschien dat hij dus wel veel beter is dan hij zelf denkt. Hij kan in ieder geval zijn best gaan doen om een ster te worden. Vooral omdat zijn papa dan extra trots op hem is.
Hij besluit om in ieder geval naar zijn vader te luisteren en te minderen met eten en drinken. Plus dat hij vanaf vandaag eerder naar bed gaat. Natuurlijk is tv kijken erg leuk, maar een blije vader is pas echt geweldig.
Hoewel Patrick ’s zaterdags pas om half twaalf hoeft te spelen, zitten zijn pa en hij voor acht uur al met gespannen gezichten aan de ontbijttafel.
‘Vandaag moet het gebeuren. Doe dus je uiterste best en zorg dat je tegenstander niet scoort. Als het kan, moet je ook mee naar voren gaan en probeer een goal te maken. Er zijn namelijk weinig verdedigers die kunnen scoren. Denk eraan dat ik veel van je verwacht. Stel me dus niet teleur, maar laat zien dat je een topper bent. Als je goed speelt, gaan de mensen namelijk over je praten en komen de scouts vanzelf.’
Patrick twijfelt niet meer. Zijn vader heeft vertrouwen in hem en zegt niet zomaar wat. Hij kan dus goed voetballen en dat gaat hij straks ook doen. In gedachten ziet hij zijn pa al lachend langs de lijn staan en daarom zou hij het liefst meteen naar de club gaan.
Als ze daar tegen tien uur komen, gaat hij op zoek naar zijn teamgenoten. Zijn vader loopt dit keer niet naar de kantine. Daar zitten de andere ouders immers koffie te drinken en in de vaders van Ruud en Bart heeft hij geen trek. Hij vindt ze al niet aardig, maar nu kunnen ze hem zeker gestolen worden. Als binnenkort bekend wordt dat Patrick ook naar een profclub gaat, zullen ze wel aardiger tegen hem gaan doen. Voor het zover is, zal zijn zoon echter eerst goed moeten spelen bij Sportief en dat wordt een hele klus.
Hij weet namelijk ook wel dat de jongen niet overloopt van talent, maar door goed zijn best te doen, kan hij wel beter worden. Het belangrijkste is trouwens dat hij daar zelf ook in lijkt te geloven. Hij is namelijk al twee avonden vroeg gaan slapen en snoept bijna niet meer.
Helaas voor pa, draait de wedstrijd op een flinke tegenvaller uit. Voor de ogen van de man van Heerenveen bakt Patrick er namelijk weinig van. Zijn vader probeert wel om zijn zoon tot betere prestaties aan te sporen, maar zonder resultaat. Het ventje gaat zelfs steeds minder spelen. Als hij tijdens de rust door zijn trainer wordt gewisseld, loopt zijn vader dan ook verbolgen naar hem toe.
‘Wat was jij slecht. Heb je soms stiekem toch gesnoept en limonade gedronken? Op deze manier kun je een overstap naar Heerenveen wel vergeten en willen andere clubs je ook niet hebben. Je was de slechtste van het team.’
‘Ik heb mijn best gedaan, maar het wilde niet. Die anderen waren gewoon veel beter dan ik.’
‘Vandaag wel, maar we geven niet op. Je gaat daarom nog meer op je gewicht letten en in plaats van drie keer, vier keer per week trainen.’
Patrick zwijgt, maar voelt de tranen naar boven komen en is blij dat zijn trainer hem roept en hij nog even mee mag doen. Door het gezeur van zijn vader, is hij echter enorm gespannen en voetbalt hij nog slechter dan in de eerste helft. Daarom loopt hij na afloop verdrietig naar de kleedkamer en blijft zijn pa gefrustreerd achter.
Na even komt Patricks trainer naar hem toe.
‘Ik geloof niet dat u genoten heeft van uw zoon.’
‘Nee, jij wel? Het was toch ook helemaal niets. Die jongen voetbalde net als iemand van tachtig.’
‘Hij was inderdaad niet best, maar dat heb je soms. Het belangrijkste vind ik dat hij toch zijn best bleef doen. Ik hoorde u trouwens iets naar hem roepen over Heerenveen. U denkt toch hoop ik niet dat hij ooit door hen gescout wordt. Daar heeft hij namelijk het talent niet voor en dat is geen schande, maar wel de realiteit.’
Patricks vader vliegt woest op.
‘Waarom zou hij niet naar Heerenveen kunnen? Hij heeft niet zoveel talent als Ruud en Bart, maar door veel te trainen en gezond te leven, kan hij die stap ook zetten.’
‘Echt niet en daarom moet u Heerenveen of een andere profclub vergeten. Daar maakt u Patrick namelijk doodongelukkig mee. Hij heeft hier plezier en kan het eerste van Sportief halen, maar meer niet.’
‘Ik bepaal wat goed voor hem is. Als hij twee keer per week met de JO11-1 mee gaat trainen en aan zijn gewicht blijft werken, zul je zien hoe snel hij een topper is.’
‘Dat wordt hij nooit. Neem dus alstublieft genoegen met zijn huidige prestaties en verpruts zijn plezier niet. Hij is trouwens niet te dik en die extra trainingen zijn dom en daarom geef ik daar geen toestemming voor.’
‘Dan ga ik naar het bestuur.’
‘Daar zit ik in.’
‘Best, dan ga ik naar huis om zijn lidmaatschap op te zeggen en hem aan te melden bij BVOB. Succes met deze club, maar ons zie je niet meer.’
Het wordt een nare tijd voor Patrick. Ondanks een streng dieet en de hulp van een privétrainer, gaat hij bij zijn nieuwe club namelijk eerder slechter dan beter spelen. Na anderhalve wedstrijd in de JO10-2, wordt hij daarom al teruggezet naar de JO10-3 en ook met dat niveau heeft hij moeite.
De trainers hier reageren trouwens net zo op hem als bij Sportief. Ze vinden hem erg aardig, maar zeker geen topper en lachen om zijn vader.
Die blijft zijn zoontje echter kritisch begeleiden en loopt zoveel mogelijk talentendagen en voetbalkampen met hem af, maar zonder resultaat. Wel zorgt het voor veel verdriet bij de jongen en frustratie bij zijn vader. Dit wordt zelfs zo erg, dat ze na een tijdje allebei genoeg hebben van het voetbal en hun grote hobby opgeven.
Pa is er voorgoed klaar mee, maar bij Patrick begint het na een paar jaar toch weer te kriebelen. Daarom meldt hij zich opnieuw aan bij Sportief en voetbalt hij, zonder de druk van het moeten presteren, met erg veel plezier verder.

Verkoop en prijs per 4 stuks
Tekstkaarsen liefste mama
Een sfeervol cadeautje voor de man of vrouw die bijzonder voor u is.
De kaarsjes kunnen op bijzondere momenten opgebrand worden, maar
ook ter decoratie ergens neer worden gezet. Deze kaarsjes vertellen
wat u van iemand vindt.
KLIK HIER VOOR MEER KAARSEN