De voorzitter heeft toch geen vrienden

Model: De voorzitter heeft toch geen vrienden
0,00 Excl. BTW: €0,00

Omschrijving

De wedstrijd van het vierde verloopt al vanaf het begin erg rommelig. Er worden veel overtredingen gemaakt, de spelers hebben continu commentaar op de leiding en langs de lijn gaat het er ook niet vriendelijk aan toe. Net voor het einde loopt het tot grote schrik van voorzitter Tjerk helemaal uit de hand. Dan ontstaat er, door een onterecht vlagsignaal van de grensrechter, namelijk een vechtpartij. De politie die gelijk wordt gebeld, is snel ter plaatse en na wat getrek en geduw, hebben zij de mensen vrij snel rustig. Ze houden wel iemand aan en tot leedvermaak van een aantal supporters en grote schrik van de voorzitter, is dat zijn beste vriend Mark.

Omdat hij zich niet voor kan stellen dat zijn kameraad iets uitgevreten heeft, dwingt hij zichzelf echter om rustig te blijven. Op het bureau zal namelijk blijken dat de arrestatie onterecht is geweest. Als Tjerk een uurtje later met de rest van het bestuur en twee agenten na zit te praten, lijkt hij zich echter vergist te hebben. Zijn vriend blijkt volgens de spelers namelijk de aanstichter van alles te zijn geweest. Plus dat hij ook door meerderen wordt aangewezen als de persoon die de scheidsrechter heeft geslagen.

Hier schrikt Tjerk enorm van en het is een grote tegenvaller voor hem, want dit had hij niet van zijn vriend verwacht. Nadat hij afscheid van de agenten heeft genomen, loopt hij daarom balend naar de kantine. Als hij daar een glas cola bestelt, wordt zijn stemming er niet beter op.
‘Jullie ondernemen zeker niets tegen die Mark?’
'We gaan er maandag als bestuur over praten en wachten het rapport van de politie af. Ik heb dus nog geen idee wat er gaat gebeuren.’
‘Ik wil met je wedden dat Mark vrijuit gaat.’
‘Als hij onschuldig is, gaan we hem niet straffen.’
‘Hij is toch niet voor niets gearresteerd.’
‘Als de politie aangeeft dat hij schuldig is, zal dat consequenties voor hem hebben.’
‘Jij gaat je vriend echt niet schorsen.’
‘Dat zijn jouw woorden, maar ik beloof je dat bij deze club niemand de hand boven het hoofd gehouden wordt. Zeker de persoon niet die de scheidsrechter tegen de grond heeft geslagen.’

Er zijn inmiddels meer mensen bij komen staan en die zijn het met de barkeeper eens. Vooral Wout uit het achtste. Hoewel Tjerk beseft dat de man gedronken heeft en hij dus niet met hem in discussie moet gaan, doet hij het toch.         
'We zijn al heel lang vrienden, maar dat heeft hier niets mee te maken. Als hij schuld heeft, wordt hij dus net zo bestraft als een ander.'
'Je begrijpt toch zelf ook wel dat niemand je gelooft. Jij bent namelijk net zo corrupt als de rest van het bestuur. Toen je zoon pas rood kreeg, werd hij in tegenstelling tot anderen bijvoorbeeld niet geschorst. Dat jullie niemand de hand boven het hoof houden, is dus gelogen.'

Tjerk maakt zich kwaad, maar houdt zich in.
'Ik vind het prima dat je me beschuldigt, maar je moet geen onzin vertellen.'
'Doe ik dat dan?'
'Ja, want mijn zoon heeft mazzel gehad. Ze hebben de scheidsrechter namelijk zover gekregen dat hij de kaart niet doorgaf.'
'Dan had de club hem zelf moeten schorsen.'
'Dat heb ik ook voorgesteld, maar de rest van het bestuur was daarop tegen.'
'Ik geloof er geen woord van.'
'Dat is jammer, maar niet mijn probleem.'

Omdat Tjerk er enorm van baalt dat men zo negatief over hem en zijn bestuur doet, besluit hij het gesprek af te kappen.
'Als jullie het niet erg vinden, loop ik verder. Dit gesprek heeft immers geen zin.'
'Klopt, want jij wil je ongelijk niet toegeven.'
'Tot ziens, heren.'

Als Tjerk verder loopt, komt hij bij twee mensen van de jeugdcommissie.
'Je vriend heeft zich aardig misdragen. Wordt hij nu net als die jongen uit de JO19 ook een jaar geschorst of gelden er dit keer andere regels?'
'Wees niet bang. Ik heb gelukkig veel vrienden, maar die behandel ik niet anders dan de rest.'
'Het is te hopen, want de jeugd wordt meestal veel zwaarder gestraft dan de senioren. Na die vechtpartij van een jaar of zeven geleden bij het vijfde, heeft de club immers ook niets gedaan.'
'Toen zat er een ander bestuur.'
'Is er veel veranderd dan?'
'Ik vind van wel en het is jammer dat jullie er als jeugdbestuursleden anders over denken.'
'Als jij dit keer de zaak naar behoren oplost, zul je van ons nooit meer een kwaad woord horen.'
'Daar hou ik jullie aan.'

Tjerk heeft inmiddels genoeg van het gezeur en loopt naar zijn collega's van het bestuur. Die maken hem echter nog veel moedelozer.
'Velen denken dat je Mark niet gaat straffen. De jongens van het vierde maken het helemaal bont. Zij eisen namelijk dat je vriend keihard aangepakt wordt en vinden dat wij het niet moeten accepteren als jij hem helpt. Volgens hen moeten we desnoods maar een bestuurscrisis forceren.’
‘Jullie denken toch hoop ik niet dat dit nodig is.'
'Natuurlijk niet. Wij vertrouwen je blindelings.’
‘Dat is fijn om te horen. Hoewel het gezeur erg vervelend is, vind ik dat nog niet eens het ergste. Ik baal er namelijk veel meer van dat Mark zich heeft misdragen. Als het tenminste waar is wat iedereen roept. Wanneer ze gelijk hebben, moet hij trouwens zijn straf krijgen en als me dat een vriend kost, dan is dat maar zo. Laten we echter eerst afwachten waar de politie mee komt.'
'Dat ben ik met je eens.'

Als Tjerk zich 's avonds heeft gedoucht en de trap af loopt, hoort hij de voordeurbel en als hij de deur opent, ziet hij Mark staan.
'Mag ik binnenkomen?'
'Heb ik je ooit buiten laten staan?'
'Nee, maar je zult wel kwaad op me zijn.'
‘Ik ben meer geschrokken dan boos.’
'Kunnen we even ongestoord praten?'
'Jazeker. Loop maar door. Ik ben alleen thuis.’

In de kamer komt Mark met een grote verrassing.
'Ik heb niets gedaan.'
'Dat zou ik geweldig vinden, maar de politie heeft je neem ik aan niet zomaar gearresteerd.'
'Dat klopt. Ik stond tussen de vechtersbazen in en heb een paar flinke klappen gehad. Verder heb ik me alleen verweerd en geprobeerd om de scheidsrechter te beschermen. Men zei echter dat ik hem geslagen had, maar hij heeft tegen de politie gezegd dat ik het niet ben geweest.’
'Ik kon me al niet voorstellen dat je tot zoiets in staat was en gelukkig ben je dat dus ook niet. Weten ze trouwens wel wie de echte dader is?'
'Geen idee, maar ik weet wel wie de daders zijn en de spelers moeten het ook hebben gezien.'
'Wie zijn het dan?'
'Ze zijn van onze club, maar meer zeg ik niet. In ieder geval nog niet. Ik hoop dat de politie het  binnen een paar dagen weet, want dan hoef ik tenminste niemand te verraden.'
'Dat vind ik correct. Zeker omdat de daders jou wel onschuldig hebben laten meenemen en meerdere spelers je dus ook ten onrechte als dader hebben aangewezen.’

Als Mark weg is, piekert Tjerk zich suf wie de daders zijn. Binnen een uur krijgt hij echter al antwoord, want dan staat de politie voor de deur.
'Goedenavond. We komen u even bijpraten.'
'Geweldig. Kom erin.'
'Zoals u waarschijnlijk al weet, hadden we eerst een onschuldig iemand gearresteerd.'
'Mark is bij me geweest om alles te vertellen.'
'Heeft hij de namen van de daders genoemd?'
'Nee, dat hij wilde hij aan jullie overlaten.'
'Netjes van hem, maar we weten inmiddels alles. Volgens een betrouwbare getuige van de tegenpartij zijn er over en weer flinke klappen gevallen. Er zijn echter twee mensen die het veel te gek hebben gemaakt. Zij hebben ook de scheidsrechter wel behoorlijk zwaar mishandeld.'
'Mag ik weten wie het zijn?'
'Ja, de heren zitten inmiddels op het bureau en hun namen zijn Toornbrug en Kaakman. Ze hebben allebei bekend, dus kunnen we het onderzoek wat dat betreft afsluiten.'

Tjerk schrikt gigantisch van dit antwoord.
'Dat zijn de spits en de leider van het team en die laatste is mijn broer.'
'Daar hielden we al rekening mee. Sorry.'
'Jullie hoeven je niet te verontschuldigingen, want het is zijn eigen schuld en van die speler ook.'
'Dat is zo, maar mooi dat we het eens zijn.'
'Wat gaat er nu gebeuren?'
'Niet heel veel, want de scheidsrechter heeft geen aangifte gedaan. Al gaan we nog wel bij hem langs om te vragen of hij dit alsnog wil doen.'
'Er is in overleg met de tegenpartij en tegen mijn wil ook geen rapport van opgemaakt. Vanuit de KNVB wordt er dus niemand geschorst.'
'Dan blijven de heren dus op de velden lopen.'
'Ik denk het niet, want wij gaan maandag als bestuur bespreken wat we met de mannen gaan doen. U begrijpt dat ik dit niet alleen kan beslissen, maar ik verwacht dat het op een lange schorsing voor hen uit zal draaien.'
'Dat lijkt me niet meer dan normaal.'

Als het bestuur 's maandagsavonds bij elkaar zit, zijn ze het al snel eens. De heren wordt voor drie jaar de toegang tot het terrein ontzegd en deze beslissing levert de bestuursleden heel veel kritiek op. Ook Wout, de speler van het achtste, is het er weer niet mee eens en dat komt hij Tjerk op zijn eigen manier vertellen.
'Jullie zijn een lekker bestuur om twee trouwe clubmensen voor drie jaar weg te sturen.’
‘Waarom dan?’
‘Zij hadden met de tegenpartij geregeld dat het niet doorgegeven hoefde te worden en dan flikken jullie dit. Als ik in het vierde zat, zou ik ervoor zorgen dat het elftal er per direct mee stopte.'
'Vind jij dat vechten dan normaal en waarom moest die scheidsrechter klappen krijgen?'
'Ach er gebeurt toch overal wel eens wat.'
'Dat is waar. We moeten het alleen niet tolereren, want anders is het einde zoek. Ik vraag me trouwens af waarom ik Mark volgens jou wel lang moest schorsen en die jongens uit het vierde niet. Zijn die twee soms vrienden van je?'
'Ja, maar je hebt wel gelijk. Als we scheidsrechters gaan slaan, wil er binnenkort helemaal niemand meer fluiten. Vergeet maar wat ik tegen je gezegd heb.’
‘Doe ik man. Zand erover.’