De spits van het eerste

Model: de spits van het eerste
0,00 Excl. BTW: €0,00

Omschrijving

Als Fred en zijn vrouw op het punt staan om te gaan slapen, horen ze een auto enorm remmen en daarna een daverende klap. Ze kijken elkaar daarom geschrokken aan.
‘Een ongeluk.’
‘Dat lijkt er wel op. Ik ga kijken of ik kan helpen.’
‘Neem je telefoon mee. Zal ik vast 112 bellen?’
‘Nee, wacht maar even.’

Fred grijpt snel een jas en rent zo snel hij kan naar de weg. Daar ziet hij wat er aan de hand is. Net bij het huis van de buren is iemand uit de bocht gevlogen en als hij aan de enorme klap denkt, vreest hij dat het erg hard is gegaan.
De vraag is dus wat hij zo aantreft. Misschien zwaargewonden, maar het kan ook erger zijn. Daarom rent hij snel naar de plek van het ongeval. Als hij er bijna is, hoort hij iemand proberen om de gecrashte wagen te starten en als dat is gelukt, ziet hij de auto met een enorme vaart een bospad inrijden. Als hij ziet dat Erwin, de spits van het eerste van OKBP, met een bebloed hoofd achter het stuur zit, krijgt hij de volgende schrik. 

Fred denkt te weten wat er aan de hand is. Erwin heeft momenteel namelijk problemen thuis en schijnt flink te drinken. Dat zal hij dus nu ook wel gedaan hebben en daarom is hij natuurlijk gevlucht. Als Fred over de politie denkt, schrikt hij nog een keer. Wat moet hij namelijk zeggen als men vraagt of hij weet wie er in die auto zat.  Natuurlijk is Erwin verkeerd bezig, maar hij houdt er niet van om iemand te verraden en zeker nu niet. Erwin is namelijk de topscorer van het eerste van OKBP, de club waar hij voorzitter van is, en als ze morgen winnen, zijn ze kampioen. Als hij zijn naam noemt, gaat de politie hem zoeken en is de kans groot dat hij de kampioenswedstrijd kan vergeten. Misschien laat hij vanwege de eventuele gevolgen van het ongeluk sowieso al verstek gaan, maar daar kan hij als voorzitter dan niets aan doen.

Als Fred het licht bij de buren aan ziet gaan en de politie hoort naderen, twijfelt hij even of het wel goed is om zijn speler te beschermen. Erwin had immers ook iemand kunnen raken en dan waren de gevolgen waarschijnlijk niet te overzien geweest. Dat is echter niet gebeurd en als hij hem aangeeft, heeft hij natuurlijk niet alleen de club ermee. Erwin zal thuis namelijk nog meer problemen krijgen dan hij al heeft. Verder krijgt hij een flinke boete en hij heeft het al niet breed.

Als de buren naar buiten komen en de politie bij hem stopt, besluit hij Erwin binnenkort op zijn gedrag aan te spreken en hem niet nog verder in de ellende te duwen. Al is dit wel de moeilijkste beslissing die hij in de vijftien jaar dat hij voorzitter is, heeft genomen. Tegen de politie laat hij daar echter niets van merken.
‘Vanwege de enorme klap ben ik zo snel mogelijk hierheen gerend. Toen ik hier was, schoot de auto echter pruttelend dat bospad in.’
‘Heeft u kunnen zien hoeveel mensen er in de auto zaten?’
‘Ik heb alleen de chauffeur gezien.’
‘Was het een hij?’
‘Volgens mij wel.’
‘Heeft u hem herkend?’
‘Helaas niet.’

Omdat Fred niet de kans wil lopen dat hij zich verspreekt, besluit hij naar huis te gaan. Onderweg denkt hij na over wat hij tegen zijn vrouw moet zeggen. Normaal is hij altijd eerlijk tegen haar, maar het lijkt hem beter om dat dit keer niet te zijn. Ze roddelt nooit, maar kan zich best een keer verpraten en dan zit hij in de problemen. Het zal namelijk best strafbaar zijn om tegen de politie te liegen. Hij is trouwens ook niet echt blij met wat hij heeft gedaan en heeft geen zin om er met haar over te praten.

Als hij thuis is, herhaalt hij daarom het verhaal wat hij tegen de agenten heeft verteld. Ze zitten nog wel even bij elkaar, maar omdat hij na wil denken over hoe hij met Erwin zal doen, zegt hij niet veel en gaan ze al vlot naar bed. 

Van slapen komt weinig, want hij ziet constant het bebloede hoofd van Erwin voor zich. Plus dat hij zich afvraagt of de politie niet te weten komt dat hij gelogen heeft en of de jongen morgen wel voetbalt. Hij heeft namelijk een flinke klap gemaakt en de kans is klein dat dit zonder gevolgen blijft.

Fred is blij dat zijn vrouw de volgende ochtend vroeg weg moet, zodat hij niet meer over het ongeluk hoeft te praten. Door het alleen zijn, maakt hij zich echter steeds meer zorgen en daarom gaat hij extra vroeg naar het voetbalveld. Als hij even onderweg is, gaat zijn telefoon.
‘Fred.’
‘Met Erwin. Nog bedankt voor gisteravond.’
‘Wat heb je toch gedaan en hoe is het? Heeft de politie je niet gevonden en waar staat je auto?’
‘Sorry. Ik had niet met drank op achter het stuur moeten kruipen. Dom van me en dit doe ik niet nog eens. Ze hebben me trouwens niet gepakt en mijn auto is al heel ver weg. Die vindt niemand meer. Weet jij trouwens hoeveel schade je buren hebben, want dat wil ik graag vergoeden.’
‘Alleen een stukje heg en wat struikjes.’
‘Oké, dan zie ik wel even hoe ik dat oplos. Nogmaals bedankt, want jij zag natuurlijk direct dat ik het was.’
‘Zullen we afspreken dat ik jou niet gezien heb?’
‘Prima, maar je hebt me echt gematst.’
‘Als jij vanmiddag goed speelt, ons kampioen maakt en dit nooit meer doet, mats jij mij ook.’
‘Ik beloof je niet teleur te stellen.’
‘Dat is dan hierbij afgesproken.’

De spits houdt woord, waardoor het ’s middags,
’s avonds en een deel van de nacht groot feest is bij de club. Fred kan hier echter niet zo van genieten als hij had gehoopt. Het gaat namelijk steeds meer aan hem knagen dat hij niet eerlijk tegen zijn vrouw is geweest. Daarom besluit hij na wat moeilijke dagen om alles op te biechten en die eerlijkheid zorgt voor donkere wolken boven zijn relatie. Gelukkig voor hem blijven die niet lang hangen, maar zorgen ze wel voor het besef dat zijn relatie veel belangrijker is dan zijn club.