De regels gelden ook voor topvoetballers

Model: De regels gelden ook voor topvoetballers
15 Excl. BTW: 15

0
Levertijd: 3-4 werkdagen

Omschrijving

Als trainer Jan ’s woensdagsavonds zijn trainingsmateriaal klaar heeft gezet en zijn groep bij elkaar roept, schrikt hij. Jordy, dat is veruit zijn beste speler, is er namelijk niet en hij heeft zich ook niet afgemeld. Er kan natuurlijk onderweg iets gebeurd zijn, misschien is hij op het laatste moment ziek geworden en er kan iets met zijn familie zijn. Hij hoopt maar dat de jongen zijn ouders in de loop van de avond of morgen bellen. Als hij niets van de knaap hoort, staat hij namelijk voor een moeilijke beslissing.

Hij heeft namelijk als regel dat spelers die zonder zich af te melden wegblijven van de training, een halve wedstrijd reserve staan. Dit betekent echter dat hij zijn sterspeler zaterdag maar één helft kan laten spelen en dat kan dramatische gevolgen hebben. Ze kunnen namelijk kampioen worden, maar zonder Jordy redden ze dat nooit. Blijkbaar hebben zijn spelers ook al aan dit probleem gedacht en hun meningen zijn nogal verdeeld.
‘Ik ga wel in zijn plaats reserve staan, want zonder hem worden we geen kampioen.’
‘Waarom zou jij je voor hem opofferen? Hij weet toch dat hij moet afbellen als hij niet komt trainen. Toen ik pas vergeten was om af te zeggen, stond ik immers ook reserve.’
‘Wil je dan geen kampioen worden?’
‘Natuurlijk wel, maar de regels gelden voor iedereen.’
‘Ruud heeft gelijk. Als Jordy geen reserve hoeft te staan, doe ik het ook niet meer. Zonder hem kunnen we trouwens ook best kampioen worden. Hij doet immers maar één helft niet mee.’
‘Nee joh. Zonder Jordy redden we het nooit.’

Trainer Jan maakt een eind aan de discussie.
‘Jongens, we gaan trainen. Niemand weet waarom Jordy er niet is, is, dus heeft het geen zin om over hem te blijven praten. Ik ga ervan uit dat ik vanavond of morgen iets van hem hoor en dan beslis ik daarna wel wat er gebeurt.’
‘Jij wil toch ook graag kampioen worden?’
‘Jongens, we houden erover op. Ik verwacht trouwens dat Jordy nog komt en dus zaterdag gewoon speelt.’

Jans gevoel wordt tijdens de training steeds slechter. De groep is namelijk erg onrustig, waardoor de simpelste oefeningen fout gaan. Het feit dat hij niets kan doen, frustreert hem het meest. Ja, hij kan Jordy bellen, maar is dat verstandig? Het gaat immers om een jochie van dertien. Als hij weet wat er aan de hand is, kan hij het echter tegen de groep zeggen en verloopt de rest van de training misschien beter.  Dat is met het oog op de wedstrijd van zaterdag immers wel zo fijn. Hoewel hij blijft twijfelen of het een goede beslissing is, besluit hij na even om Jordy toch maar te bellen. Als hij zijn telefoon pakt, ziet hij echter de jongen zijn vader aankomen en omdat die hem wenkt, rent hij naar de kant.

‘Hallo. Is Jordy ziek?’
‘Hij heeft gevochten op school en moest nablijven, dus hebben we hem verboden om vanavond te trainen. Ik neem daarom aan dat hij zaterdag gewoon de hele wedstrijd speelt. Zeker omdat het de kampioenswedstrijd is.’
‘Opvoedkundig hebben jullie natuurlijk gelijk, maar ik zit wel met een heel groot probleem.’
‘Ik heb toch uitgelegd waarom Jordy er niet is.’
‘Klopt, maar dat geeft mij niet de vrijheid om hem de hele wedstrijd te laten spelen en dat kan ons het kampioenschap kosten.’
‘Volgens mij heeft niemand er problemen mee als je voor deze keer een uitzondering maakt.’
‘Misschien niet, maar ik haal wel mijn eigen regel onderuit en trek Jordy voor ten opzichte van de anderen.’
‘Ik denk dus niet dat iemand daar moeite mee heeft.’

Jan glimlacht.
‘Als we kampioen worden, zal iedereen het een goede beslissing vinden. Wat gebeurt er echter als we verliezen en wat moet ik doen als er binnenkort iemand anders zonder af te zeggen wegblijft?’
‘Je kunt ze toch vertellen dat het met Jordy eenmalig is.’
‘Zeker, maar ik zeg net dat dit volgens mij niet slim is. Nou, ik ga trainen en denk er nog over.’

Als Jan bij de groep komt en de jongens nieuwsgierig ziet kijken, vertelt hij ze wat hij heeft gehoord. De spelers blijken echter maar voor één ding belangstelling te hebben.
‘Speelt hij nu een hele of een halve wedstrijd?’
‘Ik begrijp dat jullie graag willen weten wat er gaat gebeuren. Omdat Jordy er niet bij is, zeg ik daar echter nog niets over. Het gaat immers om hem en het is niet goed dat jullie eerder weten wat ik ga doen dan hij. Wat ik wel kan zeggen, is dat ik het kampioenschap niet laat lopen.’

Als ze de training weer hervatten, staat Jan eerst even te balen. Hij meent namelijk dat zijn praatje niets heeft geholpen, maar gelukkig valt dat mee.
Na een minuut of vijf worden de spelers namelijk wat rustiger en wordt er ook weer gelachen. Het restant van de training gaat zelfs vrij goed en dat stelt hem aardig gerust. Al zit hij nog wel met de vraag wat hij met Jordy moet. Hij krijgt echter geen tijd om daarover na te denken, want bij het ballenhok staan wat vaders op hem te wachten.
‘Je laat Jordy zeker wel de hele wedstrijd spelen?’
‘Dat weet ik nog niet.’
‘Je gaat het kampioenschap toch niet verprutsen?’

Jan wil eerst een nietszeggend antwoord geven, maar gaat dan toch op de vraag in.
‘Ik heb nog niets besloten, maar stel dat ik Jordy een halve wedstrijd laat spelen en we verliezen. Is dat dan mijn schuld of die van hem en zijn ouders?’
‘Het gaat ons alleen om het kampioenschap.’
‘Ik wil én kampioen worden én geloofwaardig blijven.’
‘Weet je voor jezelf al wel wat je gaat doen?’
‘Daar laat ik me niet over uit. Tot zaterdag.’

De ouders willen nog meer zeggen, maar Jan gaat zich douchen en daarna gelijk naar huis. Daar denkt hij lang over de situatie na en voor het eerst sinds hij jeugdtrainer is, houdt het voetbal hem een groot deel van de nacht uit zijn slaap. 
Tegen de ochtend neemt hij echter een besluit en de volgende dag wordt hij steeds zekerder van zijn zaak. Hij maakt zich echter wel zorgen voor zaterdag, want volgens hem zijn de spelers meer met Jordy dan met de wedstrijd bezig en dat is geen ideale voorbereiding.

Daarom besluit hij niet tot zaterdag te wachten om zijn besluit bekend te maken, maar gaat hij de volgende avond met Jordy’s ouders praten.
‘Ik zou graag willen dat het anders was, maar vind niet dat ik hem een hele wedstrijd kan laten spelen. Natuurlijk maak ik me zorgen over het kampioenschap, maar ik wil niet de één anders behandelen dan de ander en zeker niet op basis van zijn voetbalkwaliteiten. Wat anderen zeggen, kan me niets schelen. Ik vind dat ik het niet moet doen en doe het ook niet. Hij speelt de eerste helft en ik hoop dat dit genoeg is om toch kampioen te worden.’

Jordy’s ouders zijn het wel met Jan eens.
‘Toen we onze zoon woensdag straften, hebben we niet over de gevolgen nagedacht. Ik vond ook eerst dat je best een uitzondering kon maken, maar jij hebt me van mening doen veranderen. Ik vind het erg knap dat je de opvoeding van de spelers belangrijker vindt dan het resultaat en hoop met jou dat ze zaterdag toch kampioen worden. Als dat niet lukt, is het onze schuld. Ik zal dit verhaal trouwens in de groepsapp zetten, zodat iedereen weet wat er zaterdag gaat gebeuren en ook hoe wij erover denken.’

Ondanks dat de meeste ouders met een dikke duim reageren, is Jan toch verre van tevreden met zichzelf. Achteraf gezien vindt hij namelijk dat hij woensdag op de training gelijk een besluit had moeten nemen. Dan had hij er met de jongens over kunnen praten en was er gelijk duidelijkheid geweest. Plus dat hij het ook zwak van zichzelf vindt dat hij over zijn eigen regel heeft getwijfeld.

Gelukkig komt het allemaal nog goed en kan hij samen met zijn team en alle ouders een geweldig kampioensfeest vieren.


Verkoop en prijs per 4 stuks

Tekstkaarsen een lichtje voor jou

Een sfeervol cadeautje voor de man of vrouw die bijzonder voor u is.
De kaarsjes kunnen op bijzondere momenten opgebrand worden, maar 
ook ter decoratie ergens neer worden gezet. Deze kaarsjes vertellen
wat u van iemand vindt.

KLIK HIER VOOR MEER KAARSEN