De club is geen kindercrèche

Model: de club is geen kindercreche
0,00 Excl. BTW: €0,00

Omschrijving

Ruud is al vroeg wakker, want zijn team moet om negen uur uit spelen en hij vraagt zich af of het wel doorgaat. Het is gisteren immers de hele dag niet droog geweest en vannacht heeft hij het ook flink horen regenen. Gelukkig is het nu droog, maar als dat nog niet lang zo is, zullen ze de wedstrijd dus best op hun buik kunnen schrijven. Natuurlijk heeft hun tegenstander wel kunstgras, maar de meeste clubs laten daar alleen de hoogste teams op en zij spelen tegen de JO9-4.

Als hij op zijn telefoon ziet dat er al wat ouders geappt hebben of het doorgaat, besluit hij zich te gaan douchen en daarna naar de club te rijden. Hij kan wel bellen, maar de mensen daar worden soms dol van de telefoon. Dus wil hij het hen niet nog moeilijker maken. 

Omdat hij tijdens het douchen hoort dat er meer appjes binnenkomen, maakt hij vaart. Daarom loopt hij een half uur later het wedstrijdsecretariaat van zijn club al in.
‘Ha Ruud. Je bent vroeg.’
‘Ja. De ouders zitten allemaal in de stress of het doorgaat en misschien kunnen jullie me daar meer over vertellen.’
‘Hier gaat alles door.’
‘Dat valt me mee.’
‘Ons ook, maar het waait flink en het is al vanaf een uur of drie droog. Als het zo blijft, kan er dus gevoetbald worden.’
‘Hebben jullie al iets van Zwaluwen gehoord?’
‘Nee, maar kijk even op hun website.’
‘Daar staat op dat alles doorgaat.’
‘Reken daar dan maar op. Zij zetten de afgelastingen namelijk altijd gelijk op hun site.’
‘Mooi. Ik ga de ouders appen.’

Als Ruud de ouders geappt heeft dat de wedstrijd doorgaat, gaat hij met een bekertje koffie in de kantine zitten wachten tot iedereen er is. Net als normaal zijn de kinderen keurig op tijd en daarom lopen ze iets na kwart over acht naar de parkeerplaats om te vertrekken. 

De kleintjes zijn blij dat ze zo mogen voetballen, maar de ouders houden angstvallig de lucht in de gaten. Het valt gelukkig voor iedereen en vooral de kinderen mee, want ondanks de steeds donker wordende wolken blijft het droog. Tenminste tot ongeveer drie minuten voor het einde. Dan begint het namelijk vreselijk te hozen en daarom vluchten de kinderen met hun ouders en begeleiders snel naar de kleedkamer. 

Als Ruud met zijn team terugkomt bij hun club, blijken ze daar het resterende programma voor vandaag er te hebben uitgegooid. Vanwege een probleempje met de waterafvoer, is ook het kunstgras namelijk onbespeelbaar.

De kantine blijft nog even open, zodat de kinderen die gevoetbald hebben iets kunnen kopen, maar gaat daarna dicht. Voor de ouders is dat geen probleem, maar voor de drie kinderen die geen vader of moeder bij zich hebben wel. 
Omdat Ruud die kleintjes niet alleen hier wil laten, besluit hij hun ouders te bellen. Hij toetst eerst het nummer van Ricardo’s vader in, maar die neemt niet op en daarom probeert hij het nummer van het ventje zijn moeder.
‘Hallo. Er is toch niets met mijn zoontje?’
‘Nee mevrouw, maar hij moet opgehaald worden.’
‘Hij weet dat we er tegen twaalf uur zijn.’
‘Het voetbal is afgelast en daarom gaat de kantine zo dicht. Als u niet komt, moet hij dus een uur of nog langer buiten in de regen staan en dat lijkt me niet de bedoeling.’
‘Tjonge, wat een gezeur. Wij staan namelijk op het punt om boodschappen te gaan doen.’
‘Dan kunt u toch eerst even hierheen komen.’
‘Nee, dat gaat niet. Breng hem maar naar zijn opa en oma. Ricardo weet wel waar ze wonen.’

Ruud wil eerst weigeren, maar heeft geen zin om nog langer met deze, in zijn ogen, vreselijke moeder te praten en zegt daarom dat dit goed is. Als hij de volgende ouder aan de lijn krijgt, wordt zijn stemming echter nog veel slechter.
‘Met Daatsma.’
‘Hallo, met Ruud. De leider van Frank. Wilt u uw zoontje op komen halen? Omdat het voetballen afgelast is, gaat de kantine zo namelijk dicht en het lijkt me niet goed om het ventje alleen in de regen achter te laten. Zeker omdat het weer steeds slechter wordt en het hier erg eenzaam is.’
‘Dat klopt, maar ik heb zo een afspraak en geen tijd om eerst heen en weer te rijden. Normaal is hij altijd de hele ochtend bij de club en heb ik tijd voor wat anders, dus zit ik nu met een probleem. Kan hij niet met jou mee? Ik kom hem rond twaalf uur ophalen. Voor jou maakt dat geen verschil, want je bent andere zaterdagen ook de hele ochtend met die jongens bezig.’

‘Nee, dat doe ik niet. Ik begeleid de kinderen met heel veel plezier, maar ben geen kinderoppas.’
‘Jammer, want ik kan er uiteindelijk niets aan doen dat het voetballen niet doorgaat.’
‘Ik ook niet en Frank is niet mijn zoontje.’
‘Over een half uurtje ben ik er.’
‘Kan dat niet eerder? Ik wil namelijk naar huis en het ventje hier niet alleen achterlaten.’
‘Ik doe mijn best. Waarom blijft de kantine trouwens niet open?’
‘Omdat er geen voetbal en dus niets te doen is.’
‘Mijn zoon is er. Natuurlijk verkopen ze weinig aan hem, maar het gaat bij de club toch niet alleen om geld?’
‘U draait de zaak om. Wij zijn een voetbalclub en geen kinderopvang. Als er niet gevoetbald wordt, gaat de kantine dus dicht en dient u zich zelf met uw kind bezig te houden.’
‘Ik zoek wel een club waar hij altijd terecht kan.’

Ruud knapt bijna uit elkaar van woede en weet zich slechts met veel moeite in te houden. Hij is daarom blij dat de man het gesprek beëindigt, zodat hij met frisse tegenzin de laatste ouder kan bellen. In tegenstelling tot zijn eerste twee telefoontjes, is hij dit keer echter snel uitgepraat.
‘Van Braveren.’
‘Hallo, met Ruud. De leider van Patrick. Wilt u uw zoon op komen halen? Het voetbal is namelijk afgelast, dus gaat de kantine zo dicht en ik wil hem hier niet alleen achterlaten.’
‘Breng hem maar naar huis. De sleutel ligt onder de bloempot bij de achterdeur, maar dat weet hij. Bedankt vast, want ik ben druk. Zeg maar tegen hem dat ik er rond drie uur weer ben. Hij heeft mijn nummer, dus als er wat is, kan hij bellen.’

Als de verbinding verbroken is, staat Ruud eerst even verbaasd naar zijn telefoon te kijken. Dan schudt hij echter vertwijfeld zijn hoofd en besluit hij te gaan doen wat hij heeft afgesproken.