Omschrijving
Erik en Peter zijn al jaren erg goed bevriend met elkaar en zitten ook al heel lang samen in het bestuur van hun voetbalclub. Als ze het tijdens een vergadering over de contractverlenging van de hoofdtrainer krijgen, staan ze echter lijnrecht tegenover elkaar. Peter wil het contract namelijk verlengen en Erik niet.
‘Hij is er nu anderhalf seizoen, maar heeft het team niets verder gebracht. We draaien keurig in de middenmoot, maar het voetbal is niet om aan te zien en er zit ook geen verbetering in. Het zit ons al anderhalf jaar niet tegen, want anders waren we verleden jaar gedegradeerd en hadden we nu zo onderaan gestaan. Het lijkt mij daarom normaal dat we op zoek gaan naar een trainer waar het team wél beter van wordt.’
Erik heeft al een paar keer met zijn hoofd zitten schudden en is het niet met zijn vriend eens.
‘Dat het voetbal niet om aan te zien is, is overdreven. Het spel is niet goed, maar ik vind het ook niet superslecht.’
‘Vind je ook niet dat we veruit de minst voetballende ploeg van de derde klasse zijn?’
‘We spelen geen oogstrelend voetbal, maar dat ligt volgens mij aan de spelers die we hebben en niet aan de trainer. Die man ziet het namelijk wel goed en doet zijn best om er voetbal in te krijgen, maar we hebben meer werkers dan echte voetballers. Voor de meeste spelers is de derde klasse ook het hoogst haalbare en daar verandert geen enkele trainer iets aan.’
Peter begint wat harder te praten
‘Natuurlijk wel. Moet je kijken wat die trainer van RAC presteert. Toen hij daar kwam, stonden ze onder in de vierde klasse en nu staan ze boven in de tweede klasse.’
‘Dat zegt me weinig. Moet je kijken wat die voor team hebben en ze blijven zich maar versterken. Bij zo’n club zou ik ook goede resultaten boeken’
‘Dat is natuurlijk gezwam.’
‘Oké, maar zij hebben wel betere spelers dan wij.’
‘Ik vind niet dat wij veel minder zijn.’
Erik lacht zijn vriend een beetje spottend toe.
‘Nu val je me tegen. Ik meende namelijk altijd dat jij iemand was met veel voetbalverstand.’
‘Dat heb ik ook, maar jij niet. Iedereen ziet toch immers dat er veel meer uit onze selectie te halen valt. Zelfs de trainer van PUW begon er pas over.’
‘Geen wonder. Die kerel is op zoek naar een nieuwe club, want zijn contract wordt niet verlengd. Door jou te paaien, denkt hij natuurlijk hier een voet tussen de deur te krijgen. Ik vind hem echter minder dan onze huidige trainer.’
‘Dat is net zulke onzin als de rest van je verhaal. Hoe kom je trouwens aan die mening? Gevoel zeker, want je hebt geen enkele reden om zo over die man te praten.’
‘Dat heb ik wel. Zij voetballen namelijk niets beter dan wij. Plus dat hij een schreeuwerd is die hier niet past. Als jij daar anders over denkt, val je me nog meer tegen dan je al deed.’
Die laatste opmerking is voor Peter de bekende druppel, want hij vliegt overeind en loopt met grote stappen weg. De anderen roepen wel dat hij terug moet komen, maar hij reageert nergens op en beent regelrecht naar zijn auto en vertrekt.
Erik schrikt eerst even, maar herstelt zich snel.
‘Jullie hoeven je geen zorgen te maken, want die trekt wel bij. Morgen is er niets meer aan de hand. Hij is mijn beste vriend en blijft niet lang boos op me. Ik vind trouwens niet dat ik hem te hard heb aangepakt, want zo gaan we wel vaker met elkaar om.’
Omdat Peter niets van zich laat horen, begint Erik toch te vrezen dat hun meningsverschil niet zomaar uitgepraat is. Het valt hem wel van zijn vriend tegen dat hij blijkbaar nog boos is, want zelf is hij ook niet altijd even tactisch. Ondanks dat, besluit hij hem maar te bellen. Hij wil namelijk niet dat het conflict hun vriendschap bederft. Dat lijkt het echter wel te doen, want zijn vriend neemt niet op en dat doet hij ook bij Eriks volgende pogingen niet.
Voor Erik is dit een teken dat zijn vriend écht boos is en als hij even later een appje krijgt, blijkt dat ook zo te zijn. Peter schrijft enorm gekwetst te zijn, dit nooit van een vriend te hebben verwacht en daarom per direct een eind aan hun vriendschap te maken. Daar schrikt Erik van en omdat hij niet met zijn vriend wil breken, pakt hij zijn auto om naar hem toe te gaan. Peter wil eerst niet praten en gaat pas na veel aandringen overstag. Ze spreken hun problemen ook uit en gaan daarom weer als vrienden uit elkaar. Hun vriendschap is echter wel veranderd en niet meer zo hecht als vroeger. Voetbal zien als iets zakelijks en gescheiden houden van het privéleven is dus een mooi streven, maar iets wat in de praktijk niet altijd lukt.
‘Hij is er nu anderhalf seizoen, maar heeft het team niets verder gebracht. We draaien keurig in de middenmoot, maar het voetbal is niet om aan te zien en er zit ook geen verbetering in. Het zit ons al anderhalf jaar niet tegen, want anders waren we verleden jaar gedegradeerd en hadden we nu zo onderaan gestaan. Het lijkt mij daarom normaal dat we op zoek gaan naar een trainer waar het team wél beter van wordt.’
Erik heeft al een paar keer met zijn hoofd zitten schudden en is het niet met zijn vriend eens.
‘Dat het voetbal niet om aan te zien is, is overdreven. Het spel is niet goed, maar ik vind het ook niet superslecht.’
‘Vind je ook niet dat we veruit de minst voetballende ploeg van de derde klasse zijn?’
‘We spelen geen oogstrelend voetbal, maar dat ligt volgens mij aan de spelers die we hebben en niet aan de trainer. Die man ziet het namelijk wel goed en doet zijn best om er voetbal in te krijgen, maar we hebben meer werkers dan echte voetballers. Voor de meeste spelers is de derde klasse ook het hoogst haalbare en daar verandert geen enkele trainer iets aan.’
Peter begint wat harder te praten
‘Natuurlijk wel. Moet je kijken wat die trainer van RAC presteert. Toen hij daar kwam, stonden ze onder in de vierde klasse en nu staan ze boven in de tweede klasse.’
‘Dat zegt me weinig. Moet je kijken wat die voor team hebben en ze blijven zich maar versterken. Bij zo’n club zou ik ook goede resultaten boeken’
‘Dat is natuurlijk gezwam.’
‘Oké, maar zij hebben wel betere spelers dan wij.’
‘Ik vind niet dat wij veel minder zijn.’
Erik lacht zijn vriend een beetje spottend toe.
‘Nu val je me tegen. Ik meende namelijk altijd dat jij iemand was met veel voetbalverstand.’
‘Dat heb ik ook, maar jij niet. Iedereen ziet toch immers dat er veel meer uit onze selectie te halen valt. Zelfs de trainer van PUW begon er pas over.’
‘Geen wonder. Die kerel is op zoek naar een nieuwe club, want zijn contract wordt niet verlengd. Door jou te paaien, denkt hij natuurlijk hier een voet tussen de deur te krijgen. Ik vind hem echter minder dan onze huidige trainer.’
‘Dat is net zulke onzin als de rest van je verhaal. Hoe kom je trouwens aan die mening? Gevoel zeker, want je hebt geen enkele reden om zo over die man te praten.’
‘Dat heb ik wel. Zij voetballen namelijk niets beter dan wij. Plus dat hij een schreeuwerd is die hier niet past. Als jij daar anders over denkt, val je me nog meer tegen dan je al deed.’
Die laatste opmerking is voor Peter de bekende druppel, want hij vliegt overeind en loopt met grote stappen weg. De anderen roepen wel dat hij terug moet komen, maar hij reageert nergens op en beent regelrecht naar zijn auto en vertrekt.
Erik schrikt eerst even, maar herstelt zich snel.
‘Jullie hoeven je geen zorgen te maken, want die trekt wel bij. Morgen is er niets meer aan de hand. Hij is mijn beste vriend en blijft niet lang boos op me. Ik vind trouwens niet dat ik hem te hard heb aangepakt, want zo gaan we wel vaker met elkaar om.’
Omdat Peter niets van zich laat horen, begint Erik toch te vrezen dat hun meningsverschil niet zomaar uitgepraat is. Het valt hem wel van zijn vriend tegen dat hij blijkbaar nog boos is, want zelf is hij ook niet altijd even tactisch. Ondanks dat, besluit hij hem maar te bellen. Hij wil namelijk niet dat het conflict hun vriendschap bederft. Dat lijkt het echter wel te doen, want zijn vriend neemt niet op en dat doet hij ook bij Eriks volgende pogingen niet.
Voor Erik is dit een teken dat zijn vriend écht boos is en als hij even later een appje krijgt, blijkt dat ook zo te zijn. Peter schrijft enorm gekwetst te zijn, dit nooit van een vriend te hebben verwacht en daarom per direct een eind aan hun vriendschap te maken. Daar schrikt Erik van en omdat hij niet met zijn vriend wil breken, pakt hij zijn auto om naar hem toe te gaan. Peter wil eerst niet praten en gaat pas na veel aandringen overstag. Ze spreken hun problemen ook uit en gaan daarom weer als vrienden uit elkaar. Hun vriendschap is echter wel veranderd en niet meer zo hecht als vroeger. Voetbal zien als iets zakelijks en gescheiden houden van het privéleven is dus een mooi streven, maar iets wat in de praktijk niet altijd lukt.