Omschrijving
‘Ben je gisteren niet naar de supermarkt geweest? De koelkast is namelijk veel leger dan normaal en de kast trouwens ook. Ik zie zelfs geen snoep en chips voor de kinderen.’
‘Dat klopt en ik ben blij dat je erover begint. Het probleem is dat ik geen geld meer heb om te kopen wat ik vroeger kocht. Omdat ik wil dat we drie keer per dag gezond blijven eten, zullen we dus moeten bezuinigen op de extra dingen. Ik heb namelijk ook geen bier voor je meegebracht.’
‘Dan moet je misschien wat meer geld voor de boodschappen reserveren. Overdaad is niet nodig, maar de kinderen moeten af en toe wel wat extra kunnen krijgen en dat geldt ook voor ons. We werken er immers hard genoeg voor.’
‘Je hebt gelijk. Het probleem is alleen dat we wel rond moeten blijven komen en niet alleen het eten en drinken duurder is geworden.’
‘Dat is waar. Plus dat we natuurlijk nog met de hypotheek zitten. Als ik alles van tevoren had geweten, had ik dit huis nooit gekocht. Nu zitten we er echter mee en zullen we elke maand voor de rente en aflossing moeten zorgen. Zou er trouwens niets te verzinnen zijn dat we het wat gemakkelijker krijgen?’
‘Ik heb daar al heel vaak over nagedacht, maar zou het niet weten. Die auto hebben we nodig voor ons werk en gebruiken we verder bijna niet. We zetten de kachel al lager dan vroeger, douchen minder lang en hebben ’s avonds amper licht aan in huis. Ja en onder die hypotheek komen we niet uit. Gelukkig kunnen we van de kinderbijslag nog het nodige voor de kinderen doen, maar verder moeten we zien te overleven.’
Brenda lijkt even te twijfelen, maar blijkt dan wel over een oplossing te hebben nagedacht.
‘Ik ga al jaren naar de supermarkt van je broer en koop daar steeds meer B-merken. Daar is in heel veel gevallen weinig tot niets mis mee. Er zijn echter ook dingen die ik niet te pruimen vind en die zet ik jullie ook niet voor.’
‘Dat vind ik netjes van je.’
‘Oké, maar volgens mij is dat normaal. Het gaat me echter om iets anders. Als ik de folders doorkijk, kan ik door ook naar andere supermarkten te gaan namelijk heel wat besparen. Plus dat ik een tijdje gelden iets over een goedkope budgetsupermarkt heb gelezen en van steeds meer mensen hoor dat ze hun boodschappen in Duitsland halen omdat het daar veel goedkoper is. De buurvrouw en haar zus doen dat ook. Ze heeft al eens gevraagd of ik mee wilde, maar ik heb de boot afgehouden.’
‘Ze moet dan natuurlijk wel naar Duitsland rijden en haar auto rijdt niet voor niets.’
‘Klopt, maar zij neemt de bus van haar man mee en ze betalen de brandstof samen. Plus dat ze voor een tijdje tegelijk meebrengen. Dat is wel een extra uitgave, maar die heb je zo terugverdiend. Ze gaan trouwens vrijdag naar die budgetsupermarkt en als ik wil, kan ik mee.’
‘Ik las toevallig vanochtend in de krant dat de overheid gaat onderzoeken hoe het kan dat veel artikelen in Duitsland goedkoper zijn dan hier.’
‘Dat heb ik ook zien staan. Zo’n vaart zal dat echter niet lopen en als Nederland daar al iets aan kan doen, duurt het nog jaren voor er iets is veranderd. Tot die tijd betalen we dus te veel.’
‘Die verhalen over goedkope boodschappen zijn volgens mij wel vaak overtrokken, maar je kunt met de buurvrouw meegaan of zelf naar zo’n voordeelsupermarkt gaan en waarom loop je hier in het dorp trouwens de aanbiedingen niet af?’
‘Denk eens goed na.’
Fred kijkt zijn vrouw verbaasd aan.
‘Weet je echt niet wat ik bedoel?’
‘Nee.’
‘Hoe lang denk je dat het duurt voor je broer weet dat ik bij een andere supermarkt boodschappen heb gedaan en hoe denk je dat hij en je schoonzus daarop reageren? Je weet toch waarom ze al tijden niet meer bij je zus komen.’
‘Ja, je hebt gelijk.’
Het blijft even stil, maar dan blijkt dat Fred het moeilijk vindt om een besluit te nemen.
‘Hoe denk jij erover?’
‘Waarom wil je mij eerst mijn mening laten geven voor je er zelf iets over zegt?’
‘Omdat ik geen idee heb wat we hiermee moeten en je weet dat ik een hekel aan ruzie heb.’
‘Klopt, maar moeten wij onszelf tekortdoen omdat we je broer en schoonzus te vriend willen houden? Ik ben niet uit op ruzie, maar vind wel dat wij belangrijker zijn dan je familie en ik kan me niet voorstellen dat jij er anders over denkt.’
‘Dat doe ik ook niet. Kun je voor de aanbiedingen trouwens niet naar één van de dorpen om ons heen gaan?’
‘Natuurlijk kan dat, maar de kans is niet gering dat ik daar een bekende tref en dan hebben we nog meer ellende. Je weet immers hoe graag men kletst. Dan kan ik beter meegaan naar Duitsland. Al zit die zus van de buurvrouw in hetzelfde volleybalteam als je schoonzus. Ik kan haar de situatie uitleggen en vragen of ze het voor zich wil houden, maar weet niet of dat zin heeft.’
‘Ik ook niet. Tjonge, wat is dit moeilijk.’
‘Volgens mij is het heel eenvoudig. Als je broer ons de boodschappen voor een lagere prijs wil leveren, blijven we bij hem en anders gaan we verder kijken. Dat is niet leuk voor hem, maar voor ons ook niet. Wij hebben immers liever een leven zonder geldzorgen, maar moeten wel door deze tijd heen zien te komen en dat kan alleen door op de centen te letten en zakelijk te denken.’
‘Als het niet anders kan, heb je er dus wel ruzie voor over.’
‘Ik hou liever vrede, maar je broer moet ons begrijpen en wij zullen niet de eersten zijn die bij hem weggaan. Er zijn immers nog veel meer mensen die op hun uitgaven moeten letten.’
‘Dat zal zo zijn, maar ik baal hier vreselijk van.’
‘Ik net zo goed, maar we zullen toch iets moeten.’
‘Laat me er nog een paar dagen over nadenken.’
‘Dat is best, Fred. De situatie wordt echter niet anders, dus volgens mij schuif je de problemen daarmee alleen maar voor je uit.’
‘Er kan me nog iets te binnen schieten.’
‘Ik hoop het. Je kunt trouwens met je broer gaan praten en hem ons probleem voorleggen. Misschien heeft hij wel een oplossing waar wij nog niet aan hebben gedacht.’
‘Ik denk erover en we praten morgen of uiterlijk overmorgen verder.’
‘Afgesproken.’
Brenda is het er nog niet helemaal mee eens.
‘Waarom reageerde je net trouwens niet op mijn voorstel om je broer te vragen of hij de boodschappen voor ons goedkoper wilde maken?’
‘Omdat hij dat niet kan doen. Zoiets hou je namelijk nooit geheim en het gevolg daarvan is dat iedereen korting bij hem komt vragen. Als hij ze dat niet geeft, heeft hij ruzie en als hij dat wel doet, brengt hij zijn bedrijf in de problemen en kan hij over een tijdje de winkel sluiten.’
‘Je zegt precies wat ik wilde horen. Als het normaal is dat hij aan zijn winkel denkt en niets aan die prijzen doet, is het toch ook gewoon dat wij aan onszelf denken en de boodschappen halen waar ze het goedkoopste zijn. Wat denk je dat er gebeurt als wij over een tijdje niet genoeg geld meer hebben om de hypotheek te betalen?’
‘Dan wordt ons huis verkocht.’
‘Dan heet het anders, maar zijn wij ook failliet.’
Het is Fred in één keer duidelijk.
‘Je hebt gelijk. Ik ga nu naar mijn broer om hem te vertellen wat we hebben besloten.’
‘Mee eens.’


Forex tegeltje jij bent de liefste juf
Tekst en een hartje. In roze en wit
Tegeltje voor de liefste juf.
Een leuk kadootje voor haar verjaardag, bij het eind van het schooljaar of zomaar.
Geprinte opdruk, waardoor ze gemakkelijk schoon te maken zijn en de opdruk niet loslaat.
De afmetingen zijn 15 x 15 cm en 3 mm dik.
De tegeltjes kunnen hangen en staan.
KLIK HIER VOOR MEER TEGELTJES