Omschrijving
Selectiewedstrijden
‘Man, rij toch door’, roept Nel zachtjes voor zich uit.
Terwijl er ruimte voldoende is, durft de man voor haar namelijk nog steeds de weg niet op te draaien. Ongeduldig wacht ze daarom tot de volgende stroom auto’s voorbij is.
Ze komt van de supermarkt en heeft haast, want ze wil vanavond op tijd eten. Tom, haar oudste zoon, moet immers al vroeg bij de plaatselijke voetbalvereniging DOS zijn. Hij moet namelijk selectiewedstrijden spelen voor een plaatsje in de JO13-1 van komend seizoen.
Het voetbal is erg belangrijk voor hem en hij is er dan ook dag en nacht mee bezig. Werkelijk alles zet hij ervoor aan de kant en daarom wil ze niet dat hij zich straks moet haasten, omdat het eten te laat klaar is. Als ze tegen kwart voor vijf aan tafel kunnen, is er echter niets aan de hand.
Gelukkig rijdt de man voor haar eindelijk de weg op, dus schiet ze hem gehaast achterna. ‘Verdorie’, mompelt ze voor zich uit. ‘Ook dat nog.’ In de verte staat namelijk een politieauto en er staan twee agenten bij, die verschillende auto’s laten stoppen.
Ze doet gauw haar gordel om en hoopt dat ze mag doorrijden, maar helaas krijgt ook zij een stopteken. Als ze de auto aan de kant heeft gezet, komt er meteen een agent naar haar toe. De man krijgt alleen geen kans om iets te zeggen, want ze begint zelf al.
‘Agent kan het snel, mijn kinderen komen zo uit school en kunnen niet naar binnen?’
De agent, een wat oudere man, lacht vriendelijk.
‘Als alles in orde is, kunt u zo weer verder. Heeft u uw papieren bij u?’
Nel pakt snel haar tas, maar ziet tot haar grote schrik dat ze zowel haar rijbewijs als kentekenbewijs niet bij zich heeft. Ze beseft dat die nog thuis op tafel liggen, maar doet net of haar neus bloedt.
‘Ik snap er niets van. Normaal heb ik ze altijd bij me, maar ik zie ze nu nergens. Met een beetje pech heb ik ze verloren of misschien zijn we wel gestolen.’
De agent lacht nog steeds.
‘Ik geloof best dat u ze altijd bij u heeft en u kunt ze heel goed kwijt zijn. Het punt is wel dat u op dit moment strafbaar bent en ik u dus een bon moet geven.’
Nel denkt: dat kan er ook nog wel bij. Te laat thuis voor de kinderen en nog een bekeuring op de koop toe. Ze probeert echter nog te redden wat er te redden valt en kijkt de agent met een schuldig gezicht aan.
‘Is het ook goed als ik de papieren straks kom laten zien?’
De man blijkt er niet op uit te zijn om bonnen te geven.
‘U heeft geluk, want ik ben in een goede bui. Komt u vanavond dus maar even langs op het bureau. Wel voor acht uur, anders moet ik u helaas alsnog een bekeuring geven.’
Nel bedankt de agent hartelijk en rijdt gauw naar huis, waar haar kinderen, Tom van tien, Rob van acht en Kim van zes, al staan te wachten.
‘Waar was je nou?’ roept Tom ongeduldig. ‘Ik moet vroeg bij DOS zijn, hoor. Dat weet je toch?’
Nel zegt niets, maar zet snel haar auto in de garage en pakt de boodschappen bij elkaar. Vervolgens gaat ze op een drafje naar de achterdeur, waar ze zich verontschuldigt.
‘Ik was anders wel op tijd geweest, maar er was een grote politiecontrole en natuurlijk moest ik ook stoppen.’
De kinderen luisteren echter al niet meer en gaan snel hun schoolspullen opruimen. Rob en Kim zijn als eersten weer beneden en lopen gelijk door naar buiten om te spelen. ‘Om kwart voor vijf eten we!’ roept Nel ze na, maar ze vraagt zich af of ze dat nog horen.
Tom rommelt echter eerst wat op zijn kamer en gaat dan met een bleek gezicht op de bank zitten.
‘Moet je niet gaan spelen?’
‘Nee, pappa zei dat ik beter binnen kon blijven. Volgens hem moet ik vanavond goed uitgerust zijn.’
‘Wil je dan iets drinken? Een glaasje limonade soms?’
‘Nee, doe maar water.’
Nel loopt met een glas naar de kraan en gaat daarna naast haar zoon zitten.
‘Je maakt je toch niet te zenuwachtig over het voetballen?’
Tom kijkt zijn moeder met een bezorgde blik aan.
‘Volgens mij word ik ziek, want ik heb zo’n raar gevoel in mijn buik. Ik denk elke keer dat ik moet overgeven.’
Nel heeft gelijk in de gaten wat er aan de hand is en daarom trekt ze haar jongen van de bank.
‘Ga maar even naar opa en oma van Tiggelen om de krant te halen. Als je flink doorfietst, ben je zo weer opgeknapt.’·
Tom doet wat zijn moeder zegt en daarom ziet ze hem een paar tellen later de straat al uit rijden. Ze heeft heel veel medelijden met de jongen, want het is de schuld van haar man, Kees, dat hij zo gespannen is.
Die zit namelijk al dagen met hem over de selectiewedstrijden te praten en lijkt een plaatsje in de JO13-1 nog belangrijker te vinden dan zijn zoon. Ze zal het er straks wel met hem over hebben, want hij moet de jongen in het vervolg wat meer met rust laten. Het ventje is tenslotte pas tien.
Als ze even naar buiten staat te staren, ziet ze Kees al aan komen fietsen. Ze kijkt op de klok en denkt: zo, die is vroeg. Als hij een paar minuten later in de kamer staat, hoort ze wat de reden daarvan is.
‘Dag schat. Ik heb een uurtje eerder vrij genomen, want ik wil niet te laat zijn voor de selectiewedstrijden van vanavond. Als lid van het jeugdbestuur, vind ik dat ik niets mag missen.’
Hij loopt gelijk door naar boven.
‘Ik ga me nog even douchen en omkleden, hoor.’
‘Zorg je dat je over een half uurtje beneden bent, dan kunnen we op tijd eten?’
'Natuurlijk.'
Tegen kwart voor vijf is iedereen aanwezig en kunnen ze aan tafel. Zoals de laatste dagen altijd, begint Kees ook nu gelijk weer met Tom over de komende wedstrijden.
‘Goed je best doen vanavond, hoor en probeer er maar snel een paar in te schieten. Dat is immers de beste manier om op te vallen bij de trainers.’
Hij wil nog meer zeggen, maar Nel valt hem in de rede.
‘Stop toch eens met dat gepraat over voetballen, want je maakt hem alleen maar nerveus. Hij is nu al bijna ziek van de spanning en dat kan niet de bedoeling zijn. Je ziet toch dat hij geen hap door zijn keel krijgt?’
Tom die een paar hapjes heeft gegeten, legt zijn mes en vork al neer, maar Nel reageert streng.
‘Je bord moet leeg, want met een lege maag kun je niet voetballen.’
Kees neemt het voor zijn zoon op.
‘Hij kan ook een keer wat minder honger hebben, want dat heeft iedereen toch weleens?’
Nel houdt echter voet bij stuk en eist van Tom dat hij zijn bord leegeet.
’Als je het eten laat staan, kom je vanavond niet bij DOS.’
Omdat Tom beseft dat hij geen andere keus heeft, eet hij zijn bord toch maar leeg. Als hij eindelijk klaar is, loopt hij echter meteen met zijn tas naar de achterdeur.
’Wat ga je vroeg en rij je niet met me mee?’ vraagt Kees nogal verbaasd.
‘Nee, ik ga liever alleen.’
‘Joh, ik had er net zo op gerekend om samen te gaan.’
‘Nou goed, maar dan moet je wel opschieten. We willen voor de wedstrijden beginnen namelijk nog even inschieten.’
‘Hartstikke goed. Kom op, dan gaan we gelijk.’
Kees pakt vlug zijn autosleutels en loopt zijn zoon achterna. Als Nel in de keuken komt en ziet dat ze willen vertrekken, schudt ze haar hoofd.
‘Doe toch niet zo zenuwachtig, jongens. Jullie zijn veel te vroeg, want het is nog niet eens half zes.’
‘Dat weten we, maar de jongens willen zich voor de wedstrijden beginnen even intrappen.’ legt Kees met een wijs gezicht uit.
Nel doet net of ze het niet begrijpt.
‘Ze kunnen toch de hele avond voetballen?’
‘Natuurlijk, maar het is normaal dat voetballers zich vooraf inschieten.'
Nel moet, terwijl ze haar zoon een knuffel geeft, lachen om zijn fanatieke reactie.
‘Nou veel succes, kerel.’
‘Kom je wel kijken, mam?’
‘Natuurlijk ben ik van de partij, jongen.’
Kees die al in de auto zit, toetert ongeduldig en Tom rent snel naar buiten. Als Nel de twee voetbalgekken even later ziet wegrijden, denkt ze: wie van de twee zou zich het meest zenuwachtig maken.
Kees gaat normaal namelijk nooit weg zonder haar te zoenen, maar dit keer heeft hij haar niet eens gedag gezegd.
De heren zijn zelfs zo in de bonen, dat ze Toms tas in de gang hebben laten staan. Net als ze Kees hierover wil bellen, ziet ze hem echter de straat weer in komen rijden. Ze krijgt alleen geen kans om naar buiten te lopen en de tas aan te geven, want hij stormt al naar binnen.
‘Kon je niet zeggen, dat we het belangrijkste vergaten?’
Nel schudt haar hoofd.
‘Dat komt er nu van al die stress. Je maakt iedereen van streek. Krijg maar geen ongeluk.’
Het laatste hoort Kees al niet meer, want hij rent snel terug naar zijn auto en rijdt weer met een flinke vaart weg. Als hij bij DOS komt, staat Tom al bij het hek op hem te wachten. Voor de jongen naar de kleedkamer kan, geeft hij hem echter nog wat laatste ‘tips’ mee.
‘Je weet nog wat ik gezegd heb, hè? Doelpunten, daar gaat het om. Niet denken, maar gelijk schieten en zorg dat je steeds aanspeelbaar bent. Het is voor het eerst dat je op een groot veld speelt, maar daar ben je binnen een paar minuten aan gewend. Dit is zelfs een stuk gemakkelijker voor je, want je krijgt nu veel meer ruimte. Probeer daar dus gebruik van te maken.’
Terwijl Tom zich gaat verkleden, loopt Kees even naar de bestuurskamer. Als bestuurslid heeft hij hier namelijk een eigen postvakje en daar is hij nogal trots op. Daarom loopt hij even later heel wijs met zijn post de kantine in, waar hij bij een aantal andere vaders aan de bar gaat staan.
‘Wat denk je Kees, gaat Tom het maken?’ vraagt Piet van Wilderen. De man weet dat Kees altijd heel overdreven zeker doet over zijn zoon en daarom probeert hij hem te verleiden tot wat boute uitspraken.
Zoals altijd met succes, want Kees loopt ook vandaag weer met open ogen in de val.
‘Als hij speelt naar zijn capaciteiten, ben ik er niet bang voor. Bij de JO11 stak hij er immers met kop en schouders bovenuit, dus moet hij op het grote veld ook doelpunten kunnen maken. De enige moeilijkheid is dat hij geconcentreerd moet blijven, maar daar help ik hem wel bij.’
De andere mensen kijken elkaar veelbetekenend aan, want ze ergeren zich enorm aan zijn grootspraak. Eigenlijk is ook niemand er echt gelukkig mee dat hij in het jeugdbestuur zit.
Ze weten namelijk dat hij dit puur voor zijn zoon doet en de rest hem niets kan schelen. Hierdoor negeert iedereen hem en staat hij altijd alleen langs de lijn.
Dit in tegenstelling tot Nel, die wel erg geliefd is bij iedereen. Als de vaders naar het veld lopen, staat ze dan ook al druk met een aantal andere moeders te praten. Kees heeft echter geen oog voor die gezelligheid, want hij ziet meteen dat zijn twee andere kinderen er niet zijn.
‘Komen Kim en Rob nog?’
‘Nee, ze zijn fietsen met mijn ouders.’
‘Dat zal Tom niet leuk vinden.’
Er is echter niemand die aandacht schenkt aan Kees zijn woorden.
Het is bijna half zeven als de spelertjes bij elkaar worden geroepen door Jan van Rooij, de trainer. Hij begint met de samenstellingen van de teams voor te lezen en zegt ook op welk veld ze moeten spelen. Van het team van Tom deugt er in Kees zijn ogen gelijk al niets.
Volgens hem zijn ze namelijk veel zwakker dan de tegenstanders, die bijna allemaal uit de huidige JO13-1 komen. Hij besluit dan ook om Jan van Rooij daar meteen op aan te spreken, want als jeugdbestuurslid meent hij zich tegenwoordig overal mee te mogen bemoeien.
Jan ziet hem echter komen en heeft blijkbaar al een vermoeden wat zijn bedoeling is.
‘Je komt niet over die teams zeuren, hè. We weten namelijk echt wel wat we doen.’
Kees, die zich als bestuurslid veel belangrijker vindt dan de trainer, wil toch zijn zegje doen. Net als hij wil beginnen, weet Tom de bal uit een corner echter prachtig in te koppen en hierdoor slaat zijn stemming volledig om.
In plaats van te klagen, slaat hij de trainer nu zelfs enthousiast op zijn schouder. Hij begint zich ook gelijk weer met het spel van zijn zoon te bemoeien en roept voortdurend aanwijzingen als: ‘Tom links, Tom rechts, schieten Tom, lopen Tom, koppen Tom.’
Werkelijk elke stap die de jongen zet, wil hij hem voorzeggen en ook nu blijkt weer dat de andere jongens er in zijn ogen voor spek en bonen bij lopen. Iedereen die aan de bal komt, krijgt namelijk luidkeels te horen. ‘Tom staat vrij. Speel de bal maar naar Tom.’
Jan van Rooij heeft hem al meerdere keren gezegd dat hij zijn zoon wat meer met rust moet laten. Volgens hem gaat de jongen dan nog veel beter voetballen, maar daar is Kees het helemaal niet mee eens. Tom moet immers gecoacht worden en wie kan dat nu beter doen dan hijzelf?
Ondanks dat ze kwalitatief veel zwakker zijn dan de tegenstander, maakt Tom er via een snelle uitval ook 2-0 van. Bijna maakt hij zelfs nog 3-0, want na een mooie pass van de rechtsbuiten komt hij namelijk vrij voor de keeper.
Doordat hij veel te gehaast wil schieten, gaat de bal echter een meter of drie naast. Terwijl de jongen beschaamd om zich heen kijkt, begint Kees woest tegen hem te schreeuwen.
’Hé Tom, wat een verschrikkelijke blunder, man. Als je niet beter kunt, ben je hooguit geschikt voor de JO13-3.’
Terwijl hij demonstratief de handen voor zijn ogen slaat, voelt Nel zich aan de overkant van het veld rood worden van schaamte. Vooral als een andere vader zegt: ‘Hoor, het jeugdbestuur is ook weer lekker positief bezig.’
Gelijk hierop klinkt het eindsignaal en is er tien minuten rust. Voor de spelers is er drinken en tevens krijgen ze te horen waar en met wie ze de volgende wedstrijd moeten spelen.
Kees wil naar Tom toe om hem scherp te houden, want hij moet niet nog eens zo’n blunder maken. Helaas voor hem, heeft Jan van Rooij hem alweer door.
’Ik wil even met de begeleiders en de spelers alleen zijn, dus heb ik graag dat je, net als iedereen, aan de zijlijn blijft.'
Kees zegt niets, maar loopt kwaad weg. Als hij Peter van de Pol, de jeugdvoorzitter, ziet staan, begint hij daarom gelijk te mopperen.
‘Ik vind het prima dat Jan er even geen ouders bij wil hebben, maar als jeugdbestuurslid mag ik toch horen wat hij allemaal tegen de jongens zegt?’
Peter, die Kees goed kent, kijkt hem grijnzend aan.
‘Hij denkt toch niet dat je er alleen bij wil zijn voor Tom?’
Zonder op een reactie te wachten, loopt de man door richting de kantine.
Kees heeft echter niet door dat hij in de maling genomen wordt en besluit om in de volgende vergadering uitgebreid op vanavond terug te komen. Hij zal straks gelijk een aantal punten opschrijven, zodat ze hem tegen die tijd tenminste niet onder tafel kunnen kletsen.
Na een paar woorden van de trainer, lopen de leiders met de nieuw geformeerde teams naar de velden voor de volgende speelronde.
Tot grote schrik van Kees, staat Tom nu opgesteld als linksbuiten en dit is volgens hem helemaal het toppunt. Hij heeft altijd gedacht dat Jan een prima trainer was, maar sinds vanavond weet hij wel beter.
Iemand die Tom opstelt als linksbuiten, snapt er in zijn ogen namelijk niets van en daarom klampt hij Jan Tol aan om dit ‘onrecht’ mee te bespreken. Zoals bijna iedereen bij DOS, wil ook Jan echter niet met hem in discussie.
’Ik heb geen idee, Kees. Misschien heeft Arie Donk er wel een mening over.’
'Ja, ik wil daar wel iets over zeggen. Volgens mij moet je de trainer maar eens op het matje roepen. Jij zit immers niet voor niets in het jeugdbestuur.’
Kees heeft nu wel in de gaten dat hij in de maling genomen wordt en loopt daarom met een kwaad gezicht weg. Naar Jan van Rooij gaat hij in ieder geval niet meer, want hij laat zich niet nog eens op zijn nummer zetten.
Een beetje moedeloos, loopt hij daarom maar naar zijn vaste stekkie bij de middenlijn. Daar wacht hij gelaten hoe zijn zoon, volgens hem, ten onder gaat aan de blunders van de trainer en wordt hij nog veel negatiever.
Tom moet namelijk heel erg wennen aan de voor hem vreemde linksbuitenpositie. Als hij zich wat beter op zijn gemak begint te voelen, blijkt echter dat hij ook hier goed uit de voeten kan.
Net voor het einde van de wedstrijd, weet hij zijn goede spel zelfs nog te bekronen met een prachtige goal en daar is hij erg blij mee. Kees zit alleen zo boordevol met frustraties, dat hij niet eens juicht voor het doelpunt en dit valt Nel natuurlijk op.
Ze komt dan ook meteen naar hem toe.
‘Ben je niet erg lekker? Tom scoort een prachtig doelpunt en jij blijft als een zoutzak langs de lijn staan. De jongen hoort je toch niet alleen maar als hij iets niet goed doet?’
Eindelijk denkt Kees weer iemand te hebben bij wie hij zijn hart kan luchten. Hij gaat dan ook niet op haar woorden in, maar begint gelijk te mopperen.
‘Jan snapt er niets van, want hoe kan hij Tom nu linksbuiten zetten? Het lijkt wel of hij niet wil dat de jongen goed speelt en veel doelpunten maakt, want net speelde hij ook al in een heel slecht team. Hij heeft nu drie keer gescoord, maar op zijn eigen plaats en in een goed team had hij er minstens een stuk of tien gemaakt.’
Nel heeft geen verstand van voetballen, maar vertrouwt erop dat Jan weet wat hij doet. Verder heeft ze trouwens ook geen zin om hier met haar man in discussie te gaan en daarom kapt ze hem af.
‘Sorry Kees. Ik ben geen trainer, dus dat weet ik niet. Nou, dan ga ik maar weer terug.’
Hoewel Kees niets zegt, loopt ze toch weer snel naar de andere moeders. Daar is het immers gezelliger dan bij haar mopperende man.
Wanneer de spelers na een kleine pauze het veld opkomen voor wedstrijd nummer drie, staat Kees ze nog steeds mopperend op te wachten.
Hoofdschuddend ziet hij dat Tom deze keer als rechtsbuiten staat opgesteld en ondanks dat hij redelijk tweebenig is, kan hij op deze positie heel weinig indruk maken.
Al komt dit ook omdat hij heel weinig aangespeeld wordt, waardoor hij er het grootste deel van de wedstrijd nogal verloren bij loopt. Dat komt trouwens ook omdat de tegenstander een stuk sterker is.
Er wordt daarom kansloos met 4-0 verloren en dat is te veel voor Kees. Onder de wedstrijd heeft hij al continu en vooral onterecht staan schelden, maar na afloop gaat hij helemaal door het lint. Hij sprint namelijk naar Jan van Rooij toe en begint van een afstand al tegen hem te tieren.
’Als jij Tom niet in de JO13-1 wil, dan moet je dat eerlijk zeggen. Op die plekken waar jij hem neerzet, kan hij toch nooit goed voetballen. Wanneer je dat niet in de gaten hebt, kun je beter stoppen als trainer. Die jongen staat te huilen in het veld en dat is toch niet de bedoeling? Al heb je een hekel aan mij, dan hoef je Tom nog niet te benadelen. Ik heb altijd gedacht dat je een ontzettend goede trainer was, maar weet inmiddels wel beter. Je bent namelijk nog te slecht om de JO9 te trainen.’
Jan doet net of hij het gescheld niet hoort en loopt richting zijn spelers. Woedend omdat hij zo genegeerd wordt, ziet Kees dat hij Tom roept en ze samen een rondje over het veld lopen.
Hij zou graag willen weten waar ze het over hebben, maar besluit keurig aan de zijlijn te blijven. Jan is er namelijk toe in staat om hem nog een keer weg te sturen en dat plezier gunt hij die vent niet. Als hij zijn zoon ziet lachen, moet hij zich echter wel bedwingen en vraagt hij zich af hoe de jongen vrolijk kan zijn.
Bij het begin van de vierde wedstrijd stort de wereld van Kees helemaal in. Tom is namelijk reservespeler en daarom weet hij het nu echt zeker. Zijn zoon kan de JO13-1 wel vergeten en dat is de schuld van Jan van Rooij.
Zou er dan niemand van de leiders zijn, die hem durft te vertellen dat hij zulke vreselijke grote fouten maakt?
Hij gaat als lid van het jeugdbestuur eerdaags echter wel met hem praten over de blunders die hij vanavond heeft gemaakt.
Als hij daar geen goede verklaring voor heeft, kunnen ze beter maar op zoek gaan naar een andere trainer. Als het aan hem ligt, wordt het contract van Jan trouwens toch al niet zomaar weer voor een jaar verlengd.
De rest van het bestuur mag hem dan een topper vinden, maar hij meent dat er voor hetzelfde geld veel betere trainers te krijgen zijn.
Plotseling ziet hij in de verte meneer Bos staan. Deze man heeft betaald voetbal gespeeld in de tijd van Abe Lenstra en weet dus waar hij het over heeft. Omdat hij denkt dat de man de fouten van Jan van Rooij daarom wel zal zien, loopt hij snel in zijn richting.
‘Hallo, ook aan het genieten van het voetballen?’
‘Zeker Kees, voetbal boeit me altijd en er loopt hier veel talent rond. Met een goede begeleiding kunnen ze heel ver komen, dus valt er de komende jaren nog veel te genieten.’
Dit is precies in het straatje van Kees en daarom begint hij vol vuur over Jan van Rooij te klagen. Als hij uitgepraat is, geeft Bos hem rustig antwoord.
‘Ik heb je zoon het afgelopen seizoen meerdere keren zien spelen en weet dat het een heel goede voetballer is, die het ver kan schoppen. Natuurlijk ziet zijn trainer dit wel en daarom laat hij hem niet als centrumspits en in een goed team spelen. Dat hij dan uitblinkt weet immers iedereen, maar daar heb je niets aan. Het is veel belangrijker om te zien, hoe de jongen het als links- of rechtsbuiten doet en als voetballer wordt hij daar trouwens ook sterker van. Het is daarnaast knapper om één keer te scoren tegen een sterke verdediging, dan vijf keer tegen een zwakke. Je hoeft je dus echt nergens zorgen over te maken, want Tom haalt de JO13-1 echt wel en ik ben niet de enige die dat denkt.’
Kees fleurt helemaal op van deze woorden, want zo heeft hij het nog niet bekeken. Hij kijkt nu nog meer tegen Bos op dan hij al deed en blijft daarom nog even staan.
Met nog tien minuten te spelen, mag Tom invallen en hij komt nu op het middenveld, kort achter de spitsen te staan.
‘Kijk, nu zet Jan hem weer op een andere positie neer en dat is dus echt alleen om te kijken of hij dat ook kan.’
Kees knikt, want hij begrijpt het nu volkomen. Als hij na een paar minuten toch weer verder wil lopen, geeft Bos hem nog een goede raad mee.
‘Als je het nu weer eens niet met Jan eens bent, dan moet je dat onder vier ogen met hem bespreken. Nu loop je als bestuurslid in het openbaar af te geven op je eigen trainer en dat is een slechte zaak, want zoiets geeft alleen maar onrust.’
Kees schaamt zich opeens enorm, maar laat niets merken.
‘Ik heb er alleen met u over gesproken, hoor. Verder met niemand.’
Bos die wel beter weet, lacht maar eens en gaat naar huis.
Na de wedstrijd loopt Kees snel naar Tom en hij doet nu net of alles in kannen en kruiken is.
‘Maak je maar geen zorgen, hoor. Je komt namelijk echt wel in de JO13-1.’
‘Ik hoop het!’ roept Tom, terwijl hij met zijn vriendjes naar de kleedkamer gaat.
Als Kees weer aan het gesprekje denkt dat de jongen tussen de wedstrijden door met zijn trainer had, rent hij hem echter achterna.
‘Tom, Tom. Wat zei de trainer tegen je toen je met hem over het veld liep?’
‘O, niet veel. Alleen dat ze niet enkel naar vanavond kijken, maar ook het afgelopen seizoen mee laten tellen.’
Terwijl Tom zich gaat douchen, loopt Kees naar de kantine en onderweg denkt hij: zie je wel, Bos had dus gelijk. Het zou ook stom zijn, om alles alleen van vanavond te laten afhangen. Tom heeft het afgelopen seizoen immers zo goed gepresteerd, dat ze bij de JO13-1 gewoon niet zonder hem kunnen.’
Omdat hij zich geen zorgen meer over zijn zoon maakt, slaat zijn stemming totaal om. Nadat hij in de kantine eerst iedereen op een drankje heeft getrakteerd, noemt hij Jan daarom zelfs een toptrainer.
Natuurlijk was hij al lang overtuigd van de kwaliteiten van Tom en daarom heeft hij hem ook op andere posities laten spelen en zelfs even reserve gezet. Hij had zijn plannen alleen beter vooraf even met hem als ouder en jeugdbestuurslid kunnen bespreken.
Al maakt hij daar natuurlijk geen probleem van, want iedereen mag immers een foutje maken. Nee, DOS moet echt blij zijn met een trainer als Jan.
De mensen laten hem maar praten, want ze weten immers nog heel goed hoe hij de hele avond heeft lopen schelden. Waarom hij nu ineens zo positief is, begrijpt echter niemand.
Wel vinden velen het een slechte zaak dat hij zich als bestuurslid zo negatief heeft gedragen en daarom zouden ze graag zien dat hij uit het bestuur ging. Het probleem is alleen dat er geen vervanger voor hem is en daarom zeggen ze er niets over.
Als Jan van Rooij met zijn leiders de kantine in komt, worden ze door Kees overladen met complimenten en biedt hij ze gelijk een drankje aan. Jan loopt echter meteen door naar de commissiekamer.
Hij is de scheldkanonnade van vanavond namelijk nog niet vergeten, Daarom belt hij meteen met de voorzitter om een gesprek aan te vragen, want hij is niet van plan om zich nog eens zo uit te laten schelden.
’Hij mag gerust wat tegen me zeggen, maar ik hoef me niet als een jochie van tien te laten behandelen. Vooral omdat Kees ook nog eens bestuurslid is.’
’Je hebt gelijk. Ik heb er iets van gezien en hij gedroeg zich zeker niet zoals het hoorde en dan druk ik me nog heel erg mild uit. Het lijkt me daarom goed om erover te praten. Moet ik erbij zijn?’
’Ja, doe maar. Een gesprek onder vier ogen heeft namelijk geen enkele zin. Dat wordt namelijk een welles nietes spelletje en weer een enorme scheldpartij en daar zit ik niet op te wachten.’
Tom profiteert ondertussen volop van de goede bui van zijn vader, want hij drinkt en snoept tot er bijna niet meer bij kan. Daarom gaat hij tegen half negen graag met zijn vader mee naar huis.
Natuurlijk praten ze in de auto nog even over de nieuwe selecties.
'Heeft Jan gezegd wanneer de nieuwe JO13-1 bekend wordt gemaakt?’
’Het komt volgende week dinsdag op de website.’
’Weten ze dat niet eerder?’
’Weet ik niet, maar Jan zei dat ze alle selecties tegelijk bekend wilden maken.’
’Wanneer zijn die andere selectiewedstrijden dan?’
’Voor de JO18 en JO19 morgen, voor de JO14 en de JO15 donderdag en voor de JO16 en JO17 volgende week maandag.’
Kees vindt een week wachten veel te lang.
’Ik zal Jan morgen wel bellen, dan weten we het gelijk.’
’Dat zou fijn zijn, pap.’
‘Dat begrijp ik, vriend.’
Omdat ze niet ver van het voetbalveld wonen, zijn ze vijf minuten later al thuis. Als Nel ze ziet komen, houdt ze rekening met weer een nieuwe stortvloed aan commentaar op Jan van Rooij en zijn mensen.
Tot haar verbazing ziet ze de heren echter lachend uitstappen en naar binnen komen.
‘Aan jullie gezichten te zien, is alles toch nog goed afgelopen.'
'Ja, dat kun je wel stellen. Het was vooraf eigenlijk al bekend dat Tom volgend seizoen in de JO13-1 komt en daarom liet Jan hem steeds op een andere positie spelen. Gewoon om in geval van nood een keer met de jongen te kunnen schuiven. Nee, hij hoeft zich nergens zorgen over te maken, want dat zit echt wel goed. Ze hadden hem eigenlijk beter helemaal niet mee kunnen laten doen, want dan hadden de mindere voetballers tenminste iets langer kunnen spelen.’
Nel begint een beetje cynisch te lachen.
’Je was vanavond anders behoorlijk negatief. Wat had dat dan voor zin en waarom ging je zo vreselijk tegen Jan tekeer?’
Kees doet net of hij het als bestuurslid helemaal voor het zeggen heeft bij DOS.
’Ik heb als lid van het jeugdbestuur bij de trainer om opheldering gevraagd en de gang van zaken is me nu duidelijk. Natuurlijk kijken ze bij het samenstellen van de selecties wel naar vanavond, maar de prestaties van het afgelopen seizoen teller veel zwaarder. Dat Tom vandaag niet de absolute uitblinker was, maakt dus niets uit. Hij heeft de laatste tijd immers meer dan genoeg laten zien. Jan had me dit beter vooraf even kunnen vertellen, want dan had ik hem vanavond tenminste een beetje kunnen steunen.’
’Je hebt je dus voor niets zo belachelijk gemaakt met dat rare geschreeuw van je. Man, ik heb me verschrikkelijk voor je staan schamen en hoop echt dat je dit nooit weer doet. Je bent zo namelijk een heel slecht voor beeld voor Tom.’
Kees gaat niet in op de woorden van zijn vrouw en pakt de krant. Hij beseft namelijk heel goed dat ze gelijk heeft, want hij is behoorlijk tekeergegaan. Al gaf Jan hem daar wel alle aanleiding toe, want die selectiewedstrijden waren een groot drama en dat zal hij hem binnenkort vertellen ook.
Omdat het voor Tom eigenlijk al te laat is, stuurt Nel hem naar bed. Na wat aandringen, vertrekt hij daarom naar boven en loopt ze met hem mee om zijn vieze kleding in de wasmachine te stoppen. Als ze weer beneden komt, begint ze echter opnieuw met Kees over het voetballen.
’Er moet me nog iets van het hart. Als ik je thuis en ook op het voetbalveld bezig zie en hoor, dan vind ik dat je veel te ver gaat. Ten eerste moet je Tom niet zo achter zijn broek zitten, want dat wordt veel te gek. Als je zo blijft doorgaan, stopt hij er binnenkort absoluut een keer mee en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Je geeft hem bijvoorbeeld nooit een compliment en bent altijd ontevreden over zijn prestaties. Als hij drie keer scoort, dan vind je dat hij er vier of vijf had kunnen maken. Winnen ze met 4-0, dan had het volgens jou 6 of 7-0 moeten zijn. Het is niet leuk voor zo’n kereltje hoor om altijd maar negatief commentaar te krijgen. Zo je vanavond stond te schreeuwen toen hij die kans miste, leek ook nergens op. Je moet er echt wat vaker aan denken dat hij pas tien is en het voetbal dus wat losser gaan benaderen. Hij moet voor de gezelligheid voetballen en niet zoals vanmiddag doodzenuwachtig voor de televisie zitten. Je hebt je vanavond trouwens niet echt als een bestuurslid gedragen. Het kan best dat je een andere mening hebt dan de trainer, maar je reactie sloeg echt helemaal nergens op. Jij deed net of Jan een snotneus van een jaar of twaalf was en dat zou ik als trainer nooit van je accepteren. Wat zou je trouwens doen als iemand jou zo uitgescholden had?’
Kees legt zijn krant neer en reageert vrij geprikkeld.
’Het is onzin wat je zegt, maar ik neem je niets kwalijk. Ten eerste ben je namelijk een vrouw en ten tweede kom je niet uit een voetbalfamilie. Ik ben met voetbal opgegroeid, heb zelf jaren in het eerste gevoetbald en ben trainer geweest, maar wat weet jij er nou van? Niets toch? Zit dus maar niet over Tom in, want ik weet echt wel wat ik doe. Die jongen is namelijk een echt voetbaldier en stopt er dus heus niet mee. Hij heeft juist graag dat ik kritisch op hem ben, want hij weet maar al te goed dat hij daar een betere speler van wordt. Het kan trouwens best zijn dat ik vanavond wat te kritisch ben geweest voor iemand van het jeugdbestuur. Aan de andere kant was ik er wel en dat kun je van de andere bestuursleden niet zeggen. Alleen Peter was er even, maar verder heb ik niemand gezien. Ik vind trouwens dat Jan van Rooij tegen kritiek moet kunnen. Hij is toch immers geen klein kind meer. Als ik hem nu heel erg beledigd had, maar dat viel volgens mij best mee.’
Heel vaak eindigen dit soort discussies in een heftige ruzie en dit keer lijkt het ook die kant weer op te gaan. Vooral omdat Nel er niet tegen kan dat Kees altijd zo laatdunkend over haar familie doet.
’Je hebt helemaal gelijk dat ik geen verstand van voetbal heb en mijn familie er niets om geeft. Wij werden echter wel op een gezonde manier gestimuleerd in onze sport. Natuurlijk vonden mijn ouders het wel heel leuk als we ergens goed in waren, maar plezier stond altijd voorop. Ik heb als kind dan ook nog nooit zo’n zenuwentoestand meegemaakt als hier. Jij kunt trouwens wel menen dat Tom nooit met voetbal zal stoppen, maar kinderen kunnen er van het ene op het andere moment genoeg van hebben, hoor. Laat hem dus een beetje met rust en zeur niet steeds dat hij de beste moet zijn. Dat is namelijk niet voor iedereen belangrijk en voor je het misschien vergeten bent, je hebt nog twee kinderen. Zij merken namelijk ook dat je constant met Tom bezig bent en steeds minder aandacht voor hen hebt. Dat jij trouwens jaren in het eerste van HGM hebt gespeeld, kwam omdat ze maar één team hadden en dat kan dus iedereen.'
’Er valt met jou niet te praten.’
Kees loopt met een kwaad gezicht naar de keuken en als hij vijf minuten later terugkomt, is hij zijn boze bui blijkbaar nog niet kwijt. Hij geeft Nel namelijk een vluchtige zoen en gaat meteen door naar boven.
Hier is ze eerst wel een beetje van onder de indruk, maar dat is snel voorbij. Er is namelijk een prachtige film op tv, waar ze enorm van geniet en zo is het twaalf uur voor ze het in de gaten heeft.
Als ze in bed ligt, is ze daarom bijna gelijk vertrokken. De volgende ochtend om half zeven gaat de wekker en is ze, zoals altijd, de eerste die opstaat. Door het korte nachtje is ze wel behoorlijk duf, maar na een verfrissende douche gaat het weer aardig.
Ze loopt daarom meteen de slaapkamers langs om iedereen te wekken, zodat ze net iets voor half acht aan het ontbijt zitten. Zoals normaal, hebben Kees en Tom gelijk weer het hoogste woord.
‘Als je vanmiddag gaat voetballen, moet je eens goed op vrije trappen gaan oefenen. Spelhervattingen worden immers steeds belangrijker en ook van grote voetballers lees je dat ze er dagelijks op trainen.’
Nel schudt haar hoofd, maar houdt eerst nog haar mond. Als ze naar de keuken loopt, kan ze zich door alle ergernis echter toch niet meer stilhouden.
‘Kim en Rob, pappa is ook wel nieuwsgierig naar wat jullie vanmiddag gaan doen, hoor. Hij weet alleen niet hoe hij dat vragen moet.’
Kees zegt niets, maar loopt voor hij gaat werken wel even bij Nel langs.
’Het was weer een gezellig ontbijtje, hè?’
‘Ik weet dat ik verkeerd zat met mijn opmerking tegen Rob en Kim, maar het is wel de waarheid. Je hebt namelijk alleen aandacht voor Tom en het voetbal en wij zijn lucht voor je. Ik vind dat beroerd, maar voor de kinderen is het een drama. Zij kijken namelijk nog tegen je op.’
Plotseling kijkt Kees haar ontzettend kwaad aan en schreeuwt hij, zo luid dat iedereen in huis het horen kan. ‘Wat ben jij een jaloerse trut! Je bent volwassen, maar gedraagt je als een kleuter.’
Nel hoeft niet te reageren, want hij heeft de deur al met een enorme klap dichtgegooid en twee tellen later ziet ze hem wegrijden. Hierdoor staat ze even wat geschrokken voor zich uit te kijken en vraagt ze zich af of ze echt zo jaloers is.
Eerst denkt ze dat Kees gelijk heeft, maar ze stelt haar mening snel bij. Hij kan namelijk wel net doen alsof ze hem onredelijk behandeld, maar zit zelf gewoon fout. Sinds Tom zo goed is gaan voetballen, is hij immers een totaal anders mens geworden.
Ze wil hier zeker nog een keer uitgebreid met hem over praten, maar vanavond niet. Als hij kwaad is, heeft hij namelijk de gewoonte om heel vroeg naar bed te gaan en ze heeft geen zin om vanavond weer een paar uur alleen te zitten.
Na een tijdje flink doorwerken, zit Nel al ruim voor twaalf uur op haar kinderen te wachten. Omdat ze vanmiddag vrij zijn, willen ze namelijk zo snel mogelijk eten en naar buiten.
Als ze thuiskomen, gaan ze daarom meteen aan tafel en weer valt het Nel op dat het zonder Kees een heel stuk gezelliger is.
Er wordt dan namelijk niet over voetbal gepraat en daardoor krijgen de twee kleintjes ook eens de kans om iets te zeggen. Ondanks dat het woensdagmiddag is, duurt het daarom dit keer zelfs nog langer voor ze uitgegeten zijn dan op andere dagen.
Als ze uiteindelijk klaar zijn, gaan de kleintjes snel naar buiten en trekt Tom zijn voetbalschoenen aan om met wat vrienden te gaan voetballen. Nel blijft daardoor alleen achter en omdat het schitterend weer is, besluit ze de tuin in te gaan.
Als ze ongeveer een kwartiertje bezig is, gaat de telefoon en ziet ze dat haar moeder belt.
’Hoi ma. Hoe is het?’
’Goed en met jou.’
’Ook prima. Bel je trouwens zomaar of heb je nieuws?’
‘Eigenlijk is het meer een verrassing. Je weet dat we zondag veertig jaar getrouwd zijn en met z’n allen zouden gaan eten. Dat gaat niet door, want je vader heeft vijf huisjes kunnen huren en daarom gaan we van vrijdag tot maandag naar Putten op de Veluwe. Ik heb iedereen al gebeld en ze gaan allemaal mee. Jullie toch zeker ook, hè?’
‘Als het aan mij ligt wel. Ik ga zo gelijk bellen dat Kim zaterdag niet komt korfballen en Kees gaat vanavond naar DOS, dus kan hij de jongens mooi afmelden. Ga er dus maar van uit dat we meegaan. Ik heb er nu al zin in.’
’Mooi, dan zien we jullie vrijdagmiddag wel verschijnen. Het is de bedoeling om rond half vier te vertrekken.’ ‘Afgesproken.’
‘Tot dan.’
Als ze ’s avonds aan tafel zitten, begint Nel over het telefoontje van haar moeder. Rob en Kim begroeten het bericht met een luid gejuich, maar Tom en Kees kijken elkaar met gefronste wenkbrauwen aan. Een weekend van huis, betekent immers een zaterdag niet voetballen en dat is voor beiden het ergste wat ze zich kunnen voorstellen.
’Je hebt toch wel gezegd dat we niet meegaan omdat de kinderen moeten sporten? Voetbal en korfbal zijn tenslotte teamsporten, dus kun je niet zomaar wegblijven. Stel je eens voor dat iedereen af gaat zeggen voor feestjes.’
Kees kijkt Nel aan of het de gewoonste zaak van de wereld is dat ze thuisblijven, maar zij loopt vuurroos aan.
’Ik heb gezegd dat we meegaan en dat is niet meer dan normaal. Mijn ouders zijn maar één keer veertig jaar getrouwd, dus gaan we gewoon een zaterdag niet sporten.’
Rob is het volledig met zijn moeder eens.
‘Ik ga liever op vakantie dan voetballen, hoor.’
’En het maakt mij ook niets uit dat ik niet kan korfballen.’
’Dan zijn jullie ongeschikt voor een teamsport en dat valt me behoorlijk tegen.’
Tom is het, zoals altijd, helemaal met zijn vader eens.
’Ik wil zaterdag voetballen en ga dus niet mee op vakantie.’
Nel voelt zich machteloos, kwaad en vooral teleurgesteld.
‘Ik baal er gigantisch van dat jullie niet mee willen. Rob en Kim gaan in ieder geval niet sporten en met mij mee.’
’Ze weten toch dat onze kinderen ’s zaterdags sporten.’
’Je moet niet zeuren, Kees. Er is namelijk geen één mens bij DOS en de Korf die zo denkt als jij.’
’Ik weet zeker van wel.’
Omdat Nel beseft dat antwoorden geen zin heeft, besluit ze te zwijgen. Ze is echter zo kwaad dat ze geen woord meer zegt en na het eten gelijk de tafel begint af te ruimen. Zoals gewoonlijk helpen de kleintjes haar mee en dat vindt ze, zeker dit keer, heel fijn.
Ze wil Kees en Tom namelijk liever even niet meer zien en daarom zit ze tien minuten later al op haar fiets om naar de Korf te gaan. Daar belt ze eerst naar DOS om de leider van Rob te vertellen dat hij er zaterdag niet is en ook waarom hij een keer overslaat.
Voor Leo de Wit, zoals de man heet, is dit geen enkel probleem en hij wenst Nel een heel fijn weekend toe. Als hij Kees even later ziet en er met hem over begint, krijgt hij echter op een nogal venijnige manier de wind van voren.
’Hoe kun jij het nou goed vinden dat Rob een weekendje op vakantie gaat? Hij hoort namelijk hier te zijn, want nu laat hij zijn team in de steek. Gelukkig begrijpt Tom wel dat hij op een teamsport zit en dus niet voor een feestje kan afzeggen. Wij gaan daarom niet met de familie mee.’
De leider denkt bij zichzelf: die Kees wordt met de dag gekker, maar zegt niets en loopt snel door. Na de training gaat Kees snel met zijn zoons naar huis, want om kwart voor negen is de finale van de Champions League op tv.
Tom heeft zijn moeder zover gekregen dat hij de eerste helft mag zien en hij wil zelf eveneens graag kijken. Omdat het een schitterende wedstrijd is, doet de jongen er alles aan om nog langer op te mogen blijven.
Alleen zonder resultaat, want Nel is nog steeds boos over het komende weekend en stuurt hem zonder pardon naar boven.
Als hij de kamer uit is, begint ze meteen weer met Kees over het feestje van haar ouders.
‘Je kunt het niet maken om samen met Tom thuis te blijven. Jij had trouwens helemaal niet over dat thuisblijven moeten beginnen, want dan had je die jongen er ook niet over gehoord. Verder had ik weleens willen zien wat je gedaan had als het om je eigen ouders ging. Volgens mij was je dan zonder morren meegegaan.’
Kees weet dat Nel gelijk heeft, maar wil de wedstrijd graag verder kijken en probeert daarom een compromis te sluiten.
‘Als ik nu eerst met Tom ga voetballen en daarna naar Putten kom. Hij moet om negen uur spelen en is dus rond tien uur klaar. Als we dan om half elf, kwart voor elf hier wegrijden, zijn we volgens mij voor twaalf uur op die camping.’
Omdat Nel beseft dat dit de minst slechte oplossing is, gaat ze maar akkoord en besluit ze om gelijk haar moeder te bellen.
Dit doet ze boven, want ze heeft liever niet dat Kees haar hoort praten. Ondanks alles wil ze ‘haar mannen’ namelijk zo min mogelijk af vallen en daarom vertelt ze het verhaal iets mooier dan het in werkelijkheid is.
’Hoi mam, we hebben een probleempje. Tom moet zaterdag eerst voetballen en komt daarna pas samen met Kees naar Putten. Toen we zijn leiders belden om af te zeggen, bleken ze met hem erbij namelijk nog maar net genoeg spelers te hebben. Vanwege ziektes konden ze ook niemand van een ander team krijgen, dus kan er zonder Tom niet gespeeld worden. Ja, en dan ken je Kees. Hij zit in het jeugdbestuur en wil daarom pertinent niet dat de wedstrijd vanwege zijn zoon moet worden afgelast. Dus hebben we besloten dat Rob, Kim en ik vrijdag met jullie meerijden en Kees en Tom zaterdag komen. Het is ongeveer een uurtje rijden, dus tussen half twaalf en twaalf uur zijn ze er wel.’
Haar moeder vindt het jammer dat ze niet allemaal tegelijk vertrekken. Hoewel ze niets met voetbal heeft, vindt ze echter ook wel dat je niet zomaar je team in de steek kunt laten. Zeker als er geen vervanger te vinden is.
Hoewel Nel heel blij is dat ze het zo luchtig opvat, baalt ze enorm van haar leugen en dat krijgt Kees beneden gelijk te horen.
‘Ik wil pertinent niet dat mijn kinderen liegen, maar heb nu, om jullie te sparen, mijn moeder voorgelogen en daar baal ik verschrikkelijk van.’
’Waarom heb je haar dan niet gewoon eerlijk de waarheid verteld? De kinderen zitten immers op een teamsport en moeten er dus gewoon zijn. Alleen bij hoge uitzonderingen kun je afbellen, maar anders niet en het is nu toch ook prima geregeld?’
’Dat vind jij. Die reden die jij opgeeft om niet mee te gaan, begrijpt trouwens niemand en mijn familie dus zeker niet. Ik weet dat jou het niets kan schelen als zij kwaad of teleurgesteld zijn, maar mij wel en daarom heb ik de waarheid een beetje verdraaid. Puur omdat ik het vreselijk vind dat ze jou daar met een scheef oog om aankijken.’
Kees zucht een keer, maar zegt niets en kan zich niet voorstellen dat niemand hem begrijpt, Voor zijn gevoel is het namelijk heel eenvoudig. Afspraak is afspraak. Bij zijn baas kan hij niet zomaar wegblijven, dus bij de vereniging ook niet.
Terug naar E-book - Terug naar boek
‘Man, rij toch door’, roept Nel zachtjes voor zich uit.
Terwijl er ruimte voldoende is, durft de man voor haar namelijk nog steeds de weg niet op te draaien. Ongeduldig wacht ze daarom tot de volgende stroom auto’s voorbij is.
Ze komt van de supermarkt en heeft haast, want ze wil vanavond op tijd eten. Tom, haar oudste zoon, moet immers al vroeg bij de plaatselijke voetbalvereniging DOS zijn. Hij moet namelijk selectiewedstrijden spelen voor een plaatsje in de JO13-1 van komend seizoen.
Het voetbal is erg belangrijk voor hem en hij is er dan ook dag en nacht mee bezig. Werkelijk alles zet hij ervoor aan de kant en daarom wil ze niet dat hij zich straks moet haasten, omdat het eten te laat klaar is. Als ze tegen kwart voor vijf aan tafel kunnen, is er echter niets aan de hand.
Gelukkig rijdt de man voor haar eindelijk de weg op, dus schiet ze hem gehaast achterna. ‘Verdorie’, mompelt ze voor zich uit. ‘Ook dat nog.’ In de verte staat namelijk een politieauto en er staan twee agenten bij, die verschillende auto’s laten stoppen.
Ze doet gauw haar gordel om en hoopt dat ze mag doorrijden, maar helaas krijgt ook zij een stopteken. Als ze de auto aan de kant heeft gezet, komt er meteen een agent naar haar toe. De man krijgt alleen geen kans om iets te zeggen, want ze begint zelf al.
‘Agent kan het snel, mijn kinderen komen zo uit school en kunnen niet naar binnen?’
De agent, een wat oudere man, lacht vriendelijk.
‘Als alles in orde is, kunt u zo weer verder. Heeft u uw papieren bij u?’
Nel pakt snel haar tas, maar ziet tot haar grote schrik dat ze zowel haar rijbewijs als kentekenbewijs niet bij zich heeft. Ze beseft dat die nog thuis op tafel liggen, maar doet net of haar neus bloedt.
‘Ik snap er niets van. Normaal heb ik ze altijd bij me, maar ik zie ze nu nergens. Met een beetje pech heb ik ze verloren of misschien zijn we wel gestolen.’
De agent lacht nog steeds.
‘Ik geloof best dat u ze altijd bij u heeft en u kunt ze heel goed kwijt zijn. Het punt is wel dat u op dit moment strafbaar bent en ik u dus een bon moet geven.’
Nel denkt: dat kan er ook nog wel bij. Te laat thuis voor de kinderen en nog een bekeuring op de koop toe. Ze probeert echter nog te redden wat er te redden valt en kijkt de agent met een schuldig gezicht aan.
‘Is het ook goed als ik de papieren straks kom laten zien?’
De man blijkt er niet op uit te zijn om bonnen te geven.
‘U heeft geluk, want ik ben in een goede bui. Komt u vanavond dus maar even langs op het bureau. Wel voor acht uur, anders moet ik u helaas alsnog een bekeuring geven.’
Nel bedankt de agent hartelijk en rijdt gauw naar huis, waar haar kinderen, Tom van tien, Rob van acht en Kim van zes, al staan te wachten.
‘Waar was je nou?’ roept Tom ongeduldig. ‘Ik moet vroeg bij DOS zijn, hoor. Dat weet je toch?’
Nel zegt niets, maar zet snel haar auto in de garage en pakt de boodschappen bij elkaar. Vervolgens gaat ze op een drafje naar de achterdeur, waar ze zich verontschuldigt.
‘Ik was anders wel op tijd geweest, maar er was een grote politiecontrole en natuurlijk moest ik ook stoppen.’
De kinderen luisteren echter al niet meer en gaan snel hun schoolspullen opruimen. Rob en Kim zijn als eersten weer beneden en lopen gelijk door naar buiten om te spelen. ‘Om kwart voor vijf eten we!’ roept Nel ze na, maar ze vraagt zich af of ze dat nog horen.
Tom rommelt echter eerst wat op zijn kamer en gaat dan met een bleek gezicht op de bank zitten.
‘Moet je niet gaan spelen?’
‘Nee, pappa zei dat ik beter binnen kon blijven. Volgens hem moet ik vanavond goed uitgerust zijn.’
‘Wil je dan iets drinken? Een glaasje limonade soms?’
‘Nee, doe maar water.’
Nel loopt met een glas naar de kraan en gaat daarna naast haar zoon zitten.
‘Je maakt je toch niet te zenuwachtig over het voetballen?’
Tom kijkt zijn moeder met een bezorgde blik aan.
‘Volgens mij word ik ziek, want ik heb zo’n raar gevoel in mijn buik. Ik denk elke keer dat ik moet overgeven.’
Nel heeft gelijk in de gaten wat er aan de hand is en daarom trekt ze haar jongen van de bank.
‘Ga maar even naar opa en oma van Tiggelen om de krant te halen. Als je flink doorfietst, ben je zo weer opgeknapt.’·
Tom doet wat zijn moeder zegt en daarom ziet ze hem een paar tellen later de straat al uit rijden. Ze heeft heel veel medelijden met de jongen, want het is de schuld van haar man, Kees, dat hij zo gespannen is.
Die zit namelijk al dagen met hem over de selectiewedstrijden te praten en lijkt een plaatsje in de JO13-1 nog belangrijker te vinden dan zijn zoon. Ze zal het er straks wel met hem over hebben, want hij moet de jongen in het vervolg wat meer met rust laten. Het ventje is tenslotte pas tien.
Als ze even naar buiten staat te staren, ziet ze Kees al aan komen fietsen. Ze kijkt op de klok en denkt: zo, die is vroeg. Als hij een paar minuten later in de kamer staat, hoort ze wat de reden daarvan is.
‘Dag schat. Ik heb een uurtje eerder vrij genomen, want ik wil niet te laat zijn voor de selectiewedstrijden van vanavond. Als lid van het jeugdbestuur, vind ik dat ik niets mag missen.’
Hij loopt gelijk door naar boven.
‘Ik ga me nog even douchen en omkleden, hoor.’
‘Zorg je dat je over een half uurtje beneden bent, dan kunnen we op tijd eten?’
'Natuurlijk.'
Tegen kwart voor vijf is iedereen aanwezig en kunnen ze aan tafel. Zoals de laatste dagen altijd, begint Kees ook nu gelijk weer met Tom over de komende wedstrijden.
‘Goed je best doen vanavond, hoor en probeer er maar snel een paar in te schieten. Dat is immers de beste manier om op te vallen bij de trainers.’
Hij wil nog meer zeggen, maar Nel valt hem in de rede.
‘Stop toch eens met dat gepraat over voetballen, want je maakt hem alleen maar nerveus. Hij is nu al bijna ziek van de spanning en dat kan niet de bedoeling zijn. Je ziet toch dat hij geen hap door zijn keel krijgt?’
Tom die een paar hapjes heeft gegeten, legt zijn mes en vork al neer, maar Nel reageert streng.
‘Je bord moet leeg, want met een lege maag kun je niet voetballen.’
Kees neemt het voor zijn zoon op.
‘Hij kan ook een keer wat minder honger hebben, want dat heeft iedereen toch weleens?’
Nel houdt echter voet bij stuk en eist van Tom dat hij zijn bord leegeet.
’Als je het eten laat staan, kom je vanavond niet bij DOS.’
Omdat Tom beseft dat hij geen andere keus heeft, eet hij zijn bord toch maar leeg. Als hij eindelijk klaar is, loopt hij echter meteen met zijn tas naar de achterdeur.
’Wat ga je vroeg en rij je niet met me mee?’ vraagt Kees nogal verbaasd.
‘Nee, ik ga liever alleen.’
‘Joh, ik had er net zo op gerekend om samen te gaan.’
‘Nou goed, maar dan moet je wel opschieten. We willen voor de wedstrijden beginnen namelijk nog even inschieten.’
‘Hartstikke goed. Kom op, dan gaan we gelijk.’
Kees pakt vlug zijn autosleutels en loopt zijn zoon achterna. Als Nel in de keuken komt en ziet dat ze willen vertrekken, schudt ze haar hoofd.
‘Doe toch niet zo zenuwachtig, jongens. Jullie zijn veel te vroeg, want het is nog niet eens half zes.’
‘Dat weten we, maar de jongens willen zich voor de wedstrijden beginnen even intrappen.’ legt Kees met een wijs gezicht uit.
Nel doet net of ze het niet begrijpt.
‘Ze kunnen toch de hele avond voetballen?’
‘Natuurlijk, maar het is normaal dat voetballers zich vooraf inschieten.'
Nel moet, terwijl ze haar zoon een knuffel geeft, lachen om zijn fanatieke reactie.
‘Nou veel succes, kerel.’
‘Kom je wel kijken, mam?’
‘Natuurlijk ben ik van de partij, jongen.’
Kees die al in de auto zit, toetert ongeduldig en Tom rent snel naar buiten. Als Nel de twee voetbalgekken even later ziet wegrijden, denkt ze: wie van de twee zou zich het meest zenuwachtig maken.
Kees gaat normaal namelijk nooit weg zonder haar te zoenen, maar dit keer heeft hij haar niet eens gedag gezegd.
De heren zijn zelfs zo in de bonen, dat ze Toms tas in de gang hebben laten staan. Net als ze Kees hierover wil bellen, ziet ze hem echter de straat weer in komen rijden. Ze krijgt alleen geen kans om naar buiten te lopen en de tas aan te geven, want hij stormt al naar binnen.
‘Kon je niet zeggen, dat we het belangrijkste vergaten?’
Nel schudt haar hoofd.
‘Dat komt er nu van al die stress. Je maakt iedereen van streek. Krijg maar geen ongeluk.’
Het laatste hoort Kees al niet meer, want hij rent snel terug naar zijn auto en rijdt weer met een flinke vaart weg. Als hij bij DOS komt, staat Tom al bij het hek op hem te wachten. Voor de jongen naar de kleedkamer kan, geeft hij hem echter nog wat laatste ‘tips’ mee.
‘Je weet nog wat ik gezegd heb, hè? Doelpunten, daar gaat het om. Niet denken, maar gelijk schieten en zorg dat je steeds aanspeelbaar bent. Het is voor het eerst dat je op een groot veld speelt, maar daar ben je binnen een paar minuten aan gewend. Dit is zelfs een stuk gemakkelijker voor je, want je krijgt nu veel meer ruimte. Probeer daar dus gebruik van te maken.’
Terwijl Tom zich gaat verkleden, loopt Kees even naar de bestuurskamer. Als bestuurslid heeft hij hier namelijk een eigen postvakje en daar is hij nogal trots op. Daarom loopt hij even later heel wijs met zijn post de kantine in, waar hij bij een aantal andere vaders aan de bar gaat staan.
‘Wat denk je Kees, gaat Tom het maken?’ vraagt Piet van Wilderen. De man weet dat Kees altijd heel overdreven zeker doet over zijn zoon en daarom probeert hij hem te verleiden tot wat boute uitspraken.
Zoals altijd met succes, want Kees loopt ook vandaag weer met open ogen in de val.
‘Als hij speelt naar zijn capaciteiten, ben ik er niet bang voor. Bij de JO11 stak hij er immers met kop en schouders bovenuit, dus moet hij op het grote veld ook doelpunten kunnen maken. De enige moeilijkheid is dat hij geconcentreerd moet blijven, maar daar help ik hem wel bij.’
De andere mensen kijken elkaar veelbetekenend aan, want ze ergeren zich enorm aan zijn grootspraak. Eigenlijk is ook niemand er echt gelukkig mee dat hij in het jeugdbestuur zit.
Ze weten namelijk dat hij dit puur voor zijn zoon doet en de rest hem niets kan schelen. Hierdoor negeert iedereen hem en staat hij altijd alleen langs de lijn.
Dit in tegenstelling tot Nel, die wel erg geliefd is bij iedereen. Als de vaders naar het veld lopen, staat ze dan ook al druk met een aantal andere moeders te praten. Kees heeft echter geen oog voor die gezelligheid, want hij ziet meteen dat zijn twee andere kinderen er niet zijn.
‘Komen Kim en Rob nog?’
‘Nee, ze zijn fietsen met mijn ouders.’
‘Dat zal Tom niet leuk vinden.’
Er is echter niemand die aandacht schenkt aan Kees zijn woorden.
Het is bijna half zeven als de spelertjes bij elkaar worden geroepen door Jan van Rooij, de trainer. Hij begint met de samenstellingen van de teams voor te lezen en zegt ook op welk veld ze moeten spelen. Van het team van Tom deugt er in Kees zijn ogen gelijk al niets.
Volgens hem zijn ze namelijk veel zwakker dan de tegenstanders, die bijna allemaal uit de huidige JO13-1 komen. Hij besluit dan ook om Jan van Rooij daar meteen op aan te spreken, want als jeugdbestuurslid meent hij zich tegenwoordig overal mee te mogen bemoeien.
Jan ziet hem echter komen en heeft blijkbaar al een vermoeden wat zijn bedoeling is.
‘Je komt niet over die teams zeuren, hè. We weten namelijk echt wel wat we doen.’
Kees, die zich als bestuurslid veel belangrijker vindt dan de trainer, wil toch zijn zegje doen. Net als hij wil beginnen, weet Tom de bal uit een corner echter prachtig in te koppen en hierdoor slaat zijn stemming volledig om.
In plaats van te klagen, slaat hij de trainer nu zelfs enthousiast op zijn schouder. Hij begint zich ook gelijk weer met het spel van zijn zoon te bemoeien en roept voortdurend aanwijzingen als: ‘Tom links, Tom rechts, schieten Tom, lopen Tom, koppen Tom.’
Werkelijk elke stap die de jongen zet, wil hij hem voorzeggen en ook nu blijkt weer dat de andere jongens er in zijn ogen voor spek en bonen bij lopen. Iedereen die aan de bal komt, krijgt namelijk luidkeels te horen. ‘Tom staat vrij. Speel de bal maar naar Tom.’
Jan van Rooij heeft hem al meerdere keren gezegd dat hij zijn zoon wat meer met rust moet laten. Volgens hem gaat de jongen dan nog veel beter voetballen, maar daar is Kees het helemaal niet mee eens. Tom moet immers gecoacht worden en wie kan dat nu beter doen dan hijzelf?
Ondanks dat ze kwalitatief veel zwakker zijn dan de tegenstander, maakt Tom er via een snelle uitval ook 2-0 van. Bijna maakt hij zelfs nog 3-0, want na een mooie pass van de rechtsbuiten komt hij namelijk vrij voor de keeper.
Doordat hij veel te gehaast wil schieten, gaat de bal echter een meter of drie naast. Terwijl de jongen beschaamd om zich heen kijkt, begint Kees woest tegen hem te schreeuwen.
’Hé Tom, wat een verschrikkelijke blunder, man. Als je niet beter kunt, ben je hooguit geschikt voor de JO13-3.’
Terwijl hij demonstratief de handen voor zijn ogen slaat, voelt Nel zich aan de overkant van het veld rood worden van schaamte. Vooral als een andere vader zegt: ‘Hoor, het jeugdbestuur is ook weer lekker positief bezig.’
Gelijk hierop klinkt het eindsignaal en is er tien minuten rust. Voor de spelers is er drinken en tevens krijgen ze te horen waar en met wie ze de volgende wedstrijd moeten spelen.
Kees wil naar Tom toe om hem scherp te houden, want hij moet niet nog eens zo’n blunder maken. Helaas voor hem, heeft Jan van Rooij hem alweer door.
’Ik wil even met de begeleiders en de spelers alleen zijn, dus heb ik graag dat je, net als iedereen, aan de zijlijn blijft.'
Kees zegt niets, maar loopt kwaad weg. Als hij Peter van de Pol, de jeugdvoorzitter, ziet staan, begint hij daarom gelijk te mopperen.
‘Ik vind het prima dat Jan er even geen ouders bij wil hebben, maar als jeugdbestuurslid mag ik toch horen wat hij allemaal tegen de jongens zegt?’
Peter, die Kees goed kent, kijkt hem grijnzend aan.
‘Hij denkt toch niet dat je er alleen bij wil zijn voor Tom?’
Zonder op een reactie te wachten, loopt de man door richting de kantine.
Kees heeft echter niet door dat hij in de maling genomen wordt en besluit om in de volgende vergadering uitgebreid op vanavond terug te komen. Hij zal straks gelijk een aantal punten opschrijven, zodat ze hem tegen die tijd tenminste niet onder tafel kunnen kletsen.
Na een paar woorden van de trainer, lopen de leiders met de nieuw geformeerde teams naar de velden voor de volgende speelronde.
Tot grote schrik van Kees, staat Tom nu opgesteld als linksbuiten en dit is volgens hem helemaal het toppunt. Hij heeft altijd gedacht dat Jan een prima trainer was, maar sinds vanavond weet hij wel beter.
Iemand die Tom opstelt als linksbuiten, snapt er in zijn ogen namelijk niets van en daarom klampt hij Jan Tol aan om dit ‘onrecht’ mee te bespreken. Zoals bijna iedereen bij DOS, wil ook Jan echter niet met hem in discussie.
’Ik heb geen idee, Kees. Misschien heeft Arie Donk er wel een mening over.’
'Ja, ik wil daar wel iets over zeggen. Volgens mij moet je de trainer maar eens op het matje roepen. Jij zit immers niet voor niets in het jeugdbestuur.’
Kees heeft nu wel in de gaten dat hij in de maling genomen wordt en loopt daarom met een kwaad gezicht weg. Naar Jan van Rooij gaat hij in ieder geval niet meer, want hij laat zich niet nog eens op zijn nummer zetten.
Een beetje moedeloos, loopt hij daarom maar naar zijn vaste stekkie bij de middenlijn. Daar wacht hij gelaten hoe zijn zoon, volgens hem, ten onder gaat aan de blunders van de trainer en wordt hij nog veel negatiever.
Tom moet namelijk heel erg wennen aan de voor hem vreemde linksbuitenpositie. Als hij zich wat beter op zijn gemak begint te voelen, blijkt echter dat hij ook hier goed uit de voeten kan.
Net voor het einde van de wedstrijd, weet hij zijn goede spel zelfs nog te bekronen met een prachtige goal en daar is hij erg blij mee. Kees zit alleen zo boordevol met frustraties, dat hij niet eens juicht voor het doelpunt en dit valt Nel natuurlijk op.
Ze komt dan ook meteen naar hem toe.
‘Ben je niet erg lekker? Tom scoort een prachtig doelpunt en jij blijft als een zoutzak langs de lijn staan. De jongen hoort je toch niet alleen maar als hij iets niet goed doet?’
Eindelijk denkt Kees weer iemand te hebben bij wie hij zijn hart kan luchten. Hij gaat dan ook niet op haar woorden in, maar begint gelijk te mopperen.
‘Jan snapt er niets van, want hoe kan hij Tom nu linksbuiten zetten? Het lijkt wel of hij niet wil dat de jongen goed speelt en veel doelpunten maakt, want net speelde hij ook al in een heel slecht team. Hij heeft nu drie keer gescoord, maar op zijn eigen plaats en in een goed team had hij er minstens een stuk of tien gemaakt.’
Nel heeft geen verstand van voetballen, maar vertrouwt erop dat Jan weet wat hij doet. Verder heeft ze trouwens ook geen zin om hier met haar man in discussie te gaan en daarom kapt ze hem af.
‘Sorry Kees. Ik ben geen trainer, dus dat weet ik niet. Nou, dan ga ik maar weer terug.’
Hoewel Kees niets zegt, loopt ze toch weer snel naar de andere moeders. Daar is het immers gezelliger dan bij haar mopperende man.
Wanneer de spelers na een kleine pauze het veld opkomen voor wedstrijd nummer drie, staat Kees ze nog steeds mopperend op te wachten.
Hoofdschuddend ziet hij dat Tom deze keer als rechtsbuiten staat opgesteld en ondanks dat hij redelijk tweebenig is, kan hij op deze positie heel weinig indruk maken.
Al komt dit ook omdat hij heel weinig aangespeeld wordt, waardoor hij er het grootste deel van de wedstrijd nogal verloren bij loopt. Dat komt trouwens ook omdat de tegenstander een stuk sterker is.
Er wordt daarom kansloos met 4-0 verloren en dat is te veel voor Kees. Onder de wedstrijd heeft hij al continu en vooral onterecht staan schelden, maar na afloop gaat hij helemaal door het lint. Hij sprint namelijk naar Jan van Rooij toe en begint van een afstand al tegen hem te tieren.
’Als jij Tom niet in de JO13-1 wil, dan moet je dat eerlijk zeggen. Op die plekken waar jij hem neerzet, kan hij toch nooit goed voetballen. Wanneer je dat niet in de gaten hebt, kun je beter stoppen als trainer. Die jongen staat te huilen in het veld en dat is toch niet de bedoeling? Al heb je een hekel aan mij, dan hoef je Tom nog niet te benadelen. Ik heb altijd gedacht dat je een ontzettend goede trainer was, maar weet inmiddels wel beter. Je bent namelijk nog te slecht om de JO9 te trainen.’
Jan doet net of hij het gescheld niet hoort en loopt richting zijn spelers. Woedend omdat hij zo genegeerd wordt, ziet Kees dat hij Tom roept en ze samen een rondje over het veld lopen.
Hij zou graag willen weten waar ze het over hebben, maar besluit keurig aan de zijlijn te blijven. Jan is er namelijk toe in staat om hem nog een keer weg te sturen en dat plezier gunt hij die vent niet. Als hij zijn zoon ziet lachen, moet hij zich echter wel bedwingen en vraagt hij zich af hoe de jongen vrolijk kan zijn.
Bij het begin van de vierde wedstrijd stort de wereld van Kees helemaal in. Tom is namelijk reservespeler en daarom weet hij het nu echt zeker. Zijn zoon kan de JO13-1 wel vergeten en dat is de schuld van Jan van Rooij.
Zou er dan niemand van de leiders zijn, die hem durft te vertellen dat hij zulke vreselijke grote fouten maakt?
Hij gaat als lid van het jeugdbestuur eerdaags echter wel met hem praten over de blunders die hij vanavond heeft gemaakt.
Als hij daar geen goede verklaring voor heeft, kunnen ze beter maar op zoek gaan naar een andere trainer. Als het aan hem ligt, wordt het contract van Jan trouwens toch al niet zomaar weer voor een jaar verlengd.
De rest van het bestuur mag hem dan een topper vinden, maar hij meent dat er voor hetzelfde geld veel betere trainers te krijgen zijn.
Plotseling ziet hij in de verte meneer Bos staan. Deze man heeft betaald voetbal gespeeld in de tijd van Abe Lenstra en weet dus waar hij het over heeft. Omdat hij denkt dat de man de fouten van Jan van Rooij daarom wel zal zien, loopt hij snel in zijn richting.
‘Hallo, ook aan het genieten van het voetballen?’
‘Zeker Kees, voetbal boeit me altijd en er loopt hier veel talent rond. Met een goede begeleiding kunnen ze heel ver komen, dus valt er de komende jaren nog veel te genieten.’
Dit is precies in het straatje van Kees en daarom begint hij vol vuur over Jan van Rooij te klagen. Als hij uitgepraat is, geeft Bos hem rustig antwoord.
‘Ik heb je zoon het afgelopen seizoen meerdere keren zien spelen en weet dat het een heel goede voetballer is, die het ver kan schoppen. Natuurlijk ziet zijn trainer dit wel en daarom laat hij hem niet als centrumspits en in een goed team spelen. Dat hij dan uitblinkt weet immers iedereen, maar daar heb je niets aan. Het is veel belangrijker om te zien, hoe de jongen het als links- of rechtsbuiten doet en als voetballer wordt hij daar trouwens ook sterker van. Het is daarnaast knapper om één keer te scoren tegen een sterke verdediging, dan vijf keer tegen een zwakke. Je hoeft je dus echt nergens zorgen over te maken, want Tom haalt de JO13-1 echt wel en ik ben niet de enige die dat denkt.’
Kees fleurt helemaal op van deze woorden, want zo heeft hij het nog niet bekeken. Hij kijkt nu nog meer tegen Bos op dan hij al deed en blijft daarom nog even staan.
Met nog tien minuten te spelen, mag Tom invallen en hij komt nu op het middenveld, kort achter de spitsen te staan.
‘Kijk, nu zet Jan hem weer op een andere positie neer en dat is dus echt alleen om te kijken of hij dat ook kan.’
Kees knikt, want hij begrijpt het nu volkomen. Als hij na een paar minuten toch weer verder wil lopen, geeft Bos hem nog een goede raad mee.
‘Als je het nu weer eens niet met Jan eens bent, dan moet je dat onder vier ogen met hem bespreken. Nu loop je als bestuurslid in het openbaar af te geven op je eigen trainer en dat is een slechte zaak, want zoiets geeft alleen maar onrust.’
Kees schaamt zich opeens enorm, maar laat niets merken.
‘Ik heb er alleen met u over gesproken, hoor. Verder met niemand.’
Bos die wel beter weet, lacht maar eens en gaat naar huis.
Na de wedstrijd loopt Kees snel naar Tom en hij doet nu net of alles in kannen en kruiken is.
‘Maak je maar geen zorgen, hoor. Je komt namelijk echt wel in de JO13-1.’
‘Ik hoop het!’ roept Tom, terwijl hij met zijn vriendjes naar de kleedkamer gaat.
Als Kees weer aan het gesprekje denkt dat de jongen tussen de wedstrijden door met zijn trainer had, rent hij hem echter achterna.
‘Tom, Tom. Wat zei de trainer tegen je toen je met hem over het veld liep?’
‘O, niet veel. Alleen dat ze niet enkel naar vanavond kijken, maar ook het afgelopen seizoen mee laten tellen.’
Terwijl Tom zich gaat douchen, loopt Kees naar de kantine en onderweg denkt hij: zie je wel, Bos had dus gelijk. Het zou ook stom zijn, om alles alleen van vanavond te laten afhangen. Tom heeft het afgelopen seizoen immers zo goed gepresteerd, dat ze bij de JO13-1 gewoon niet zonder hem kunnen.’
Omdat hij zich geen zorgen meer over zijn zoon maakt, slaat zijn stemming totaal om. Nadat hij in de kantine eerst iedereen op een drankje heeft getrakteerd, noemt hij Jan daarom zelfs een toptrainer.
Natuurlijk was hij al lang overtuigd van de kwaliteiten van Tom en daarom heeft hij hem ook op andere posities laten spelen en zelfs even reserve gezet. Hij had zijn plannen alleen beter vooraf even met hem als ouder en jeugdbestuurslid kunnen bespreken.
Al maakt hij daar natuurlijk geen probleem van, want iedereen mag immers een foutje maken. Nee, DOS moet echt blij zijn met een trainer als Jan.
De mensen laten hem maar praten, want ze weten immers nog heel goed hoe hij de hele avond heeft lopen schelden. Waarom hij nu ineens zo positief is, begrijpt echter niemand.
Wel vinden velen het een slechte zaak dat hij zich als bestuurslid zo negatief heeft gedragen en daarom zouden ze graag zien dat hij uit het bestuur ging. Het probleem is alleen dat er geen vervanger voor hem is en daarom zeggen ze er niets over.
Als Jan van Rooij met zijn leiders de kantine in komt, worden ze door Kees overladen met complimenten en biedt hij ze gelijk een drankje aan. Jan loopt echter meteen door naar de commissiekamer.
Hij is de scheldkanonnade van vanavond namelijk nog niet vergeten, Daarom belt hij meteen met de voorzitter om een gesprek aan te vragen, want hij is niet van plan om zich nog eens zo uit te laten schelden.
’Hij mag gerust wat tegen me zeggen, maar ik hoef me niet als een jochie van tien te laten behandelen. Vooral omdat Kees ook nog eens bestuurslid is.’
’Je hebt gelijk. Ik heb er iets van gezien en hij gedroeg zich zeker niet zoals het hoorde en dan druk ik me nog heel erg mild uit. Het lijkt me daarom goed om erover te praten. Moet ik erbij zijn?’
’Ja, doe maar. Een gesprek onder vier ogen heeft namelijk geen enkele zin. Dat wordt namelijk een welles nietes spelletje en weer een enorme scheldpartij en daar zit ik niet op te wachten.’
Tom profiteert ondertussen volop van de goede bui van zijn vader, want hij drinkt en snoept tot er bijna niet meer bij kan. Daarom gaat hij tegen half negen graag met zijn vader mee naar huis.
Natuurlijk praten ze in de auto nog even over de nieuwe selecties.
'Heeft Jan gezegd wanneer de nieuwe JO13-1 bekend wordt gemaakt?’
’Het komt volgende week dinsdag op de website.’
’Weten ze dat niet eerder?’
’Weet ik niet, maar Jan zei dat ze alle selecties tegelijk bekend wilden maken.’
’Wanneer zijn die andere selectiewedstrijden dan?’
’Voor de JO18 en JO19 morgen, voor de JO14 en de JO15 donderdag en voor de JO16 en JO17 volgende week maandag.’
Kees vindt een week wachten veel te lang.
’Ik zal Jan morgen wel bellen, dan weten we het gelijk.’
’Dat zou fijn zijn, pap.’
‘Dat begrijp ik, vriend.’
Omdat ze niet ver van het voetbalveld wonen, zijn ze vijf minuten later al thuis. Als Nel ze ziet komen, houdt ze rekening met weer een nieuwe stortvloed aan commentaar op Jan van Rooij en zijn mensen.
Tot haar verbazing ziet ze de heren echter lachend uitstappen en naar binnen komen.
‘Aan jullie gezichten te zien, is alles toch nog goed afgelopen.'
'Ja, dat kun je wel stellen. Het was vooraf eigenlijk al bekend dat Tom volgend seizoen in de JO13-1 komt en daarom liet Jan hem steeds op een andere positie spelen. Gewoon om in geval van nood een keer met de jongen te kunnen schuiven. Nee, hij hoeft zich nergens zorgen over te maken, want dat zit echt wel goed. Ze hadden hem eigenlijk beter helemaal niet mee kunnen laten doen, want dan hadden de mindere voetballers tenminste iets langer kunnen spelen.’
Nel begint een beetje cynisch te lachen.
’Je was vanavond anders behoorlijk negatief. Wat had dat dan voor zin en waarom ging je zo vreselijk tegen Jan tekeer?’
Kees doet net of hij het als bestuurslid helemaal voor het zeggen heeft bij DOS.
’Ik heb als lid van het jeugdbestuur bij de trainer om opheldering gevraagd en de gang van zaken is me nu duidelijk. Natuurlijk kijken ze bij het samenstellen van de selecties wel naar vanavond, maar de prestaties van het afgelopen seizoen teller veel zwaarder. Dat Tom vandaag niet de absolute uitblinker was, maakt dus niets uit. Hij heeft de laatste tijd immers meer dan genoeg laten zien. Jan had me dit beter vooraf even kunnen vertellen, want dan had ik hem vanavond tenminste een beetje kunnen steunen.’
’Je hebt je dus voor niets zo belachelijk gemaakt met dat rare geschreeuw van je. Man, ik heb me verschrikkelijk voor je staan schamen en hoop echt dat je dit nooit weer doet. Je bent zo namelijk een heel slecht voor beeld voor Tom.’
Kees gaat niet in op de woorden van zijn vrouw en pakt de krant. Hij beseft namelijk heel goed dat ze gelijk heeft, want hij is behoorlijk tekeergegaan. Al gaf Jan hem daar wel alle aanleiding toe, want die selectiewedstrijden waren een groot drama en dat zal hij hem binnenkort vertellen ook.
Omdat het voor Tom eigenlijk al te laat is, stuurt Nel hem naar bed. Na wat aandringen, vertrekt hij daarom naar boven en loopt ze met hem mee om zijn vieze kleding in de wasmachine te stoppen. Als ze weer beneden komt, begint ze echter opnieuw met Kees over het voetballen.
’Er moet me nog iets van het hart. Als ik je thuis en ook op het voetbalveld bezig zie en hoor, dan vind ik dat je veel te ver gaat. Ten eerste moet je Tom niet zo achter zijn broek zitten, want dat wordt veel te gek. Als je zo blijft doorgaan, stopt hij er binnenkort absoluut een keer mee en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Je geeft hem bijvoorbeeld nooit een compliment en bent altijd ontevreden over zijn prestaties. Als hij drie keer scoort, dan vind je dat hij er vier of vijf had kunnen maken. Winnen ze met 4-0, dan had het volgens jou 6 of 7-0 moeten zijn. Het is niet leuk voor zo’n kereltje hoor om altijd maar negatief commentaar te krijgen. Zo je vanavond stond te schreeuwen toen hij die kans miste, leek ook nergens op. Je moet er echt wat vaker aan denken dat hij pas tien is en het voetbal dus wat losser gaan benaderen. Hij moet voor de gezelligheid voetballen en niet zoals vanmiddag doodzenuwachtig voor de televisie zitten. Je hebt je vanavond trouwens niet echt als een bestuurslid gedragen. Het kan best dat je een andere mening hebt dan de trainer, maar je reactie sloeg echt helemaal nergens op. Jij deed net of Jan een snotneus van een jaar of twaalf was en dat zou ik als trainer nooit van je accepteren. Wat zou je trouwens doen als iemand jou zo uitgescholden had?’
Kees legt zijn krant neer en reageert vrij geprikkeld.
’Het is onzin wat je zegt, maar ik neem je niets kwalijk. Ten eerste ben je namelijk een vrouw en ten tweede kom je niet uit een voetbalfamilie. Ik ben met voetbal opgegroeid, heb zelf jaren in het eerste gevoetbald en ben trainer geweest, maar wat weet jij er nou van? Niets toch? Zit dus maar niet over Tom in, want ik weet echt wel wat ik doe. Die jongen is namelijk een echt voetbaldier en stopt er dus heus niet mee. Hij heeft juist graag dat ik kritisch op hem ben, want hij weet maar al te goed dat hij daar een betere speler van wordt. Het kan trouwens best zijn dat ik vanavond wat te kritisch ben geweest voor iemand van het jeugdbestuur. Aan de andere kant was ik er wel en dat kun je van de andere bestuursleden niet zeggen. Alleen Peter was er even, maar verder heb ik niemand gezien. Ik vind trouwens dat Jan van Rooij tegen kritiek moet kunnen. Hij is toch immers geen klein kind meer. Als ik hem nu heel erg beledigd had, maar dat viel volgens mij best mee.’
Heel vaak eindigen dit soort discussies in een heftige ruzie en dit keer lijkt het ook die kant weer op te gaan. Vooral omdat Nel er niet tegen kan dat Kees altijd zo laatdunkend over haar familie doet.
’Je hebt helemaal gelijk dat ik geen verstand van voetbal heb en mijn familie er niets om geeft. Wij werden echter wel op een gezonde manier gestimuleerd in onze sport. Natuurlijk vonden mijn ouders het wel heel leuk als we ergens goed in waren, maar plezier stond altijd voorop. Ik heb als kind dan ook nog nooit zo’n zenuwentoestand meegemaakt als hier. Jij kunt trouwens wel menen dat Tom nooit met voetbal zal stoppen, maar kinderen kunnen er van het ene op het andere moment genoeg van hebben, hoor. Laat hem dus een beetje met rust en zeur niet steeds dat hij de beste moet zijn. Dat is namelijk niet voor iedereen belangrijk en voor je het misschien vergeten bent, je hebt nog twee kinderen. Zij merken namelijk ook dat je constant met Tom bezig bent en steeds minder aandacht voor hen hebt. Dat jij trouwens jaren in het eerste van HGM hebt gespeeld, kwam omdat ze maar één team hadden en dat kan dus iedereen.'
’Er valt met jou niet te praten.’
Kees loopt met een kwaad gezicht naar de keuken en als hij vijf minuten later terugkomt, is hij zijn boze bui blijkbaar nog niet kwijt. Hij geeft Nel namelijk een vluchtige zoen en gaat meteen door naar boven.
Hier is ze eerst wel een beetje van onder de indruk, maar dat is snel voorbij. Er is namelijk een prachtige film op tv, waar ze enorm van geniet en zo is het twaalf uur voor ze het in de gaten heeft.
Als ze in bed ligt, is ze daarom bijna gelijk vertrokken. De volgende ochtend om half zeven gaat de wekker en is ze, zoals altijd, de eerste die opstaat. Door het korte nachtje is ze wel behoorlijk duf, maar na een verfrissende douche gaat het weer aardig.
Ze loopt daarom meteen de slaapkamers langs om iedereen te wekken, zodat ze net iets voor half acht aan het ontbijt zitten. Zoals normaal, hebben Kees en Tom gelijk weer het hoogste woord.
‘Als je vanmiddag gaat voetballen, moet je eens goed op vrije trappen gaan oefenen. Spelhervattingen worden immers steeds belangrijker en ook van grote voetballers lees je dat ze er dagelijks op trainen.’
Nel schudt haar hoofd, maar houdt eerst nog haar mond. Als ze naar de keuken loopt, kan ze zich door alle ergernis echter toch niet meer stilhouden.
‘Kim en Rob, pappa is ook wel nieuwsgierig naar wat jullie vanmiddag gaan doen, hoor. Hij weet alleen niet hoe hij dat vragen moet.’
Kees zegt niets, maar loopt voor hij gaat werken wel even bij Nel langs.
’Het was weer een gezellig ontbijtje, hè?’
‘Ik weet dat ik verkeerd zat met mijn opmerking tegen Rob en Kim, maar het is wel de waarheid. Je hebt namelijk alleen aandacht voor Tom en het voetbal en wij zijn lucht voor je. Ik vind dat beroerd, maar voor de kinderen is het een drama. Zij kijken namelijk nog tegen je op.’
Plotseling kijkt Kees haar ontzettend kwaad aan en schreeuwt hij, zo luid dat iedereen in huis het horen kan. ‘Wat ben jij een jaloerse trut! Je bent volwassen, maar gedraagt je als een kleuter.’
Nel hoeft niet te reageren, want hij heeft de deur al met een enorme klap dichtgegooid en twee tellen later ziet ze hem wegrijden. Hierdoor staat ze even wat geschrokken voor zich uit te kijken en vraagt ze zich af of ze echt zo jaloers is.
Eerst denkt ze dat Kees gelijk heeft, maar ze stelt haar mening snel bij. Hij kan namelijk wel net doen alsof ze hem onredelijk behandeld, maar zit zelf gewoon fout. Sinds Tom zo goed is gaan voetballen, is hij immers een totaal anders mens geworden.
Ze wil hier zeker nog een keer uitgebreid met hem over praten, maar vanavond niet. Als hij kwaad is, heeft hij namelijk de gewoonte om heel vroeg naar bed te gaan en ze heeft geen zin om vanavond weer een paar uur alleen te zitten.
Na een tijdje flink doorwerken, zit Nel al ruim voor twaalf uur op haar kinderen te wachten. Omdat ze vanmiddag vrij zijn, willen ze namelijk zo snel mogelijk eten en naar buiten.
Als ze thuiskomen, gaan ze daarom meteen aan tafel en weer valt het Nel op dat het zonder Kees een heel stuk gezelliger is.
Er wordt dan namelijk niet over voetbal gepraat en daardoor krijgen de twee kleintjes ook eens de kans om iets te zeggen. Ondanks dat het woensdagmiddag is, duurt het daarom dit keer zelfs nog langer voor ze uitgegeten zijn dan op andere dagen.
Als ze uiteindelijk klaar zijn, gaan de kleintjes snel naar buiten en trekt Tom zijn voetbalschoenen aan om met wat vrienden te gaan voetballen. Nel blijft daardoor alleen achter en omdat het schitterend weer is, besluit ze de tuin in te gaan.
Als ze ongeveer een kwartiertje bezig is, gaat de telefoon en ziet ze dat haar moeder belt.
’Hoi ma. Hoe is het?’
’Goed en met jou.’
’Ook prima. Bel je trouwens zomaar of heb je nieuws?’
‘Eigenlijk is het meer een verrassing. Je weet dat we zondag veertig jaar getrouwd zijn en met z’n allen zouden gaan eten. Dat gaat niet door, want je vader heeft vijf huisjes kunnen huren en daarom gaan we van vrijdag tot maandag naar Putten op de Veluwe. Ik heb iedereen al gebeld en ze gaan allemaal mee. Jullie toch zeker ook, hè?’
‘Als het aan mij ligt wel. Ik ga zo gelijk bellen dat Kim zaterdag niet komt korfballen en Kees gaat vanavond naar DOS, dus kan hij de jongens mooi afmelden. Ga er dus maar van uit dat we meegaan. Ik heb er nu al zin in.’
’Mooi, dan zien we jullie vrijdagmiddag wel verschijnen. Het is de bedoeling om rond half vier te vertrekken.’ ‘Afgesproken.’
‘Tot dan.’
Als ze ’s avonds aan tafel zitten, begint Nel over het telefoontje van haar moeder. Rob en Kim begroeten het bericht met een luid gejuich, maar Tom en Kees kijken elkaar met gefronste wenkbrauwen aan. Een weekend van huis, betekent immers een zaterdag niet voetballen en dat is voor beiden het ergste wat ze zich kunnen voorstellen.
’Je hebt toch wel gezegd dat we niet meegaan omdat de kinderen moeten sporten? Voetbal en korfbal zijn tenslotte teamsporten, dus kun je niet zomaar wegblijven. Stel je eens voor dat iedereen af gaat zeggen voor feestjes.’
Kees kijkt Nel aan of het de gewoonste zaak van de wereld is dat ze thuisblijven, maar zij loopt vuurroos aan.
’Ik heb gezegd dat we meegaan en dat is niet meer dan normaal. Mijn ouders zijn maar één keer veertig jaar getrouwd, dus gaan we gewoon een zaterdag niet sporten.’
Rob is het volledig met zijn moeder eens.
‘Ik ga liever op vakantie dan voetballen, hoor.’
’En het maakt mij ook niets uit dat ik niet kan korfballen.’
’Dan zijn jullie ongeschikt voor een teamsport en dat valt me behoorlijk tegen.’
Tom is het, zoals altijd, helemaal met zijn vader eens.
’Ik wil zaterdag voetballen en ga dus niet mee op vakantie.’
Nel voelt zich machteloos, kwaad en vooral teleurgesteld.
‘Ik baal er gigantisch van dat jullie niet mee willen. Rob en Kim gaan in ieder geval niet sporten en met mij mee.’
’Ze weten toch dat onze kinderen ’s zaterdags sporten.’
’Je moet niet zeuren, Kees. Er is namelijk geen één mens bij DOS en de Korf die zo denkt als jij.’
’Ik weet zeker van wel.’
Omdat Nel beseft dat antwoorden geen zin heeft, besluit ze te zwijgen. Ze is echter zo kwaad dat ze geen woord meer zegt en na het eten gelijk de tafel begint af te ruimen. Zoals gewoonlijk helpen de kleintjes haar mee en dat vindt ze, zeker dit keer, heel fijn.
Ze wil Kees en Tom namelijk liever even niet meer zien en daarom zit ze tien minuten later al op haar fiets om naar de Korf te gaan. Daar belt ze eerst naar DOS om de leider van Rob te vertellen dat hij er zaterdag niet is en ook waarom hij een keer overslaat.
Voor Leo de Wit, zoals de man heet, is dit geen enkel probleem en hij wenst Nel een heel fijn weekend toe. Als hij Kees even later ziet en er met hem over begint, krijgt hij echter op een nogal venijnige manier de wind van voren.
’Hoe kun jij het nou goed vinden dat Rob een weekendje op vakantie gaat? Hij hoort namelijk hier te zijn, want nu laat hij zijn team in de steek. Gelukkig begrijpt Tom wel dat hij op een teamsport zit en dus niet voor een feestje kan afzeggen. Wij gaan daarom niet met de familie mee.’
De leider denkt bij zichzelf: die Kees wordt met de dag gekker, maar zegt niets en loopt snel door. Na de training gaat Kees snel met zijn zoons naar huis, want om kwart voor negen is de finale van de Champions League op tv.
Tom heeft zijn moeder zover gekregen dat hij de eerste helft mag zien en hij wil zelf eveneens graag kijken. Omdat het een schitterende wedstrijd is, doet de jongen er alles aan om nog langer op te mogen blijven.
Alleen zonder resultaat, want Nel is nog steeds boos over het komende weekend en stuurt hem zonder pardon naar boven.
Als hij de kamer uit is, begint ze meteen weer met Kees over het feestje van haar ouders.
‘Je kunt het niet maken om samen met Tom thuis te blijven. Jij had trouwens helemaal niet over dat thuisblijven moeten beginnen, want dan had je die jongen er ook niet over gehoord. Verder had ik weleens willen zien wat je gedaan had als het om je eigen ouders ging. Volgens mij was je dan zonder morren meegegaan.’
Kees weet dat Nel gelijk heeft, maar wil de wedstrijd graag verder kijken en probeert daarom een compromis te sluiten.
‘Als ik nu eerst met Tom ga voetballen en daarna naar Putten kom. Hij moet om negen uur spelen en is dus rond tien uur klaar. Als we dan om half elf, kwart voor elf hier wegrijden, zijn we volgens mij voor twaalf uur op die camping.’
Omdat Nel beseft dat dit de minst slechte oplossing is, gaat ze maar akkoord en besluit ze om gelijk haar moeder te bellen.
Dit doet ze boven, want ze heeft liever niet dat Kees haar hoort praten. Ondanks alles wil ze ‘haar mannen’ namelijk zo min mogelijk af vallen en daarom vertelt ze het verhaal iets mooier dan het in werkelijkheid is.
’Hoi mam, we hebben een probleempje. Tom moet zaterdag eerst voetballen en komt daarna pas samen met Kees naar Putten. Toen we zijn leiders belden om af te zeggen, bleken ze met hem erbij namelijk nog maar net genoeg spelers te hebben. Vanwege ziektes konden ze ook niemand van een ander team krijgen, dus kan er zonder Tom niet gespeeld worden. Ja, en dan ken je Kees. Hij zit in het jeugdbestuur en wil daarom pertinent niet dat de wedstrijd vanwege zijn zoon moet worden afgelast. Dus hebben we besloten dat Rob, Kim en ik vrijdag met jullie meerijden en Kees en Tom zaterdag komen. Het is ongeveer een uurtje rijden, dus tussen half twaalf en twaalf uur zijn ze er wel.’
Haar moeder vindt het jammer dat ze niet allemaal tegelijk vertrekken. Hoewel ze niets met voetbal heeft, vindt ze echter ook wel dat je niet zomaar je team in de steek kunt laten. Zeker als er geen vervanger te vinden is.
Hoewel Nel heel blij is dat ze het zo luchtig opvat, baalt ze enorm van haar leugen en dat krijgt Kees beneden gelijk te horen.
‘Ik wil pertinent niet dat mijn kinderen liegen, maar heb nu, om jullie te sparen, mijn moeder voorgelogen en daar baal ik verschrikkelijk van.’
’Waarom heb je haar dan niet gewoon eerlijk de waarheid verteld? De kinderen zitten immers op een teamsport en moeten er dus gewoon zijn. Alleen bij hoge uitzonderingen kun je afbellen, maar anders niet en het is nu toch ook prima geregeld?’
’Dat vind jij. Die reden die jij opgeeft om niet mee te gaan, begrijpt trouwens niemand en mijn familie dus zeker niet. Ik weet dat jou het niets kan schelen als zij kwaad of teleurgesteld zijn, maar mij wel en daarom heb ik de waarheid een beetje verdraaid. Puur omdat ik het vreselijk vind dat ze jou daar met een scheef oog om aankijken.’
Kees zucht een keer, maar zegt niets en kan zich niet voorstellen dat niemand hem begrijpt, Voor zijn gevoel is het namelijk heel eenvoudig. Afspraak is afspraak. Bij zijn baas kan hij niet zomaar wegblijven, dus bij de vereniging ook niet.
Terug naar E-book - Terug naar boek