1e hoofdstuk De boerderij van Annes ouders

Model: 1e hoofdstuk De boerder van Annes ouders
3,95 Excl. BTW: €3,95

0

Omschrijving

Jos maakt zich zorgen


Als Jos ’s middags uit school komt en zijn moeder met een glas limonade en een gevulde koek op hem zit te wachten, gunt hij zich amper tijd om alles naar binnen te werken.
‘Wat heb je haast? Heb je met Anne afgesproken?’
‘Nee, maar ik denk dat er iets met haar is. Ze heeft de hele dag namelijk bijna niets gezegd en zei net dat ze niet naar ons veldje kwam en ik ook niet bij haar hoefde te komen.’
‘Misschien is ze boos op je of heeft ze een ander vriendje of vriendinnetje?’

‘Natuurlijk heeft ze geen ander. Ik denk eerder dat er iets met haar vader of moeder of opa of oma is, maar dat hoor ik vast nog wel.’
‘Daar reken ik ook op, jongen. Waar wil je nu dan trouwens heen?’
‘Gewoon weg. Ik weet nog niet waarheen.’
‘Best kerel. Ben je op tijd thuis voor het eten?’

‘Ja, dat komt goed. Waar is de sleutel van de schuur eigenlijk?’
‘Die ligt in de kamer, maar wat moet je daarmee?’
‘Ik wil mijn fiets pakken.’
‘Die neem je toch anders ook nooit mee naar het veldje? Wil je soms wél naar Anne toe?’
‘Ze zei toch dat ik niet hoefde te komen.’
‘Ja, dat is waar ook.’

Jos zijn moeder voelt dat haar zoon niet eerlijk tegen haar is, maar wil zich niet te veel met hem bemoeien.
Daarom loopt ze naar de kamer om de schuursleutel te pakken en vraagt ze niets meer. Toch is ze wel nieuwsgierig naar wat er aan de hand is. Het is namelijk
niets voor haar zoon om zo geheimzinnig te doen en ze rekent er dan ook een beetje op dat hij vanavond wel zal vertellen waar hij geweest is.
Jos zelf denkt echter maar aan één iemand en dat is Anne, het meisje waar hij, zonder dat zijn ouders het weten, tot over zijn oren verliefd op is. Ze zijn allebei elf en al een aantal jaren onafscheidelijk. Zowel op school als na schooltijd en in de vakanties.

Jongens uit zijn klas en uit de buurt roepen daarom regelmatig dat hij een meidengek is, maar dat kan hem niets schelen. Anne is namelijk hartstikke aardig en ze hebben dan ook al afgesproken om later, als ze oud genoeg zijn, met elkaar te gaan trouwen.
Ze weten zelfs al waar ze gaan wonen. Namelijk op de boerderij van Annes ouders. Haar vader en moeder gaan immers als ze wat ouder zijn naar het huisje van opa en oma, tenminste volgens Jos en Anne, en dan kunnen zij in het grote huis. Dat lijkt hem geweldig, want hoewel zijn vader en moeder niet echt iets met dieren hebben, is hij wel hartstikke gek op de koeien, schapen en paarden.
Het lijkt hem trouwens ook super om alle dagen bij Anne te zijn, want ze hebben het altijd heel erg gezellig met elkaar. Alleen vandaag dus niet, want ze heeft de hele dag enorm verdrietig gekeken en niet één keer gelachen. Toen ze na de middagpauze weer op school kwam, leek het zelfs of ze erg gehuild had.
Daarom wil hij zo snel mogelijk naar haar toe om te horen wat er is. Als ze in de stal of buiten bij de dieren zijn, vertelt ze hem namelijk altijd alles en dat zal ze nu dus ook wel doen. Hij hoopt maar dat het meevalt en zeker niet dat er iemand ernstig ziek is.

Als hij een minuutje of tien later bij Anne het erf op 
fietst en haar samen met haar ouders en opa en oma in de kamer ziet zitten, schrikt hij verschrikkelijk. Omdat hij ze dit nog nooit heeft zien doen en zeker overdag niet, kan het voor zijn gevoel namelijk niet anders dan dat er iets heel ergs aan de hand is. Hierdoor wordt hij zo angstig, dat hij zelfs even op het punt staat om weer naar huis te gaan.
Wanneer hij eraan denkt dat Anne zijn beste vriendin is en hij haar dus hoort te steunen als ze problemen heeft, besluit hij echter toch naar binnen te gaan. Voor hij bij de deur is, komt ze echter al met een nog steeds triest gezicht en rode ogen van het huilen naar buiten.

‘Je zei wel dat ik niet hoefde te komen, maar je keek de hele dag zo verdrietig dat ik me heel veel zorgen om je maak en toch gekomen ben. Wat is er aan de hand? Is er soms iemand ziek? Kan ik je ergens mee helpen?’
‘Laten we maar naar het weilandje van de schapen gaan en ik ben toch wel blij dat je er bent.’

Jos knikt een keer en loopt zwijgend, maar met een wild bonzend hart van alle spanning achter zijn vriendin aan. Hij twijfelt er nu namelijk helemaal niet meer aan dat er iets heel ergs is gebeurd, want hij heeft haar nog nooit zo treurig zien kijken en hoopt maar dat hij iets voor haar kan betekenen. Heel veel zal dat trouwens niet zijn. Geld heeft hij namelijk bijna niet en als er iemand ziek is, is hij ook niet in staat om daar iets aan te doen. Hij kan dus alleen luisteren naar wat ze te vertellen heeft en hoopt maar dat hij op die manier wat voor haar kan betekenen.

Als ze bij de schapen zijn, gaat Anne op een omgevallen boom zitten en besluit Jos om dat ook te doen. Even is het nog stil, maar dan begint ze op een trieste toon te praten.
‘Het is heel erg, want papa heeft op internet gezien dat we óf minder dieren mogen gaan houden óf helemaal moeten stoppen met de boerderij. Ze willen hem graag uitkopen. Zo noemen ze dat. Hij krijgt dan wel geld voor het bedrijf, maar hoeveel weet hij niet en dat interesseert hem ook niets. Hij wil namelijk gewoon verder werken. Volgens hem kan hij ook alleen maar boeren en geen enkel ander vak.’

‘Waarom moet hij dan stoppen en van wie? Er is toch immers niemand die jullie kan verplichten om met de boerderij op te houden.’
‘Dat bericht komt van het kabinet en volgens mijn vader kunnen zij dat wel. Ze kunnen zelfs onze boerderij afpakken. Blijkbaar heet dat onteigenen. Ik vind het ook een heel raar en hartstikke krom verhaal, maar het schijnt wel zo te zijn. De oorzaak van alle ellende is dat we via de mest van onze dieren stikstof uitstoten en als dat op de bodem neerkomt in een natuurgebied, dan is dat slecht voor het milieu. Volgens mijn vader slaat die stikstof niet verder dan 400 meter van de boerderij op de grond neer en zitten wij vijf kilometer van een natuurgebied. De natuur heeft dus totaal geen last van ons, maar het lijkt er sterk op dat het kabinet daar anders over denkt. Papa hoopt natuurlijk dat het meevalt, maar heel veel vertrouwen heeft hij er niet in. Als het zo erg is als het nu lijkt, kan het dus heel goed zijn dat we over een tijdje moeten verhuizen en geen boerderij meer hebben.’

‘Dat meen je niet. Wat gaat er dan met het huis, de stal en de schuren gebeuren?’
‘Volgens mijn ouders wordt alles afgebroken en dan wordt het natuur en misschien worden er later wel weer nieuwe huizen op gebouwd. Nederland schijnt namelijk 
heel veel woningen tekort te komen en dat willen ze op deze manier oplossen. Tenminste, dat zeggen mijn vader en moeder en die zullen echt wel weten waar ze het over hebben.’

Als Anne weer begint te huilen, zit Jos even wat hulpeloos te kijken, maar dan besluit hij zijn armen om haar heen te slaan. Hij vindt het allemaal erg zielig voor haar en trouwens ook heel onredelijk en zelfs gemeen. Het is toch immers niet normaal dat het kabinet zomaar iemand zijn boerderij afpakt of dwingt om minder dieren te gaan houden? Zeker omdat ze daar dus niet eens een geldige reden voor hebben, want volgens Annes vader heeft het milieu helemaal geen last van hun stikstof.

Natuurlijk krijgen ze geld als ze met de boerderij stoppen of dieren verkopen en misschien wel veel, maar als je iets moet verkopen wat je niet wil, lijkt het volgens hem een beetje en misschien wel heel veel op stelen. Plus dat hij zeker weet dat de dieren en de boerderij voor Anne en haar familie veel belangrijker zijn dan al het geld op de wereld.

Hoewel Jos het liefst een potje met Anne mee zou gaan zitten huilen, probeert hij na een paar minuten toch om haar wat moed in te praten.
‘Misschien is je vader te pessimistisch en valt de ramp nog mee. Jij zei net trouwens wel dat het kabinet jullie kan verplichten om vee te verkopen of met de boerderij te stoppen en alles zelfs af mag pakken, maar is daar dan helemaal niets aan te doen? Ik heb van mijn vader namelijk weleens gehoord dat mensen een rechtszaak beginnen als ze het ergens niet mee eens zijn en dat kunnen jullie toch ook doen? Ik kan me trouwens niet voorstellen dat jullie de enige mensen zijn die met dit probleem zijn komen te zitten. Als alle boeren nu eens 
gaan protesteren, dan zullen die ministers toch in ieder geval naar jullie verhaal moeten luisteren. Ik wil heel graag helpen, want het is natuurlijk vreselijk wat ze jou en je ouders aan willen doen.’

Anne lacht door haar tranen heen en drukt Jos een stevige zoen op zijn wang.
‘Ik vind het hartstikke fijn dat je me moed in probeert te praten en heb trouwens zelf ook al tegen mijn vader gezegd dat ik wilde gaan protesteren, maar volgens hem ben ik daar nog veel te jong voor. Hij gaat vanavond wel naar een vergadering met allerlei andere boeren en volgens hem wordt daar over protestacties gesproken. Verder hoopt hij er natuurlijk ook te horen hoe we op een redelijk normale manier verder kunnen met de boerderij, maar er zal nog wel niemand zijn die daar iets zinnigs over kan vertellen.’

‘Ik hoop echt dat er een goede oplossing komt voor jullie.’
‘Nou, anders ik wel. Natuurlijk omdat we dan alle dieren kunnen houden en niet hoeven te verhuizen, maar vooral voor mijn vader en moeder en opa en oma. Toen ik vannacht om iets na twee uur wakker werd en even naar beneden ging om wat te drinken, zaten ze namelijk alle vier in de kamer te huilen en je zult begrijpen dat ik toen mee ben gaan doen. Ik weet trouwens zo goed als zeker dat bijna alle boeren flink gaan protesteren, want ze laten zich echt niet zomaar uit hun boerderij zetten of dwingen om een deel van hun dieren te verkopen.’
‘Ze hebben groot gelijk.’
‘Echt wel.’

Jos is vuurrood aangelopen van ergernis en legt zijn hand op Annes schouder. Hij zou alles wel willen doen om haar te helpen, maar het probleem is dat hij niets 
kan bedenken. Toch schiet hem opeens wat te binnen.
‘Volgens mij is het hartstikke dom van het kabinet om de veestapel n te willen krimpen. Hoe moeten we zonder de dieren namelijk aan melk, kaas en vlees komen? Het land kan dus niet eens zonder de boeren en hun boerderijen. Tenminste, volgens mij niet.’

Anne schudt haar hoofd en lacht wat zuur.
‘Was het maar waar. Volgens mijn vader komt er namelijk nu al heel veel voedsel uit het buitenland en gaat er omgekeerd ook het nodige naar andere landen toe. Ik heb hem wel gevraagd waarom dat zo was, maar hij zei dat het met geld en handel te maken had en ik nog te jong was om dat te begrijpen. ’
‘Raar.’
‘Ja, dat vind ik ook.’

Het tweetal zit elkaar even zwijgend, en ieder met zijn of haar eigen gedachten, aan te kijken. Anne denkt aan de woorden van haar ouders en grootouders en ziet de toekomst met heel veel zorgen tegemoet en Jos wil de moed niet opgeven, maar beseft dat het erg moeilijk wordt om iets voor Anne en haar familie te doen.
‘Zorgen alleen de dieren voor stikstof?’
‘Nee, volgens mijn vader zijn er ook veel grote bedrijven die dat spul uitstoten, zoals de KLM en hij had het over de industrie en de energiecentrales. Ik weet alleen niet wat hij daar precies mee bedoelt en ik heb geen idee of alle stikstof hetzelfde is.’
‘Moeten die andere bedrijven ook sluiten of kleiner worden?’

‘Volgens mijn vader zegt het kabinet wel dat iederéén minder stikstof uit moet gaan stoten, maar hij vermoedt dat ze dit alleen roepen om de boeren koest te houden. Hij denkt namelijk dat de ministers heel graag van de 
agrariërs af willen en die daarom extra aanpakken, zodat ze andere bedrijven kunnen ontzien. Of dat echt hun bedoeling is, weet ik niet. Mijn vader roept echter ook niet zomaar wat, dus zal er best iets van waar zijn. Al heeft hij wel een paar keer gezegd dat hij door alle ellende niet meer echt in staat is om op een normale manier na te denken.’

Als Jos op zijn horloge ziet dat het tien over vijf is geweest, staat hij op om naar huis te gaan. Hij vindt het erg vervelend om Anne zo verdrietig achter te laten, maar weet dat het niet anders kan. Zijn ouders willen namelijk dat hij op tijd thuis is voor het eten en ruzie met hen is wel het allerlaatste wat hij momenteel wil.
‘Ik bleef het liefst de rest van de dag bij je, maar over iets meer dan een kwartier moet ik eten. Eigenlijk zou ik je vader en moeder graag even gaan vertellen dat ik het allemaal heel erg naar voor ze vind, maar dat doe ik dan morgen wel en misschien kom ik vanavond nog even.’

‘Lief van je, maar we gaan straks weg. Omdat mijn vader met mijn oom naar die vergadering gaat, ga ik met mijn moeder naar mijn tante. Ik weet niet precies hoe laat we vertrekken, maar denk rond zes uur en misschien nog iets eerder. Ik zie je dus morgen op school weer en zal mijn ouders wel vertellen hoe erg je het voor ons vindt.’
‘Dat is goed. Zal ik je morgenochtend thuis op komen halen? Dan hebben we namelijk wat meer tijd om samen te praten.’
‘Ja, dat vind ik wel fijn.’
‘Afgesproken. Ik ben er tegen acht uur.’ ‘Best.’

Voor Jos naar zijn fiets loopt, staat hij even heel diep na te denken. Dan slaat hij echter zijn armen om Anne 
heen en drukt hij haar even stevig tegen zich aan. Alleen niet heel lang, want na een paar momenten zet hij geschrokken wat stappen achteruit.
‘Oei, dat had ik misschien beter niet kunnen doen.
Vond je het niet vervelend?’
‘Nee, joh. Natuurlijk niet. Ik vond het juist erg fijn.’ ‘Gelukkig maar, want ik deed het om je te steunen.’ ‘Dat begreep ik al.’
‘Nou, dan ga ik. Tot morgen.’ ‘Doei.’

Als Jos even later ziet dat Anne hem uitbundig na staat te zwaaien, voelt hij zich, ondanks alle ellende die hij vanmiddag heeft gehoord, enorm gelukkig. Hij is zijn vriendin de laatste anderhalf uur namelijk nog veel leuker gaan vinden dan hij al deed en neemt zich opnieuw voor om haar de eerste tijd zo goed mogelijk overal mee te helpen. Als hij iets meer dan tien minuten later thuis de kamer binnenloopt en zijn ouders nogal onvriendelijk naar de klok ziet kijken, besluit hij hen meteen te vertellen waarom hij zo laat is.
‘Sorry. Het lukte me niet om eerder naar huis te komen.’ ‘Vertel. Wie heeft je tegengehouden?’

Als Jos het hele verhaal over de boerderij van Anne en haar ouders heeft verteld, kijken zijn vader en moeder hem behoorlijk geschrokken aan.
‘Tjonge, dat is verschrikkelijk beroerd nieuws en ik begrijp nu ook wel waarom je zo moeilijk afscheid van je vriendin kon nemen. Hoe was het trouwens met haar en natuurlijk met haar ouders?’
‘Zij was vreselijk verdrietig en moest ontzettend huilen. Ze zei trouwens dat haar vader en moeder en opa en oma vannacht ook hadden gehuild. Ik ga haar
morgenochtend thuis ophalen voor school en heb haar, voor ik naar huis ging, even geknuffeld en dat vond ze hartstikke fijn.’

Zijn ouders kijken elkaar met een lichte grijns aan, maar tonen alle begrip voor hun zoon.
‘We zijn niet boos meer, jongen. Probeer haar maar zo goed mogelijk te steunen. Je vader en ik vinden het prima. Je mag ook net zo vaak naar haar toe als je wil en het geeft niet als je vanwege haar te laat voor het eten bent. Probeer de volgende keer alleen wel even te bellen als je niet op tijd thuis bent. Dan weten wij namelijk waar we aan toe zijn en dat is wel zo fijn.’
‘Is goed. Zal ik doen.’

Terug naar E-book          -          Terug naar boek